Rij- en rusttijden

Algemeen

De bepalingen van verordening (EG) nr. 561/2006 inzake rij- en rusttijden in het wegvervoer zijn van toepassing op iedere verplaatsing die geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op wegen die voor openbaar gebruik toegankelijk zijn, zowel in lege als in geladen toestand met een voertuig bestemd voor:

  • Vervoer van goederen waarbij de toegestane maximummassa van de voertuigen, aanhangwagens en opleggers inbegrepen, meer dan 3,5 ton bedraagt;
  • Vervoer van personen door voertuigen die zijn gebouwd of permanent zijn toegerust om meer dan 9 personen, bestuurder inbegrepen, te kunnen vervoer en daartoe bestemd zijn.

De verordening is niet van toepassing op het wegvervoer, uitgevoerd met voertuigen opgesomd in artikel 3 van de verordening. Deze uitzondering geldt eveneens voor de voertuigen opgesomd in artikel 6 van het K.B. van 9 april 2007.

De verordening geldt zowel voor vervoer voor rekening van derden als voor eigen rekening.

EU-verklaring van activiteiten

De verklaring werd door België erkend bij artikel 20 van het K.B. van 14 juli 2005 houdende uitvoering van de verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer. Ze is niet verplicht, maar indien een verklaring wordt gebruikt, moet ze conform het EU-model zijn.

Op 2 maart 2015 zijn enkele artikelen van de nieuwe tachograafverordening (EU) nr.  165/2014 in werking getreden. Hierbij is enige verwarring ontstaan met betrekking tot het attest “verklaring van activiteiten”, soms ook “patronaal attest” genoemd.

De Europese Commissie heeft daarom de volgende verduidelijking verschaft:

  • In principe moeten alle activiteiten die niet in de nabijheid van het voertuig verricht worden manueel worden ingegeven voordat de bestuurder opnieuw begint te rijden.
  • Indien dit niet mogelijk is omwille van objectieve technische redenen, mag de verklaring van activiteiten gebruikt worden. Indien dit attest correct is ingevuld, dient het aanvaard te worden door de controlediensten. 

De Europese Commissie heeft enkele voorbeelden gegeven van situaties waarin het attest gebruikt kan worden:

  • gebruik van een digitale tachograaf van de oudere generatie waarbij het niet mogelijk is om voor lange periodes retroactief data in te geven;
  • wanneer de bestuurder gedurende lange periodes (vb. 3 weken) ander werk heeft verricht en het een overdreven administratieve last zou zijn om voor heel deze periode manueel de data in te geven.

Besluit: de verklaring van activiteiten is niet afgeschaft doch mag in zeer specifieke gevallen als alternatief gebruikt worden voor de verplichte manuele registraties.

Wijziging tachograafvrijstelling voor het vervoer van materiaal

Sinds 2 maart 2015 geldt de vrijstelling voor het vervoer van materiaal, apparatuur en machines die de bestuurder gebruikt voor zijn werkzaamheden in alle lidstaten van de Europese Unie. Bovendien wordt de straal waarbinnen zonder tachograaf gereden mag worden uitgebreid van 50 naar 100 km. De overige vereisten gelden nog steeds (toegestane maximummassa niet meer dan 7,5 ton + het vervoer is niet de hoofdactiviteit van de vervoerder).

Op juridisch vlak moet in geval van controle voor dit gedeelte van de vrijstelling niet meer verwezen worden naar artikel 6, d) van het KB van 9 april 2007. De correcte verwijzing is sinds 2 maart 2015 artikel 3, a) bis, van Verordening 561/2006.

Voor de overige vrijstellingen verandert er voorlopig niets.

Truckruns

Truckruns zijn niet-commerciële parades voor charitatieve doeleinden waar vrachtwagenchauffeurs op geheel vrijwillige basis kinderen met een handicap in hun vrachtwagen meenemen voor een langzame rit door een stad of een aantal dorpen in België en hen zo een fantastische dag bezorgen. Deze activiteit heeft meestal tijdens het weekend plaats.

Bestuurders die maximaal 1 keer per jaar en op vrijwillige basis deelnemen aan dergelijke truckrun, dienen via het onderstaande formulier de verkorte wekelijkse rusttijd niet te compenseren.

Zowel het (ingevulde) deelnemersformulier als een afschrift van het besluit van de Commissie dienen zich in het voertuig te bevinden.

Verbod de normale wekelijkse rusttijd te nemen aan boord van het voertuig

Bij het KB van 19 april 2014 werd een onmiddellijke inning ingevoerd voor het nemen van de normale wekelijkse rusttijd aan boord van het voertuig wanneer dit niet is toegelaten. 

De inbreuk is op zichzelf niet nieuw. Zij is gebaseerd op artikel 8.8 van Verordening 561/2006. Dit artikel stelt dat de dagelijkse of verkorte wekelijkse rusttijd aan boord van het voertuig genomen mag worden, indien het voertuig slaapfaciliteiten biedt voor de bestuurders en het voertuig stilstaat. De Verordening staat dus niet toe dat de normale wekelijkse rusttijd (min. 45 uur) aan boord van het voertuig wordt genomen. Indien alle rusttijden aan boord van het voertuig genomen zouden mogen worden, zou artikel 8.8 van de Verordening alle betekenis verliezen.

In een parlementaire vraag van 3 oktober 2007 deelde de Europese Commissie deze mening.

Het enige nieuwe is dat sinds 21 juni 2014, de controlediensten wanneer de inbreuk op Belgisch grondgebied plaatsvindt en wordt vastgesteld, een onmiddellijke inning van 1800 euro kunnen voorstellen voor deze inbreuk in plaats van de strafrechtelijke procedure op te starten.

Het nemen van de normale wekelijkse rusttijd aan boord van het voertuig moet worden vastgesteld door de controlediensten. De inbreuk kan enkel "op heterdaad" vastgesteld worden. Er zal geen bewijs "a posteriori" gevraagd worden van bestuurders om te bewijzen dat ze hun wekelijkse rusttijd niet aan boord van een voertuig hebben genomen.