FAQ Wegverkeerswet

FAQ’S  Wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, Belgisch Staatsblad van 15 maart 2018

 

1. BESTRIJDING VAN ALCOHOL ACHTER HET STUUR

A. Zijn rechters verplicht om een alcoholslot op te leggen (voor feiten gepleegd vanaf 1 juli 2018)?

JA, in sommige gevallen. Aan stevige drinkers die toch rijden - ondanks het verhoogde risico om een ongeval te veroorzaken, is de rechter verplicht om een alcoholslot op te leggen van één tot drie jaar of levenslang. Daarbovenop komt het verval van het recht tot sturen van minstens drie maand alsook de vier herstelexamens. Dit is bedoeld voor zware recidivisten met tweemaal een alcoholintoxicatie vanaf 1,2 promille binnen de drie jaar.

 

Rechters zullen ook verplicht zijn om een alcoholslot op te leggen aan personen die eenmalig betrapt werden met een zeer hoog alcoholgehalte van minstens 1,8 promille (= ongeveer 10 pintjes in 2 uur tijd), behalve als hij in zijn uitspraak uitdrukkelijk motiveert waarom niet.

 

Voor andere alcoholovertredingen (intoxicatie vanaf 0,8 promille, bij dronkenschap, bij lichtere recidive) behouden rechters de mogelijkheid om het alcoholslot op te leggen, maar zijn ze er niet toe verplicht.

 

Een alcoholslot is in feite een gunst: men krijgt de mogelijkheid om zijn professionele en sociale leven verder te zetten, en dat op een veilige manier. Als men niet wilt rijden met een alcoholslot, om welke reden ook, is het verboden om gedurende de periode van veroordeling tot een alcoholslot (minimum 1 jaar tot 3 jaar of levenslang) nog te rijden met een motorvoertuig waarvoor een rijbewijs vereist is.  

 

B. Is er een uitzondering voorzien voor professionele bestuurders?

NEEN, in principe niet. Als men door de rechter veroordeeld wordt tot een alcoholslot, mag men enkel rijden met motorvoertuigen die uitgerust zijn met een alcoholslot (voertuigen waar geen rijbewijs voor vereist is mag men wel blijven besturen).

Nieuw is dat rechters de mogelijkheid hebben om het alcoholslot uit te sluiten voor bepaalde voertuigcategorieën (bv. bus/ vrachtwagen/ motorfiets), behalve voor de voertuigcategorie waarmee de overtreding werd begaan.

Als een vrachtwagenbestuurder zijn werk dreigt te verliezen als hij zijn werkgever zou inlichten over zijn misstap en hij hem moet vragen om de vrachtwagen uit te laten rusten met een alcoholslot, kan hij de rechter vragen om de voertuigcategorie van vrachtwagens uit te sluiten van het alcoholslot. De rechter zal in eer en geweten oordelen of hij dat toestaat of niet. Als men echter de alcoholovertreding beging terwijl men reed met de vrachtwagen, kan men die uitzondering niet aan de rechter vragen (de voertuigcategorie waarmee men de overtreding beging moet worden uitgerust met een alcoholslot).  

 

C. Wat in geval van alcoholverslaving: kan men veroordeeld worden tot een alcoholslot?

Neen. Men wordt door de rechter dan blijvend of voorlopig ongeschikt bevonden om te rijden. Een alcoholslot is niet bedoeld voor personen die alcoholafhankelijk zijn en daarvoor in behandeling moeten gaan.

 

! Belangrijk: de bestaande regeling over het alcoholslot blijft gelden tot en met 30 juni 2018: zie mobilit.belgium.be/nl/wegverkeer/rijbewijs/alcoholslot. De antwoorden hierboven gelden dus pas voor feiten gepleegd vanaf 1 juli 2018, namelijk de datum van inwerkingtreding voor de nieuwe wetsbepalingen over het alcoholslot !

 

 

2. VERSTRENGING VAN DE KENTEKENAANSPRAKELIJKHEID

 

A. Rust het vermoeden van schuld bij het begaan van een verkeersovertreding, die werd vastgesteld in de vlucht, nog steeds op de titularis van de nummerplaat?  Kan hij dat vermoeden weerleggen?

JA, als er een verkeersovertreding wordt begaan, zal de titularis van de kentekenplaat van het voertuig beschouwd worden als overtreder. Hij wordt geacht deze overtreding te hebben begaan. Het gaat weliswaar om een weerlegbaar vermoeden, waardoor de overtreder met alle middelen van recht zijn onschuld kan trachten te bewijzen.

 

B. Wie draait er op voor de verkeersovertreding als de titularis erin slaagt om het vermoeden van schuld dat op hem rust te weerleggen?

Als de titularis van de nummerplaat effectief kan aantonen dat hij niet de overtreder was, is hij voortaan verplicht om de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten kenbaar te maken. Dat kan aan de hand van betrouwbaar bewijsmateriaal. De aangeduide bestuurder zal op zijn beurt vervolgd worden.

Als de titularis van de nummerplaat niet kan of wilt meedelen wie de eigenlijke bestuurder was, wordt hij voor het niet-meedelen (en dus niet voor de initiële verkeersovertreding) voortaan door de rechter gestraft. Van de eigenaar van het voertuig mag immers worden verwacht dat hij wéét aan wie hij zijn voertuig uitleent. De bestraffing voor het niet-mededelen van de eigenlijke bestuurder is streng: men kan een gevangenisstraf en/of een geldboete krijgen en ook vervallen verklaard worden van het recht tot sturen. 

Los daarvan kan de titularis van de kentekenplaat diefstal, fraude of overmacht bewijzen.

 

C. Een verkeersovertreding werd begaan met een bedrijfsvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon. Wie is aansprakelijk?

Als de overtreding werd begaan met een bedrijfsvoertuig, hangt het ervan af of het bedrijf de gebruikelijke bestuurder al dan niet liet registreren in de Kruispuntbank Voertuigen via Renta.

Als die registratie plaatsvond, wordt de gebruikelijke bestuurder automatisch gelijkgesteld met de titularis van de kentekenplaat en geldt de bovenvermelde regeling vermeld onder A en B.

Zonder registratie is het bedrijf verplicht om binnen de 15 dagen de identiteit van de bestuurder mee te delen, zoniet wordt het bedrijf gestraft voor het niet-meedelen.

 

→ Wens je meer informatie over de afhandeling van verkeersovertredingen? Zie verkeersboeten.be

 

De informatie op deze website is uitsluitend informatief bedoeld. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.