Expo 'Geheimen van de Noordzee - Een verborgen geschiedenis onder water'

Duik vanaf 1 juli mee naar de bodem van de Noordzee in het Navigo museum van Oostduinkerke!

 

Ontdek er de vele geheimen die de Noordzee lange tijd kon bewaren. Ga mee op reis langs enkele van de meest indrukwekkende scheepswrakken en ontdek hoe ze op de bodem terechtkwamen.

 

Van een mythisch zeilschip van enkele eeuwen geleden, tot een Duits oorlogsschip. Je leert ze allemaal kennen en maakt kennis met het leven dat zich heeft gevestigd rond deze wonderlijke plekken. 

 

Met een 3D model van de West-Hinder, speelconstructie voor kids, voeldozen en vele spannende zeeverhalen heeft deze tentoonstelling voor elk wat wils. 

  

Deze zomer gedurende juli en augustus start de tentoonstelling te Oostduinkerke maar daarna gaat ze op reis door heel België. 

 

Meer informatie op de website van het NAVIGO-museum.

 

 

 

In totaal zijn er 55 wrakken erkend als cultureel erfgoed onder water. Deze erkende scheepswrakken hebben elk een interessante historische waarde.  

 

De elf meest interessante wrakken staan in het geel op de kaart en hieronder opgesomd. Wilt u op een van deze elf erkende scheepswrakken gaan duiken? Dan is hiervoor een duikmelding nodig, voor de overige wrakken is dit niet nodig.   

 

 

Welke wrakken zijn interessant als duiker?     

  • West-Hinder

​​4 april, 1864. Het eerste Belgisch lichtschip, de West-Hinder, bereikt haar bestemming: het zuidwestpunt van de West-Hinderbank. Hier zal het schip decennialang trouw haar plicht vervullen en de veiligheid op zee bevorderen. Een lichtschip is immers een varende vuurtoren. Met een lichtbaken en een oorverdovende misthoorn waarschuwt het andere schepen voor de zandbanken. Dat zullen dit schip en haar opvolgers doen tot 17 november 1993. Toen werden de lichtschepen vervangen door een automatisch elektronisch lichtplatform op een paal.

 

13 december 1912. Het is nacht. De West-Hinder dobbert op haar vaste locatie. Aan boord een machinist, een schipper en acht matrozen. Enkelen van hen slapen. Tot ze plots wakker schrikken van een oorverdovende dreun. Een zeelichter, de Minnie, wordt gesleept door het stoomschip Ekbatana van Hamburg-America. De Minnie raakt de West-Hinder. Niets kan het water tegenhouden. De West-Hinder zinkt samen met haar tienkoppige bemanning naar de bodem van de zee. Daar ligt ze tot op de dag van vandaag. Haar licht voor altijd uitgedoofd. 

 

  • HMS Wakeful 

Het schip is gebouwd in 1917 en gezonken in 1940 bij de evacuatie van Duinkerke tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze wraksite bestaat uit twee delen, telt een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 1000 m² en is een oorlogsgraf voor de 700 opvarenden en militairen.  

 

  • Houten schip voor kust Oostende 

Het houten wrak voor Oostende van ca. 30m lengte betreft een zeilschip uit een periode dat de haven van Oostende een grote rol speelde als internationale haven. Het schip is in de 19de eeuw gezonken iets ten oosten van de haveningang van Oostende en het wrak is in een opmerkelijk goede staat bewaard. Het wrak kon nog niet worden geïdentificeerd.

 

Dit wrak kon tot nu toe nog niet worden geïdentificeerd. Het gaat om een houten zeilschip, vermoedelijk een vrachtschip (van 30 tot 35m lengte) dat nabij de toenmalige belangrijke haven van Oostende gezonken is, vermoedelijk tussen 1750 en 1900. Eén van de bronnen van een houten wraksite in een nabijgelegen positie met dezelfde afmetingen en beschrijvingen als het hier behandelde wrak, spreekt echter over een op de site gevonden Engels bierflesje geproduceerd tussen 1910-1920 (s.d. 2001: 4).

 

  • SS Killmore

1890. Rook en metaalgekletter domineren de scheepswerf van Edwards Shipbuilding Company. Het bedrijf SS Lochmore Ltd. heeft hier een nieuwe bulkcarrier besteld. Een schip van bijna 90 meter lang, gebouwd uit staal, voortgestuwd door stoom. Op de scheepsbel wordt de naam van het schip gegraveerd. De SS Kilmore is geboren.

