Boeing B737 MAX

 

Koen Milis, Directeur Generaal van  het Directoraat Generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer: “Het DGLV heeft alle vertrouwen in het certificatiewerk dat uitgevoerd werd door het Europees Agentschap voor de Luchtvaartveiligheid (EASA). Het DGLV zal de vereiste maatregelen nu nauwkeurig opvolgen bij de operator zodat dat deze toestellen weer veilig kunnen opereren. Pas wanneer wij zeker zijn dat de toestellen luchtwaardig zijn, de operationele procedures aangepast zijn en de piloten de nodige training gekregen hebben, zullen de nodige certificaten om commercieel te vliegen afgeleverd worden.“

 

Na een periode van bijna 2 jaar wordt de Boeing B737 Max weer toegelaten tot het Europese luchtruim. Het Europees Agentschap voor de Luchtvaartveiligheid (EASA) heeft een grondige onafhankelijke analyse uitgevoerd en heeft in een luchtwaardigheid directieve (AD) voorwaarden bepaald waaraan de vliegtuigen, de operationele procedures en de piloten moeten voldoen alvorens er weer commercieel gevlogen mag worden met deze toestellen. 

 

Het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV) van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, zal nu voor ieder individueel toestel nagaan of aan deze voorwaarden is voldaan alvorens deze toestellen weer luchtwaardig te verklaren. Ook zullen de aanpassingen aan de operationele procedures uitvoerig nagekeken worden en zal iedere piloot een specifieke training krijgen alvorens er een toelating komt om de toestellen commercieel in te zetten.

 

De nieuwe voorwaarden waaraan voldaan moet worden zijn:

 

1. Technische verbeteringen :

a. Update van de vluchtbesturingscomputersoftware. Deze update verbetert onder meer de werking van het Manoeuvring Characteristics Augmentation System (MCAS). Het maakt een vergelijking mogelijk van de gegevens die van de verschillende systemen worden ontvangen, teneinde :

i. te voorkomen dat het MCAS-systeem de handelingen van de piloten overruled in geval van een probleem. 

ii. dat het MCAS-systeem uitgeschakeld wordt in geval van tegenstrijdige gegevens van redundante systemen, zoals de twee AOA-sondes (deze meten de aanvalshoek van het vliegtuig). 

b. Software-update voor het pilootinformatiesysteem. Deze update maakt het onder meer mogelijk om piloten door middel van een indicatie op hun beeldscherm te waarschuwen wanneer het AOA-systeem op een operationeel probleem stuit, zoals tegenstrijdige gegevens tussen de rechter- en de linkersensor. 

c. Verbeterde visuele identificatie van stroomonderbrekers ("Circuit Breakers") met betrekking tot de trilsystemen van de stuurkolom van beide piloten. Deze identificatie, in combinatie met bijgewerkte operationele procedures, stelt piloten in staat het trilsysteem tijdelijk uit te schakelen. Op die manier wordt de bemanning niet onnodig overbelast en kan ze zich beter concentreren op het beheer van ondervonden problemen. 

d. Herschikking van bepaalde bedrading in verband met de horizontale stabilisator. Dit om het risico op interferentie te verminderen. 

e. Het testen van het AOA-systeem op grond voordat het vliegtuig weer in gebruik wordt genomen. Deze test garandeert dat het AOA-systeem na het aanbrengen van de wijzigingen naar behoren functioneert. 

f. Controlevlucht voordat het vliegtuig weer in dienst wordt gesteld. 

 

2. Verbeteringen van de operationele procedures : 

a. Naar aanleiding van de vermelde wijzigingen is de inhoud van het vlieghandboek (AFM) herzien en verbeterd om piloten zo nauwkeurig mogelijke informatie te verstrekken. Dit omvat ook de procedures voor het omgaan met problemen die zich tijdens een vlucht kunnen voordoen, teneinde deze zo goed mogelijk op te lossen en de veiligheid van de rest van de vlucht te waarborgen. 

b. De MMEL (Master Minimum Equipment List) werd herzien om de dispatch-procedures voor vliegtuigen te beperken wanneer bepaalde systemen niet functioneren. 

 

3. Opleiding van piloten :

a. De opleiding van de piloten werd herzien, met de nadruk op het beheer van de vluchtsystemen van het vliegtuig zonder en met storingen. 

b. Deze herziening van de pilotenopleiding bestaat uit een theoretische opleiding en een sessie in een vluchtsimulator.

 

Het DGLV zal echter niet enkel aandacht besteden aan de nieuwe elementen die vereist worden door EASA. Er zal bijzondere aandacht besteedt worden aan het feit dat deze toestellen sinds bijna 2 jaar niet meer gevlogen hebben. Dit houdt in dat ieder toestel een grondig onderhoud zal krijgen en dat er na dit onderhoud uitvoerige testen op grond zullen gebeuren. Wanneer deze testen positief afgesloten worden en er aangetoond wordt dat aan alle vereisten voldaan is, zal het DGLV een specifieke vliegtoelating afleveren zodat een controlevlucht uitgevoerd kan worden om de goede werking van het toestel in vlucht te bevestigen. Het is pas na de positieve beoordeling van deze vlucht dat het toestel zijn standaard luchtwaardigheidscertificaat kan ontvangen van het DGLV. Het uitreiken van dit certificaat is de bevestiging dat het DGLV overtuigd is dat het toestel veilig kan vliegen en voldoet aan alle vereisten van de Europese luchtwaardigheidsregels.