Uitrusting

De voorgeschreven uitrusting aan boord van pleziervaartuigen is afhankelijk van het vaargebied. Grosso modo kan dit worden ingedeeld in zeewateren (territoriale zee, havens van de kust, Beneden-Zeeschelde, haven van Gent, Gent-Terneuzen, Zeebrugge-Brugge en Oostende-Brugge) en binnenwateren.

Belgische zeewateren

Pleziervaartuig, uitgezonderd kano, kajak en zeilplank

  • Reddingsmiddelen: reddingsgordel voor iedere opvarende, lichtgevende reddingsboei indien het vaartuig nachtelijke tochten onderneemt, afdoende noodseinen waaronder vuurpijlen.
  • Nautische instrumenten: misthoorn, magnetisch kompas, navigatielichten, dieplood.
  • Uitrustingsmaterieel: anker, pomp of hoosvat, voldoende aantal roeispanen met hun dollen, 20m tros voor allerhande werken, blusapparaat voor motorjachten, hamer, bootshaak, elektrische lamp geschikt voor het geven van lichtsignalen, volledig stel zeilen voor zeiljachten.
  • Heel- en verbandmiddelen: waterdichte doos met het nodige verband en andere gewone farmaceutische producten.
  • Documenten: vlaggenbrief, dubbel van de verzekeringspolis, getijdenboekje, bijgewerkte zeekaarten.

Kano en kajak

  • Reddingsmiddelen: opblaasbare reddingsboei of opblaasbare kussens.
  • Nautische instrumenten: kleine misthoorn of dubbele toonfluit.
  • Uitrustingsmaterieel: reservepaddel als het een éénzitter betreft, meertouw van ten minste 10m, opblaasbare puntluchtzakken vóór en achter voor vouwboten, enterhaakje, desgevallend de nummerplaat van de vereniging waartoe ze behoren of waarvan de eigenaar lid is.

Zeilplank en kitesurf

  • Reddingsmiddelen: isotherm pak dragen.
  • Uitrustingsmaterieel: 2 handstakellichten, bevestigingssysteem van de mast aan de plank.

Binnenwateren: uitgezonderd Gemeenschappelijke Maas en Brussel-Schelde

Pleziervaartuig

(uitgezonderd: wedstrijdroeiboot en trainingsroeiboot, kano en kajak, zeilplank, surfplank, opblaasbaar bootje niet geschikt om met motor te worden voortbewogen, vlot, klein schip met romplengte

  • Reddingsmiddelen: reddingsgordel (of kussen of vest) voor iedere opvarende; personen op waterscooters moeten een reddingsgordel dragen.
  • Nautische instrumenten: marifoon voor motorschepen langer dan 7 m.
  • Uitrustingsmaterieel (behalve voor waterscooters): anker of dreg, pomp of hoosvat, reserve voortstuwingsmiddel, 2 touwen minstens gelijk aan de lengte van het vaartuig, blusapparaat voor motorjachten.

Binnenwateren: Gemeenschappelijke Maas en Brussel-Schelde

Pleziervaartuig

  • Reddingsmiddelen: reddingsgordel (of kussen of vest) voor iedere opvarende.
  • Nautische instrumenten: misthoorn of toeter.
  • Uitrustingsmaterieel: anker of dreg, pomp of hoosvat, één of meer pagaaien of roeispanen, 2 touwen (30m en 10m), blusapparaat voor motorjachten.

Tips over de uitrusting

De Scheepvaartpolitie heeft in samenwerking met de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer een preventiebrochure voor de pleziervaart opgesteld (zie publicaties hieronder).