 

29 juli 1906. De SS Kilmore heeft er al veel reizen op zitten wanneer het onder bevel van kapitein Cotter uit Antwerpen vaart. Het is mistig op zee. De warme gloed van het lichtschip Westhinder toont waar de zandbank ligt, maar de geruststelling is van korte duur. Want wat beweegt daar in de mist? Een gevaarte komt op het schip af. Het is het stoomschip Montezuma. De aanvaring is onvermijdelijk. Het lawaai oorverdovend. De bemanningsleden zwemmen in het kolkende water. Ze worden één voor één aan de Montezuma gehesen. Porselein, glas en koperen bouten zinken. Jaren later zullen duikers een scheepsbel vinden op de zeebodem. Een bel met een naam. De SS Kilmore is no more.

 

  • ’t Vliegent Hert 

10 mei 1729, Middelburg, Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op de luidruchtige scheepswerf wordt de kiel gelegd van ’t Vliegent Hert. Een handelsschip. Kuildekschip, meer bepaald. Deze imposante driemaster behoort tot de vloot van de Verenigde Oostindische Compagnie, de eerste multinational ter wereld. Het zal de oceanen trotseren om handelswaren van en naar Azië te transporteren. Geen scheepsbouwer die wist dat het noodlottig schip maar één zo’n reis zou maken.​

 

3 februari 1735, 14u, Fort Rammekens, Zeeland. Hijs de zeilen! Vandaag vaart ’t Vliegent Hert uit, klaar voor een tweede reis naar Batavia, Indonesië. In het kielzog van de kleinere Anna Catharina. De bemanning op het dek is opgejaagd. Er ging al veel kostbare tijd verloren, want de reis werd uitgesteld door slecht weer. Gehaast manoeuvreren de schepen zich tussen de zandbanken door. Maar wat doet de Anna Catharina nu? Men weet toch dat het daar ondiep is?! Het schip loopt vast op een zandplateau. Ook voor ’t Vliegent Hert is het te laat om uit te wijken. Gekraak van gebroken masten. Het anker wordt uitgeworpen, maar het schip maakt water. Een laatste noodsalvo. Een halfuur voor middernacht zink ’t Vliegend Hert naar de zeebodem, samen met haar 256 opvarenden. In Blankenberge en Nieuwpoort spoelen wrakresten en handelswaren aan op het strand.    

 

  • U-11 

Duitse Onderzeeër van het lange-afstandstype. Deze grote boot werd in 1910 gebouwd en als éérste U-boot in Vlaanderen gestationeerd in 1914. De boot zonk door een mijn in een recent Brits mijnenveld ten noorden van de Oostendebank in december 1914. Het wrak, de enige duikboot van dit type in Belgische wateren, is relatief goed bewaard. Het voorschip is gescheurd (door mijnexplosie) en toren ligt op zijn zij. De buitenbekleding is verdwenen maar de binnenste drukhuid is nog grotendeels bewaard. Het is een oorlogsgraf voor de ca. 25 bemanningsleden.

 

Het wrak kon worden geïdentificeerd als de U-11 op basis van de typekenmerken en vondsten die duidelijk U-11 merkteken droegen. Deze grote Duitse U-boot van 57 x 5,6m werd gebouwd in 1911 in de Kaiserliche Werft in Danzig. De U-boot, van het type ‘langeafstandsboot’ was de eerste die in Vlaanderen werd gestationeerd, meer bepaald in Zeebrugge vanaf november 1914. Op 9 december 1914 verliet de U-11 Zeebrugge voor een patrouille in het gebied Dover-Calais. Sindsdien werd het schip vermist. Britse bronnen berichten over een conflict met / het zinken van een Duitse U-boot voor de haven van Dover op 12 december 1914 maar deze bronnen zijn niet bevestigd. De boot geraakte niet verder dan het Britse mijnenveld ten Noorden van de Oostendebank waar het een mijn raakte met alle opvarenden.

