Opdracht ter ondersteuning van de sector

De komst van het 4de spoorwegpakket brengt een herziening van het Belgische wet- en regelgevingskader met zich mee, met name aangaande de vermindering van de nationale regels.

 

Naar aanleiding van de door de sector geuite bezorgdheden aangaande de invoering van dit nieuwe regelgevingskader, heeft de DVIS het adviesbureau van Arthur D. Little opgedragen analyses uit te voeren en werkgroepen over onderwerpen die de sector aangaan te organiseren om niet-bindende documenten op te stellen om zo de sector voor te bereiden bij de stap naar het 4de spoorwegpakket.

 

De missie van ADL was op 3 verschillende onderwerpen gericht:

  • Nieuw Koninklijk Besluit “Veiligheidspersoneel”
  • Overdracht van bepaalde onderwerpen uit de VVESI naar de spoorwegondernemingen
  • Moeilijkheden die de spoorwegondernemingen ondervinden m.b.t. de communicatie van gegevens m.b.t. de netwerkkarakteristieken door Infrabel aan de spoorwegondernemingen (aanhangsels D1 en D2 van de TSI OPE – EU Verordening 2019/773)

 Samenvatting van de ondersteuningsopdracht naar de sector (PDF, 564.84 KB)

 

Nieuw Koninklijk Besluit "Veiligheidspersoneel"

Het nieuwe Koninklijk Besluit (KB) "Veiligheidspersoneel" heeft tot doel de Belgische regelgeving in overeenstemming te brengen met de principes van de Europese regelgeving. Dit nieuwe KB is dus minder prescriptief van aard dan het vorige en is meer gebaseerd op het concept van veiligheidskritieke taak (VKT) dan op de historische veiligheidsfuncties van het Belgische spoorwegnet.

 

Dankzij overleg met de sector kon een gids worden opgesteld om de implementatie van het nieuwe KB "Veiligheidspersoneel" te ondersteunen, om het begrip van het nieuwe KB voor alle infrastructuurgebruikers te vergemakkelijken en tot een gemeenschappelijke interpretatie van de tekst te komen.

 

Hulpgids voor de implementatie van het nieuwe KB "Veiligheidspersoneel"

 

Overdracht van bepaalde onderwerpen uit de VVESI naar de spoorwegondernemingen

Met de implementatie van het plan om de nationale regels te verminderen, wordt de VVESI vervangen door nieuwe regels die zijn opgesteld door de infrastructuurbeheerder, de RDEI. Een deel van de onderwerpen van de VVESI die exclusief onder de verantwoordelijkheid van de infrastructuurgebruikers vielen, werd niet in de RDEI opgenomen. Deze onderwerpen worden daarom overgedragen aan de spoorwegondernemingen en hun Safety Management System (SMS).

 

Als reactie op de bezorgdheden van de sector hieromtrent, gaf de DVIS de opdracht aan het adviesbureau van Arthur D. Little om de voorbereiding van de spoorwegondernemingen voor de overdracht van deze onderwerpen te vergemakkelijken. Een analyse van de onderwerpen die vanuit de VVESI naar de infrastructuurgebruikers zijn overgebracht en het via werkgroepen in kaart brengen van de behoeften van de sector, heeft bijgedragen tot het opstellen van niet-bindende documenten met de titel "gemeenschappelijke praktijken" (GP’s). Het opstellen van GP’s heeft als doel het verlies van relevante onderwerpen te voorkomen én een gemeenschappelijk referentiekader te behouden wanneer de VVESI verdwijnt.

 

De gedetailleerde uitleg van de ondersteuningsopdracht en de documenten van “gemeenschappelijke praktijken” kunnen worden bekeken op de pagina “Gemeenschappelijke praktijken”.

 

Communicatie van gegevens m.b.t. de netwerkkarakteristieken door Infrabel aan de spoorwegondernemingen

Aanhangsels D1 en D2 van de TSI OPE (EU Verordening 2019/773) vereisen dat de infrastructuurbeheerder informatie over de karakteristieken van het netwerk aan de spoorwegondernemingen meedeelt, zodat zij de routeboeken voor de treinbestuurders kunnen opstellen en hierin de compatibiliteit van de uitrusting met de te nemen route kunnen opnemen.

 

Infrabel voorziet de spoorwegondernemingen van de vereiste informatie (RINF of RDEI).

 

Verschillende spoorwegmaatschappijen hebben aan de DVIS meegedeeld dat de manier waarop deze informatie door Infrabel wordt gecommuniceerd, hen niet in staat stelt deze gegevens efficiënt te gebruiken om de verschillende noodzakelijke verificaties uit te voeren.

 

De DVIS gaf daarom het adviesbureau van Arthur D. Little de opdracht om de situatie grondig te analyseren om zo de oorzaak van het probleem beter te begrijpen en om denkrichtingen te definiëren die de spoorwegondernemingen en Infrabel waarschijnlijk zouden tevreden stellen.

 

In deze context werd een beknopt document m.b.t. de procedures voor de uitwisseling van informatie tussen Infrabel en de spoorwegondernemingen opgemaakt. Het is het resultaat van interviews die hebben plaatsgevonden met verschillende spoorwegondernemingen en de infrastructuurbeheerder.

 

 Samenvattend document m.b.t. de procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de infrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen (PDF, 492.13 KB)