Europese maatregelen

4de spoorwegpakket: Technische pijler

 

Wegens de door de COVID-19-epidemie veroorzaakte uitzonderlijke en onvoorzienbare situatie ondervonden sommige lidstaten die de technische pijler van het vierde spoorwegpakket zouden omzetten tegen 16 juni 2020, problemen om de wetgevingswerkzaamheden binnen de vastgestelde omzettingstermijnen af te ronden en liepen zij aldus het risico op niet-naleving van die termijnen.

 

De onmogelijkheid voor lidstaten om de omzettingstermijnen na te leven, leidt tot grote rechtsonzekerheid voor de spoorwegsector met betrekking tot de wetgeving die van toepassing is op de spoorwegveiligheid en de interoperabiliteit.

 

Bijgevolg is, op voorstel van de Commissie, de richtlijn 2020/700 aangenomen waarin aan de lidstaten die de omzettingstermijn hebben verlengd tot 16 juni 2020 de mogelijkheid wordt gegeven om deze opnieuw te verlengen tot 31 oktober 2020.

Richtlijn (EU) 2020/700 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2016/797 en (EU) 2016/798, wat de verlenging van de omzettingstermijnen betreft

 

België heeft de termijnen voor omzetting van de richtlijnen 2016/797 en 2016/798 uitgesteld "uitstel van de inwerkingtreding van het 4de spoorwegpakket, technische pijler tot 31 oktober 2020”.

 

 

“Rail Relief Package”

 

De Commissie heeft een aantal regelgevende maatregelen  “Rail Relief Package” angenomen om bestaande uitvoerings- en gedelegeerde handelingen van de Commissie aan te passen in functie van de verlenging van de uiterste datum voor omzetting van de richtlijnen 2016/797 en 2016/798. De regelgeving strekt er toe de toepassing van sommige regelgeving uit te stellen alsook de overgangsbepalingen aan te passen.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verordening Omnibus

 

Wegens de COVID-19 pandemie zouden enerzijds vervoerders en andere betrokkenen wellicht niet in staat zijn de nodige procedures na te leven om te voldoen aan bepaalde Unierechtelijke voorschriften met betrekking tot de verlenging of vernieuwing van certificaten, getuigschriften of vergunningen of andere stappen te nemen die nodig zijn om de geldigheid daarvan te handhaven en anderzijds bevoegde overheden van de lidstaten misschien niet in staat zijn te voldoen aan de verplichtingen van het Unierecht om te waarborgen dat de door vervoerders ingediende aanvragen vóór het verstrijken van de geldende termijn worden behandeld.

 

Bijgevolg, is op voorstel van de Commissie, de verordening 2020/698 aangenomen die, voor wat het spoorvervoer betreft, voorziet in specifieke en tijdelijke maatregelen in verband met de vernieuwing en verlenging van de geldigheidsduur van bepaalde certificaten, getuigschriften en vergunningen en in verband met het uitstel van bepaalde periodieke controles en periodieke opleidingen.

 

 

De maatregelen zijn in essentie de volgende:

 

1° in het kader van de richtlijnen 2004/49 en 2016/798 worden de termijnen voor de vernieuwing van (unieke) veiligheidscertificaten en veiligheidsvergunningen die zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 met 6 maanden verlengd en wordt de geldigheid van veiligheidscertificaten en van veiligheidsvergunningen die zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 met 6 maanden verlengd;

 

2° in het kader van de richtlijn 2007/59 wordt de geldigheid van vergunningen van treinbestuurders die zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 met 6 maanden verlengd vanaf de in die vergunningen vermelde vervaldatum en worden de termijnen voor het ondergaan van periodieke controles voor treinbestuurders die zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 met telkens 6 maanden verlengd;

 

3° in het kader van de richtlijn 2012/34 worden de termijnen voor het uitvoeren van nieuwe onderzoeken waaraan de vergunningen van spoorwegondernemingen zijn onderworpen en die zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 met 6 maanden verlengd en wordt de geldigheid van tijdelijke vergunningen die zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 met 6 maanden verlengd vanaf de in die tijdelijke vergunningen vermelde vervaldatum;

 

4° in het kader van de richtlijn 2012/34 kan een vergunningverlenende autoriteit die op basis van een controle die in de periode tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 is verricht, vaststelt dat een spoorwegonderneming niet langer aan de eisen inzake financiële draagkracht kan voldoen, vóór 31 augustus 2020 beslissen de vergunning van de betrokken spoorwegonderneming niet te schorsen of in te trekken, op voorwaarde dat de veiligheid niet in gevaar is en dat er de volgende 6 maanden een realistisch perspectief is op een bevredigend financieel herstel van de spoorwegonderneming.

 

 Verordening (EU) 2020/698 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 tot vaststelling van specifieke en tijdelijke maatregelen naar aanleiding van de COVID-19-uitbraak in verband met de vernieuwing of verlenging van bepaalde certificaten, getuigschriften en vergunningen, en het uitstel van bepaalde periodieke controles en periodieke opleidingen op bepaalde gebieden van de vervoerswetgeving

 

 

Deze Europese maatregelen wijken enigszins af van de nationale maatregelen die door het Parlement zijn aangenomen met betrekking tot de afwijkingen die van toepassing zijn op medische onderzoeken voor treinbestuurders.

 

Meer uitleg over de verhouding tussen deze twee reglementeringen is te vinden via onderstaande link:

“Verhouding tussen de wet COVID-19 spoor-I en de Verordening “Omnibus” voor wat betreft de afwijking voor de periodieke medische onderzoeken voor treinbestuurders”

 

 

 

Meer informatie? info@mobilit.fgov.be