 

  • Torpilleur T-319

1908, rede van Nieuwpoort. De  is net gebouwd. Een Franse torpedoboot, aangedreven door stoom, uitgerust met twee dekkanonnen en twee torpedobuizen. In vredestijd, maar men moet altijd op het ergste voorbereid zijn. Dat zou blijken zes jaar later, met het uitbreken van Wereldoorlog I. De T-319 zal in die oorlog haar nut bewijzen. En haar einde kennen.

 

19 januari 1915. Een Duits mijnenveld moet opgeruimd worden. De Torpilleur T-319 wordt er samen met enkele andere torpedoboten op uitgestuurd. Eenmaal ter plaatse, een tweetal mijl ten noordwesten van de Nieuwpoortbank, beginnen de schepen aan hun missie. Maar een ramp voltrekt zich. Een verloren mijn ontploft ter hoogte van de brug van de T-319. Het voorschip scheurt open, het schip zinkt snel. De drenkelingen worden moeizaam aan boord van de andere torpedoboten gehesen. Vijf van hun collega’s zijn er niet meer bij.

 

    • HMS Briljant

    Wraksite van de HMS Brilliant (B115/256a) ligt samen met de HMS Sirius (115/256g) ten oosten van de Oostendse haven. Deze Britse kruisers van Apollo 2 klasse (3500 ton) gebouwd op het einde van de 19de eeuw zijn in 1918 afgezonken tijdens de eerste raid op Oostende in een poging de havengeul te blokkeren. De wrakken bevonden zich toen haaks op elkaar. Het is één van de weinige wraksites die overgebleven is van de raids op Zeebrugge en Oostende.

     

    HMS Brilliant, een lichte kruiser van Apollo type 2 gebouwd onder de Vlootverdedigingswet van 1889. Deze kruiser van de Apollo-klasse ondernam samen met eenzelfde type kruiser HMS Sirius een raid op Oostende met de bedoeling de haveningang te blokkeren. Door het verplaatsen van de boei op de Stroombank miste de Brilliant evenals de Sirius de haveningang en belandde ‘2400 yards’ oostwaarts van de havengeul. Op 23/04/1918 werden de Brilliant en de Sirius tot zinken gebracht ten oosten van de haveningang van Oostende. De wrakken situeerden zich haaks op elkaar en bleven nog lange tijd boven water zichtbaar. 

    • UB-29  

    30 april, 1915. De Duitse Keizerlijke Marine bestelt een onderzeeër in Bremen. Tijdens WOI groeit deze UB-29 uit tot een gevreesde killer. De U-boot teisterde de tegenstander tijdens 17 patrouilles. Onder het commando van de heren Putkuchen en Platsch bracht de UB-29 niet minder dan 36 schepen tot zinken met haar genadeloze torpedo’s. Zonder waarschuwing. De U-botenoorlog was zo meedogenloos dat het de VS gestimuleerd heeft om de oorlog te verklaren aan Duitsland.

     

    27 november 1916. De UB-29 vaart uit in oorlogsgebied. Haar 22 doorwinterde bemanningsleden weten niet dat dit de laatste missie zal zijn. Op 7 december werd het schip het laatst gezien. Britse bronnen geven aan het schip gezonken te hebben. Maar onderzoek op de wraksite wijst op een langere doodsstrijd. Het schip werd vermoedelijk geramd door een torpedobootjager. Dat volstond niet om de UB-29 klein te krijgen. Het sloeg op de vlucht. Wat verderop botste het op een mijn. Haar ooit zo dodelijke torpedo’s liggen nog steeds op de bodem van de Noordzee, vandaag als woonplaats voor tal van zeediertjes.

     

    • Vorpostenboot Senator Sthamer

    1906, Bremerhaven. Een stoomtreiler met tripelexpansiemotor, gebouwd zonder gewelddadige motieven. Maar daar besliste de geschiedenis, of toch de Duitse marine, anders over. Zoals veel andere particuliere schepen werd ze opgevorderd om te dienen in de Eerste Wereldoorlog. Haar nieuwe naam: ‘Vorpostenboot Senator Sthamer’. Het moet een vreemd zicht geweest zijn voor de oorspronkelijke eigenaars. Plots waren visnetten vervangen door machinegeweren en anti-luchtafweergeschut.

