Rijtijden

Dagelijkse rijtijd

De dagelijkse rijtijd is de optelling van de rijtijd tussen het einde van de ene dagelijkse rusttijd en het begin van een volgende dagelijkse rusttijd, of tussen een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd.

Hij mag niet meer bedragen dan 9 uren.

Tweemaal per week mag de dagelijkse rijtijd verlengd worden tot 10 uren.

Op basis van de sociale verordening kan een chauffeur tijdens een periode van 24 uur twee dagelijkse rijtijden aanvatten, op voorwaarde dat hij de bepalingen betreffende de onderbrekingen van de rijtijd en de dagelijkse en wekelijkse rusttijd naleeft.

Voorbeeld van een dagprestatie van een chauffeur na een wekelijkse of dagelijkse rust.

Wekelijkse rijtijd

De wekelijkse rijtijd mag niet meer bedragen dan 56 uren.

Tweewekelijkse rijtijd

De totale bij elkaar opgetelde rijtijd van twee opeenvolgende weken mag niet meer bedragen dan 90 uren.

Onderbreking van de rijtijd

Na een rijperiode van 4 uur 30 minuten moet de chauffeur een aaneengesloten onderbreking van ten minste 45 minuten in acht nemen, tenzij hij aan een rusttijd begint.

Een rijperiode is de bij elkaar opgetelde rijtijd vanaf het ogenblik dat een bestuurder na een rusttijd of een onderbreking begint te rijden, totdat hij een rusttijd of een onderbreking neemt. Een rijperiode kan al dan niet onderbroken worden.

Een onderbreking is elke periode waarin de bestuurder niet mag rijden en ook geen andere werkzaamheden mag verrichten. Ze dient uitsluitend om te rusten.

Opsplitsing van de onderbreking van de rijtijd

De aaneengesloten onderbreking van 45 minuten kan vervangen worden door een onderbreking van ten minste 15 minuten, gevolgd door een onderbreking van ten minste 30 minuten.

Beide onderbrekingen moeten elk zodanig tijdens de periode worden ingelast dat na een rijperiode van 4 uur 30 een onderbreking van ten minste 45 minuten in acht genomen is.