Het Raadgevend Comité van de Treinreizigers (RGCT)

Opdrachten van het raadgevend comité van de treinreizigers

Basisopdracht Comité

Bij de wet van 21 maart 1991 werd het Raadgevend Comité van de treinreizigers (RGCT) en de dienst van de Ombudsman opgericht. Zoals in deze wet is vastgelegd, brengt het RGCT advies uit over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de door het spoor verstrekte diensten (NMBS en Infrabel). Het Comité heeft dus een officiële opdracht; het vertegenwoordigt het maatschappelijk middenveld. Zijn opdracht bestaat erin de belangen van de gebruikers te behartigen. Het werkt volledig onafhankelijk van de spoorwegondernemingen. Terwijl de Ombudsdienst enerzijds de problemen van de individuele reiziger behandelt, zoekt het Comité naar een globale verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening aan de klanten en ijvert het tevens om te voorkomen dat de reiziger slechter af zou zijn.

Het Comité is samengesteld uit vrijwilligers. Zij engageren zich vrijwillig, en vertegenwoordigen organisaties die willen opkomen voor de belangen van de treinreizigers.

De beperkingen van het Comité

Het comité wordt geleid door een bureau dat bestaat uit:

  • een voorzitter;
  • een vicevoorzitter;
  • twee adjunct-vicevoorrzitters.

Zij hebben ook elk hun diverse activiteiten en verplichtingen op privé- of beroepsvlak. Gemiddeld twee maal per maand komen ze vanuit hun streek naar Brussel om te vergaderen in de lokalen van de FOD Mobiliteit en Vervoer. Het voorbereidingswerk van de adviezen en het beheer van het comité gebeuren naargelang van de beschikbare tijd en vaak wordt dit werk thuis gedaan. Het secretariaat neemt de belangrijkste administratieve taken van het comité voor zijn rekening (oproep voor de plenaire vergaderingen, beheer van het ledenbestand, verslag van de plenaire vergaderingen, enz.). Sinds 1 januari 2013 wordt dit secretariaat beheerd door de FOD Mobiliteit en Vervoer.

De adviezen

Een advies kan worden uitgebracht op vraag van de spoorwegonderneming of van de bevoegde minister. Het is enkel mogelijk aan deze vraag te voldoen indien er voldoende gegevens voorhanden zijn en indien er voldoende tijd is. De uitbrenging van de adviezen door het RGCT gebeurde volledig op eigen initiatief nadat in het bureau de opportuniteit ervan werd besproken. De uitgebrachte adviezen hadden vooral betrekking op de tarieven en op het vervoersplan. De adviezen zijn bedoeld om op een constructieve manier bij te dragen tot de verbetering van de dienstverlening van de spoorwegonderneming. De spoorwegonderneming kan dan ook niet anders dan erkennen dat het RGCT zich constructief opstelt om in het belang van de reizigers samen naar oplossingen te zoeken.

De adviezen – haalbaarheid

Het is onmiskenbaar dat sinds de oprichting in 1991, het comité een ruime ervaring heeft verworven op vlak van spoordiensten en spoorwegexploitatie. Meer dan 287 adviezen werden na goedkeuring door de leden uitgebracht. Het Comité heeft veel ervaring op het gebied van spoorwegexploitatie. Het Comité formuleert geen onredelijke of onbetaalbare voorstellen en is zich erg bewust van wat al dan niet haalbaar is.

De plenaire vergaderingen

De adviesvoorstellen worden meestal door het bureau, en soms ook door een afzonderlijk lid voorbereid en opgesteld. Deze worden samen met de uitnodiging voor de vergadering naar de leden verstuurd, zodat zij de adviezen kunnen analyseren, hun opmerkingen kunnen formuleren en eventueel wijzigingen kunnen aanbrengen. Deze opmerkingen worden vóór de plenaire vergadering naar het secretariaat verstuurd. Op de plenaire vergadering zelf worden alle reacties besproken. Van zodra de adviesvoorstellen zijn afgewerkt, worden ze ter goedkeuring voorgelegd aan de effectieve of plaatsvervangende leden. Indien de meerderheid bezwaren heeft, of wanneer er nieuwe interessante informatie opduikt, wordt het advies herwerkt en later opnieuw voorgelegd.