     

    2 april 1918. Omdat er onvoldoende oorlogsschepen waren om de lange kustlijnen te bewaken, werden Vorpostenboten hiervoor ingeschakeld. Plichtsbewust patrouilleerde de Senator Sthamer door de wateren tussen Oostende en Zeebrugge. Plots worden meeuwen en matrozen opgeschrikt door een doffe knal. De boot is aan stuurboordzijde op een mijn gevaren. Roemloos zinkt ze naar de bodem van de zee, waar ze tot op vandaag is blijven liggen.

     

    • Wraksite op de Buiten Ratel Zandbank 

    Groot houten zeilschip wellicht een Nederlands handelsschip gezonken rond 1741. Veel van het materiaal uit de site is het verleden geborgen door vzw NATA (Noordzee Archeologisch Team Aquarius) en werd onderzocht door Onroerend Erfgoed. De sterk verzande wrakresten en mogelijk resterende inboedel is nog steeds van groot historisch belang en vergt nog bijkomend onderzoek.

     

    Dit 18de-eeuwse zeilschip is hoogstwaarschijnlijk van Nederlandse origine. Het wrak werd gedateerd tussen 1740 en 1750 op basis van de geborgen vondsten. Dat het om een VOC-schip ging kan niet worden uitgesloten maar ook niet bevestigd. Het kan ook gaan om een ander handelsschip gaan (bv. van de West-Indische Compagnie of voor inter-Europese reizen naar het Zuidelijk halfrond). Geen van de beide 18de-eeuwse kanshebbers ‘Barneveld’ (gezonken in 1724) of ‘Bethlehem’ (gezonken in 1741) kon tot nu toe worden bevestigd op basis van de vondstenstudie. Op basis van de datering kon Barneveld echter al worden uitgesloten. De Bethlehem zou dan weer nabij het Schelde-estuarium bij Oostende zij gezonken in plaats van voor Nieuwpoort.

    • Motor Launch 561 ​

    Houten kanonneerboot van de serie ML 551-580, gebouwd in de Verenigde Staten. Deze boot werd ingeschakeld voor de Britse marine in de Raid op Zeebrugge op 23 april 1918 en is op een drijvende mijn gevaren op 21 oktober 1918 ter hoogte van het Oostendse kursaal. Het schip ligt grotendeels begraven. Het onderste deel van het wrak bleef onder sediment bewaard zoals ook de 2 zichtbare motorblokken.

     

    Dit wrak werd positief geïdentificeerd door een combinatie van typekenmerken, vindplaats en de makerstempel van een opgevist stuurwiel-mechanisme (Long Branch, New Jersey was een havenstad waar nautische instrumenten werden gemaakt). Deze stad ligt vlakbij Bayonne waar de oorspronkelijke ML-serie 550-580 werd gebouwd.

    • Torpilleur Branlebas 

    Een Franse torpedojager op stoom van ‘Branlebas-type’ uit 1908, gebouwd in Le Havre. Dit schip raakte naar grote waarschijnlijkheid op 29 september 1915 een mijn met zijn propeller ter hoogte van de Nieuwpoortbank. Het schip was een belangrijk vaartuig uit de Duinkerke Flotilla. Het wrak ligt rechtop, de romp is grotendeels ingestort met 3 grote bovengrondse wrakresten.

     

    Deze Franse torpedojager van ‘Branlebas-type’ werd in 1908 gebouwd in Le Havre. Het werd gevoegd bij het ‘Escadre du Nord’ in juli 1908. In 1911 werd het van Toulon naar Brest overgebracht en kwam in augustus bij de 2ème Escadre Légère, 1ère Escadrille de Torpilleurs.

     

     

    Meer info over deze bijzondere scheepswrakken

    FOD Volksgezondheid – DG Leefmilieu publiceerde een studie over deze 55 als erfgoed erkende scheepswrakken op de bodem van het Belgisch deel van de Noordzee. De inventaris bevat onder andere informatie over de staat van het wrak, maar ook de flora en de fauna erin en errond. Je vindt deze rapporten op de website van FOD Volksgezondheid. Een korte samenvatting van deze rapporten vind je in bovenstaand kaartje wanneer je klikt op een van de scheepswrakken of samengebundeld in dit overzicht.

     

    Bezoek deze zomer de expo ‘Geheimen van de Noordzee - Een verborgen geschiedenis onder water’ in het NAVIGO-museum in Oostduinkerke. Voor meer info, check de website van het museum.

     

    Meer info over Toezicht op de bescherming van scheepswrakken