Bevoegdheidsverdeling

De bevoegdheden inzake het vervoer zijn dan wel sinds de jaren 1980 verdeeld tussen de Gewesten en de Federale staat, het spoorwegvervoer blijft een hoofdzakelijk federale bevoegdheid. 

De FOD Mobiliteit en Vervoer en meer in het bijzonder het Directoraat-generaal Duurzame Mobiliteit en Spoorbeleid is belast met

  • de voorbereiding en de evaluatie van het spoorbeleid
  • de wetgeving en de reglementering inzake het spoor
  • de coördinatie van het spoorbeleid
  • bepaalde controles.

In dat kader is de FOD Mobiliteit en Vervoer belast met het toezicht op de twee openbare spoorwegondernemingen Infrabel en de NMBS.

Hij ziet ook toe op de naleving van de Europese verordening 1371/2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer.

Naast de FOD Mobiliteit en Vervoer bestaan er onafhankelijke diensten en instellingen die rechtstreeks onder het gezag vallen van de minister bevoegd voor mobiliteit en andere onder het gezag van de minister bevoegd voor overheidsbedrijven.

Onder de regering Michel werden de bevoegdheden over de verschillende onafhankelijke instanties vastgelegd als volgt:

Bevoegdheid van de Minister van Mobiliteit, belast met Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen

Bevoegdheid van de Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie

De Minister van Mobiliteit oefent bovendien het toezicht uit op de FOD Mobiliteit en Vervoer en dus op het Directoraat-generaal Duurzame Mobiliteit en Spoorbeleid, op één uitzondering na. Om onafhankelijkheidsredenen, werd de afgifte van de vergunningen van spoorwegondernemingen toevertrouwd aan de Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie.