Praktijktestcentrum

De erkenning praktijktestcentrum

 

Een erkenning kan enkel gegeven worden door de minister aan een rechtspersoon volgens artikel 1.5 § 2 of artikel 1.6 § 2 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

 

De aanvraag tot erkenning wordt gericht aan het DG Scheepvaart en start met het indienen van een dossier. Dit dossier omvat volgende documenten:

  • Het KBO nummer.
  • Gegevens over de pleziervaartuigen die ter beschikking staan volgens verdere omschrijving (minimum romplengte van 6 meter, geldig certificaat van deugdelijkheid).
  • Overzicht van de examinatoren die verbonden zijn aan het praktijktestcentrum voor deze praktijktesten.
  • Beschrijving van de administratieve procedures.
  • Beschrijving van de organisatie van de praktijkexamens.
  • Overzicht van de vaarbevoegdheidsbewijzen pleziervaart waarvoor men een praktijktest wil organiseren als erkend praktijktestcentrum. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vaarbevoegdheidsbewijzen voor varen met een motorjacht (M) of varen met een zeiljacht (MS).
  • Beschrijving van het proces van verwerking van persoonsgegevens met inachtneming van het waarborgen van de grondrechten en fundamentele vrijheden van de betrokkene.
  • Beschrijving van een onafhankelijke beroepsprocedure.

 

Onderaan vindt u het aanvraagformulier dat u dient dit op te sturen naar testcentre.yachting@mobilit.fgov.be:

 

Onderaan vindt u ook een FAQ met de meest gestelde vragen

 

Verloop van de erkenningsprocedure: De administratie voert een audit uit om na te gaan als aan alle wettelijke en reglementaire voorwaarden is voldaan. Op basis van deze audit geeft de administratie een advies aan de minister over een eventuele erkenning.

 

De erkenning wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad met vermelding van:

  • Identificatiegegevens.
  • Erkenningsnummer.
  • Lijst van vaarbevoegdheidsbewijzen waarvoor het praktijktestcentrum is erkend.

 

Voorwaarden praktijktestcentrum

Om in aanmerking te komen voor een erkenning als praktijktestcentrum zijn er een aantal voorwaarden.

 

Het praktijktestcentrum moet beschikken over minstens 1 vestigingseenheid in België.

Deze vestigingseenheid in België beschikt over minstens 1 pleziervaartuig met een romplengte van meer dan 6 meter dat een geldig certificaat van deugdelijkheid heeft.

 

De examinatoren zijn aangesteld door het praktijktestcentrum en werken onder volledige verantwoordelijkheid van het praktijktestcentrum.

 

Verantwoordelijkheden van het praktijktestcentrum

 

  • Zorgen dat de praktijkexamens en examinatoren voldoen aan de wettelijke voorwaarden.
  • Zorgen dat de administratieve procedures gevolgd worden zoals beschreven bij aanvraag erkenning.
  • Zorgen dat de examens georganiseerd worden zoals beschreven bij aanvraag erkenning.

 

Er wordt door de administratie een jaarlijkse audit uitgevoegd bij het praktijktestcentrum ter validering van de erkenning. Tijdens deze audit wordt er gekeken als de geldende voorwaarden worden gerespecteerd.

Op basis van de jaarlijkse audit kan de administratie maatregelen voorstellen om eventuele tekortkomingen weg te werken. Indien het praktijktestcentrum geen gevolg geeft aan deze voorstellen binnen een redelijke termijn kan een advies overgemaakt worden door de administratie aan de minister om de erkenning van het betrokken praktijktestcentrum te schorsen of in te trekken. De minister kan overgaan tot schorsing of intrekking erkenning na betrokkene gehoord te hebben.

Indien sprake van een ernstige inbreuk waarbij de veiligheid van de examinator of kandidaat in het gedrang komt, kunnen de activiteiten door de minister met onmiddellijke ingang worden geschorst.

 

Een kandidaat kan pas deelnemen aan een praktisch examen als hij minstens 15 jaar oud is.

Het resultaat van een praktisch examen blijft 3 jaar geldig.

Een kandidaat is geslaagd bij een behaalde score op het praktisch examen van minstens 60%.

 

Een praktisch examen is pas geldig als het afgenomen is op een vaartuig dat aan bepaalde voorwaarden voldoet:

  • Dit vaartuig moet een gemotoriseerd pleziervaartuig zijn dat geregistreerd is voor bedrijfs- en beroepsmatig gebruik en in het bezit is van een geldig certificaat van deugdelijkheid.
  • Het vaartuig heeft een romplengte van minimaal 6 meter.
  • Eventueel kan een praktisch examen afgelegd worden met een gemotoriseerd pleziervaartuig waar de kandidaat die het examen aflegt een juridische band mee heeft.

 

Examinatoren

 

De examinator beschikt minstens over het vaarbevoegdheidsbewijs waarvoor als examinator opgetreden wordt.

 

Verder geldt voor de afname van een praktisch examen in de territoriale zee en de EEZ dat de examinator:

  • Minstens in het bezit is van een brevet yachtnavigator of;
  • Minstens in het bezig is van een brevet yachtman met volgende bijkomende voorwaarden:
    • Iedere 5 jaar wordt de opleiding “Basis overlevingstechnieken op zee” gevolgd (moet voor de eerste keer gevolgd worden op uiterlijk 31 december 2023)
    • Beschikken over een geldig medisch attest dat maximum 1 jaar oud is
    • Iedere 5 jaar wordt het bewijs geleverd van voldoende aantal mijl (750 zeemijlen voor yachtman MS) of uren (200 vaaruren voor yachtman M) ervaring of wordt een nieuw praktisch examen voor het brevet yachtman succesvol afgelegd.
      • Tot 31 december 2026 kan de nodige ervaring bewezen worden door alle nuttige informatie.
      • De houder van het brevet yachtman moet verklaren dat de nodige ervaring werd opgedaan.

