Beperkte mobiliteit

De EU-wetgeving voor treinreizigers zorgt ervoor dat reizigers met beperkte mobiliteit op een vergelijkbare manier kunnen reizen als andere burgers.

Spoorwegmaatschappijen en stationsbeheerders moeten niet-discriminerende toegangsregels opstellen voor het vervoer van personen met een handicap of met beperkte mobiliteit, zoals bejaarden.

Spoorwegmaatschappijen, verkopers van vervoerbewijzen en touroperators zijn ook verplicht op verzoek informatie te verstrekken over de toegankelijkheid van de spoordiensten, over de toegangsvoorwaarden en de redenen daarvoor.

Spoorwegmaatschappijen moeten personen met een handicap of beperkte mobiliteit kosteloos bijstaan aan boord en bij het in- en uitstappen. De bijstand wordt verleend op voorwaarde dat de spoorwegmaatschappij, de stationsbeheerder, de verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator waarbij het vervoerbewijs is gekocht, ten minste 48 uur voordat de bijstand nodig is, in kennis wordt gesteld van de behoefte aan bijstand van deze persoon.

De personen aan wie de bijstand wordt verleend, moeten ten minste één uur vóór de bekendgemaakte vertrektijd, dan wel het tijdstip waarop alle reizigers worden verzocht zich in te checken, aanwezig zijn. Indien ter zake geen regels zijn vastgesteld, moeten ze ten minste 30 minuten vóór de bekendgemaakte vertrektijd of het tijdstip van de check-in aanwezig zijn.

In het geval van totaal of gedeeltelijk verlies van of schade aan de mobiliteitsuitrusting van personen met een handicap of beperkte mobiliteit, moet de spoorwegmaatschappij volledige compensatie verlenen.

De spoorwegoperatoren werkzaam in België hebben vaak een eigen beleid om mensen met een handicap of reizigers met beperkte mobiliteit bij te staan gedurende de reis.