Uitrusting voor pleziervaartuigen

 

U kijkt er vast naar uit om met uw pleziervaartuig op het water te vertoeven. Maar pleziervaren moet natuurlijk in veilige omstandigheden gebeuren. Daarom moet u aan boord bepaalde uitrusting voorzien. Sommige uitrusting is verplicht, andere aanbevolen. Alle uitrusting moet zich in goede staat bevinden en klaar zijn voor gebruik. 

 

De uitrustingseisen hangen af van: 

  • het gebruik van uw vaartuig (privaat of bedrijfs- of beroepsmatig) 
  • het type vaartuig 
  • de registratie van uw vaartuig 
  • de zone waarin u wilt varen 

 

Gebruik 

Voor pleziervaartuigen met bedrijfs- of beroepsmatig gebruik is meer uitrusting verplicht dan voor privaat gebruik. 

 

Privaat 

Een pleziervaartuig voor privaat gebruik is een vaartuig (2,5 tot en met 24 meter) waarmee u aan pleziervaart doet: 

  • met maximum 12 passagiers aan boord en 
  • dat u niet bedrijfs- of beroepsmatig gebruikt 

Denk bijvoorbeeld aan een vaartocht met eigen familie of vrienden.
 

Bedrijfs- of beroepsmatig 

Een pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik is een pleziervaartuig (2,5 tot en met 24 meter) dat u gebruikt bij de uitoefening van een economische activiteit: 

  • met of zonder winstoogmerk 
  • door een onderneming of een natuurlijke persoon 

Voorbeelden van bedrijfs- of beroepsmatig gebruik zijn:  

  • verhuur 
  • vervoer van maximum 12 betalende passagiers 
  • vaarlessen binnen het kader van pleziervaart 
  • gebruik van pleziervaartuigen geregistreerd door een verhuurbedrijf 
  • gebruik voor reddingsactiviteiten 

 

Type pleziervaartuig 

Er gelden algemene uitrustingseisen voor motor- en zeilboten. De uitrusting geldt voor pleziervaartuigen met een romplengte tot en met 24 meter. Voor pleziervaartuigen van meer dan 24 meter is er een aparte regeling. 

Voor bepaalde types van pleziervaartuigen is minder uitrusting verplicht of mag u alternatieve uitrusting voorzien: 

  • waterscooters 
  • vaartuigen voor kleinzeilerij 
  • sportkieljachten 
  • kleine reddingsvaartuigen 

 

Registratie 

De uitrusting hangt ook af van de registratie van uw pleziervaartuig. Er zijn twee types van registratie mogelijk: 

  • binnenwateren 
  • zee en binnenwateren 

 

Binnenwateren 

Als uw vaartuig geregistreerd is voor binnenwateren, moet u minstens de uitrusting voorzien voor zone 1.  

 

Zee en binnenwateren 

Als uw vaartuig geregistreerd is voor zee en binnenwateren, moet u minstens de basisuitrusting voor zee (zone 4) aan boord hebben, ook wanneer u zich op binnenwateren bevindt.  

 

Voorbeeld 

Uw vaartuig is geregistreerd voor zee en binnenwateren. Tijdens het weekend maakt u een vaartocht op de Leie. Ook al blijft u de hele tijd op binnenwateren (namelijk de Leie), u moet standaard de uitrusting voor zone 4 (zee) aan boord hebben.   

 

Zone 

Naast de uitrusting volgens de registratie moet u ook uitgerust zijn voor de zone waarin u wilt varen. U moet de uitrusting aan boord hebben voor alle zones die u tijdens uw reis doorkruist.  

  • zone 0: meren en plassen (nog niet van toepassing) 
  • zone 1: alle met de zee verbonden binnenwateren behalve de Beneden-Zeeschelde 
  • zone 2: de Beneden-Zeeschelde 
  • zone 3: de havens van de kust 
  • zone 4: de zone vanaf het strand tot 6 zeemijl 
  • zone 5: de zone vanaf 6 zeemijl tot 60 zeemijl 
  • zone 6: de zone vanaf 60 zeemijl tot 200 zeemijl 
  • zone 7: de zone voorbij 200 zeemijl 

Voorbeeld 

U maakt een vaartocht van Nieuwpoort naar Londen. Tijdens die tocht bevindt u zich op een bepaald moment verder dan 6 zeemijl van een kust (zone 5). U moet daarom voor die reis de uitrusting van zone 5 aan boord hebben.