 

Verder beschikt de examinator over een minimum aan recente ervaring als volgt:

  • Bij afnemen examen beperkt stuurbrevet en aanvulling algemeen stuurbrevet (M): 100 vaaruren gedurende de laatste 3 jaar
  • Bij afnemen examen beperkt stuurbrevet en aanvulling algemeen stuurbrevet (MS): 600 zeemijlen gedurende de laatste 3 jaar
  • Bij afnemen examen aanvulling yachtman (M): 400 vaaruren gedurende de laatste 5 jaar
  • Bij afnemen examen aanvulling yachtman (MS): 1500 zeemijlen gedurende de laatste 5 jaar
  • Bij afnemen examen radarbrevet: 100 vaaruren gedurende de laatste 3 jaar

 

Deze ervaring wordt bewezen door middel van het logboek dat ter beschikking moet zijn van de administratie. De inhoud van het logboek wordt vastgesteld door de minister.

 

Er is een overgangsperiode voorzien als volgt:

  • Tot 31 december 2024 voor beperkt stuurbrevet, algemeen stuurbrevet en radarbrevet:
    • De nodige ervaring kan bewezen worden door alle nuttige informatie.
    • De examinator moet verklaren dat aan deze ervaringsvereisten voldaan wordt.
  • Tot 31 december 2026 voor yachtman:
    • De nodige ervaring kan bewezen worden door alle nuttige informatie.
    • De examinator moet verklaren dat aan deze ervaringsvereisten voldaan wordt.

 

Het examen - praktisch

 

De eindtermen moeten verwerkt zijn in de examinering.

Er zijn tevens onmiddellijke stoppers voor het examen:

  • Beperkt stuurbrevet en algemeen stuurbrevet (M)
    • Rekening houden met de voorrangsregels en correct reageren
    • Dodemanskoord gebruiken indien aanwezig
    • Te allen tijde de volledige controle bewaren over het vaartuig
    • Een man overboord in recupereerbare positie brengen
  • Extra voor beperkt stuurbrevet en algemeen stuurbrevet (MS)
    • Reven of het zeiloppervlak verkleinen
    • Efficiënt zeilen van een driehoekig parkoers met minimum één indewinds rak en met de correcte zeilstand (aan de wind, halfwinds, ruime wind, voor de wind, gijpen, overstag gaan)
  • Aanvulling voor brevet yachtman (M of MS)
    • Algemene veiligheid / veiligheidsbriefing
    • Man-over-boord manoeuvre
    • Respecteren van voorrangsregels
    • Nachtvaart
    • Vaarplan opstellen (vóór vertrek)

 

Waar kan het examen georganiseerd worden en wat is de minimale duurtijd:

  • Beperkt stuurbrevet (M of MS), algemeen stuurbrevet (M of MS)
    • 1 uur per persoon
    • In de Belgische wateren en EEZ
  • Aanvulling voor brevet yachtman (M)
    • 6 uren per persoon
    • Minstens 3 uren tussen zonsondergang en zonsopgang
    • Minimaal 1 keer doorkruisen van het verkeersscheidingsstelsel
    • Minimaal 1 keer het aanlopen van een Belgische haven
    • Minimaal 1 keer het aan- en afmeren in een Belgische haven
  • Aanvulling voor brevet yachtman (MS)
    • 10 uren per persoon
    • Minstens 3 uren tussen zonsondergang en zonsopgang
    • Minimaal 1 keer doorkruisen van het verkeersscheidingsstelsel
    • Minimaal 1 keer het aanlopen van een Belgische haven
    • Minimaal 1 keer het aan- en afmeren in een Belgische haven
  • Radarbrevet
    • 30 minuten per persoon
    • Op alle met de zee verbonden binnenwateren (inclusief de Beneden-Zeeschelde) en/of in de havens van de kust (zones 1, 2 of 3)

 

Tijdens het praktisch examen mogen meerdere kandidaten aan boord zijn. De minimale duurtijd per persoon moet dan vermenigvuldigd worden met het aantal kandidaten aan boord om een correcte duurtijd van de praktijktest te bekomen.

 

Het traject van permanente evaluatie – praktisch

 

De praktijktest kan ook worden ingevuld door een traject van permanente evaluatie (de kandidaat wordt gedurende langere tijd gevolgd) onder volgende voorwaarden:

  • Traject is opgezet door een praktijktestcentrum.
  • De verschillende kennisonderdelen die getest moeten worden in een praktisch examen worden op verschillende momenten tijdens het traject getest.
  • Minstens 1 tocht van 10 uur ondernemen indien 1 kandidaat deelneemt aan dit onderdeel van de permanente evaluatie.
  • Minstens 1 tocht van 12 uur ondernemen indien 2, 3 of 4 kandidaten deelnemen aan dit onderdeel van de permanente evaluatie.

 

En verder

  • Mag een praktijkexamen afgelegd worden als er nog geen theoretisch examen is?
    • Ja dat mag.
  • Mag je naar het volgende niveau van brevet overgaan als je het brevet van het onderliggende niveau niet hebt aangevraagd?
    • Ja dat mag. Je moet het onderliggende brevet niet effectief in handen hebben.