Toezicht

Beleid

Zie hier het beleid inzake toezicht. Dit beleid werd ontwikkeld op basis van de middelen die momenteel beschikbaar zijn binnen de DVIS.

 

Samenwerking

De voorgaande jaren lieten toe om een betere samenwerking uit te bouwen met het onderzoeksorgaan voor de analyse van gebeurtenissen die het veiligheidsniveau aantasten. De samenwerking zal worden voortgezet, meer bepaald in het domein van de classificatie van incidenten en ongevallen.

De samenwerking met sommige veiligheidsinstanties op vlak van toezicht van spoorwegondernemingen is in een fase van maturiteit gekomen. Ze is gebaseerd op overlegmomenten waarin volgende thema’s aan bod komen:

  • “Werkgroep” om te werken aan een beter begrip van de principes en procedures die eigen zijn aan elke veiligheidsinstantie;
  • “Terugblik op de gemeenschappelijke spoorwegondernemingen” om de geïdentificeerde risico’s te behandelen en om een overzicht te geven van de operationele activiteiten;
  • “Toezichtsplan” om de planning van de toezichtsactiviteiten binnen de spoorwegondernemingen te verbeteren en om de gemeenschappelijke supervisieactiviteiten te versterken.

Deze overlegmomenten bieden ook de gelegenheid om ideeën uit te wisselen over uiteenlopende onderwerpen (veiligheidscultuur, plan ter vermindering van de nationale veiligheidsvoorschriften, 4de spoorwegpakket, enz.).

Op basis van criteria in verband met de betrokken spoorwegondernemingen en de routes ontstonden volgende samenwerkingen:

Met de Duitse veiligheidsinstantie staat de samenwerking nog in de kinderschoenen. In het kader van het vierde spoorwegpakket voorziet de Europese regelgeving in samenwerking met alle veiligheidsinstanties van de landen waarin de spoorwegonderneming actief is.

 

Terreincontroles - Referentiecatalogus

Zowel de spoorwegondernemingen, de infrastructuurbeheerder als de nationale veiligheidsinstantie voeren gelijkaardige controles uit op de goederentreinen. Daarom lanceerde DVIS het initiatief om samen te werken met het oog op meer synergie.

Geïnspireerd op de Zwitserse gestandaardiseerde anomalieëncatalogus, besloot DVIS om een referentiesysteem met afwijkingen of anomalieën op te stellen. Hiertoe richtte DVIS een werkgroep op met de sector. Deze samenwerking resulteerde in de referentiecatalogus voor België, die DVIS ter beschikking stelt van de sector en zelf gebruikt.

De spoorwegondernemingen en Infrabel beslissen zelf of ze deze catalogus of hun eigen referentiesysteem gebruiken. Uiteraard biedt het gebruik  van een geharmoniseerde anomalieëncatalogus voordelen. Dezelfde afwijkingen zullen worden geëvalueerd op dezelfde manier door alle controle-entiteiten. Daardoor worden de resultaten van de controles onderling vergelijkbaar en transparanter voor alle deelnemers. Een totaalbeeld van de controles die werden uitgevoerd in België en van het in België bereikte veiligheidsniveau kunnen dan ook gemakkelijker aan de 'buitenwereld' voorgesteld worden.

Voor de spoorwegondernemingen biedt deze catalogus ondersteuning bij de vervulling van hun verplichtingen op het gebied van veiligheid, die in het bijzonder beschreven zijn in de VERORDENING (EU) Nr. 1078/2012 VAN DE COMMISSIE van 16 november 2012 betreffende een gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor de controle die moet worden uitgevoerd door met onderhoud belaste entiteiten alsmede door spoorwegondernemingen en infrastructuurbeheerders nadat zij een veiligheidscertificaat of veiligheidsvergunning hebben ontvangen.

De referentiecatalogus bestaat uit lijsten opgesteld in samenwerking met de sector, waarin per thema de verschillende anomalieën zijn opgenomen.

Naast deze lijsten gebruikt DVIS ook interne lijsten, waarvan deze betreffende rangeerders en bestuurders ter informatie ter beschikking staat,

Lijsten opgesteld in samenwerking met de sector

Interne lijsten

Deze lijsten zullen regelmatig worden herzien op basis van de ervaring en de opmerkingen van de sector (te sturen naar info@nsarail.fgov.be).

De onregelmatigheden en nalatigheden worden ingedeeld in de foutklassen 1 tot 5 volgens het model van het GCU en UIC-fiche 471-3. De foutklassen 1 en 2 worden niet in rekening gebracht want ze hebben geen gevolgen voor de veiligheid. De foutklassen 3 tot 5 betekenen:

  • Foutklasse 3: kleine fouten
    Fouten die een belangrijke invloed hebben op de geschiktheid voor de dienst of op de exploitatie.
  • Foutklasse 4: grote fouten
    Fouten waardoor de geschiktheid voor de dienst niet langer gewaarborgd is of die een bedreiging kunnen vormen voor de exploitatie of lichamelijk letsel kunnen veroorzaken (rangeerbedienden voor wagens).
  • Foutklasse 5: kritieke fouten
    Fouten die een belangrijke invloed hebben op de veiligheid van de dienst en een ernstig gevaar voor het vervoer met zich meebrengen.
 

Delen van resultaten

DVIS werkt samen met Infrabel en de spoorwegondernemingen om de resultaten te delen van controles van goederentreinen.

DVIS wil de resultaten van alle controles op de goederentreinen in België, verzamelen in een leesbaar, transparant en eenduidig formaat en deze – op anonieme wijze –  delen met de sector.

De resultaten worden twee keer per jaar besproken. DVIS presenteert de resultaten van de controles twee keer per jaar op het veiligheidsoverleg.

Om de resultaten van uw onderneming met DVIS te delen wordt u verzocht het  formulier (XLSX, 65.75 KB) (of het  vereenvoudigd formulier (XLSX, 23.78 KB)) in te vullen en op te sturen naar caroline.bailleux@nsarail.fgov.be en info@nsarail.fgov.be

- vóór 31 juli betreffende de resultaten van januari tot juni

- vóór 31 januari van het volgende jaar voor de maanden juli tot december.