De antwoorden op de adviezen

Volgens het artikel 35 van het beheerscontract moet de spoorwegonderneming binnen een redelijke termijn reageren op de adviezen die het Comité uitbracht. Deze antwoorden zijn bijzonder belangrijk voor het Comité, vooral wanneer de spoorwegonderneming zich niet kan vinden in de voorstellen van het RGCT.

Overleg over sommige adviezen en hun antwoorden

In het geval dat een advies volledig of gedeeltelijk wordt weerlegd, kan overleg noodzakelijk blijken. Het is vanzelfsprekend dat dit moet gebeuren met de dienst die het antwoord heeft opgesteld. Deze dienst zal iemand aanduiden met wie kan worden overlegd.

Opvolging van de adviezen

Het spreekt voor zich dat de uitgebrachte adviezen ook moeten worden opgevolgd, vooral wanneer er voor een probleem een actie moet worden ondernomen of wanneer er nieuwe informatie over het onderwerp beschikbaar wordt. Het is onaanvaardbaar dat de spoorwegonderneming een advies klasseert zonder een volledig en afdoend antwoord te formuleren. In dit geval kan er een nieuw advies uitgebracht worden over dit onderwerp. De verstandhouding tussen het Comité en de spoorwegonderneming is van groot belang om dergelijke situaties te voorkomen.

Informatie aan het comité

Om degelijke adviezen te kunnen uitbrengen is actuele informatie noodzakelijk. Dit type informatie is niet voor iedereen beschikbaar. Het Comité moet over deze informatie beschikken om zijn wettelijke opdracht te kunnen vervullen. Het is dan ook noodzakelijk dat de spoorwegonderneming de juiste gegevens en inlichtingen over de dienstverlening aan de reizigers verschaft. En een onbeperkte toegang tot de digitale informatiekanalen verleent.

De spoorwegonderneming, elkeen binnen zijn bevoegdheid, heeft zich verbonden om de informatie binnen een redelijke termijn te bezorgen, vooral voor wat betreft de tarieven, het treinaanbod en de uurregeling.

Betrekkingen tussen de spoorwegonderneming en het RGCT - Artikel 35 van het beheerscontract

In uitvoering van de wet betreffende de Overheidsbedrijven, werkt de spoorwegonderneming samen met het RGCT.

De spoorwegonderneming engageert zich om een volledig en gemotiveerd antwoord te geven op alle adviezen, door het Comité uitgebracht in verband met zijn activiteiten:

a) binnen de maand indien de informatie beschikbaar is binnen de onderneming;

b) binnen de twee maanden indien het antwoord voorafgaandelijke opzoekingen vereist;

c) binnen een redelijke termijn indien het de strategie van de onderneming betreft.

Indien de spoorwegonderneming niet binnen de maand kan antwoorden, moet zij het RGCT hiervan binnen de maand verwittigen en motiveren waarom een langere termijn noodzakelijk is.

  • binnen een overeen te komen termijn (rekening houdend met de tijd die nodig is om een ernstig advies te formuleren vooraleer definitieve beslissingen worden genomen) het Comité op de hoogte brengen van de belangrijke wijzigingen die worden gepland op vlak van treinaanbod, evenals op het vlak van tariefaanpassing of andere wijzigingen die de reiziger betreffen.
  • regelmatig het RGCT uit te nodigen (onderling af te spreken) op informatievergaderingen of overlegvergaderingen i.v.m. het gevolgde beleid.
  • een opvolgingsdossier op te stellen over de voorstellen van het RGCT die werden weerhouden.