Week van de Mobiliteit - Lucht- en wegvervoer zijn verantwoordelijk voor bijna ¼ van de uitstoot van broeikasgassen

De FOD Mobiliteit en Vervoer, die zich bewust is van de emissies van de verschillende vervoerswijzen, draagt bij tot de toekomstige beleidsbeslissingen, zowel in het kader van de voorbereiding als van de goedkeuring van nieuwe emissienormen. Meer in het algemeen ondersteunt hij en neemt hij deel aan de ontwikkeling van een meer duurzame mobiliteit in België. 

 

3% van de broeikasgassen wordt rechtstreeks door de luchtvaart uitgestoten 

De uitstoot van de luchtvaart is verantwoordelijk voor 3% van de broeikasgasemissies in de Europese Unie. Er is de afgelopen jaren veel moeite gedaan om deze impact te beperken. Zo zijn vliegtuigmotoren tegenwoordig al veel zuiniger dan enkele decennia geleden. Er worden ook innovatieve technologieën onderzocht en ontwikkeld om de uitstoot van CO2, NOx, onverbrande koolwaterstoffen en CO te verminderen. Voorbeelden hiervan zijn de studies over biobrandstoffen of de elektrische luchtvaart. Op korte termijn zijn deze technologieën echter nog niet rijp om op grote schaal te worden uitgerold. 

 

Op nationaal en internationaal niveau is er een levendig debat gaande over de vraag hoe het luchtvervoer door andere vervoerswijzen kan worden vervangen. Dit is zeker mogelijk voor de korte en middellange afstanden. Op maandag 21 september heeft de Duitse minister van Vervoer tijdens een Raad van Europese ministers van Vervoer het idee van een Trans-Europ-Express, met hogesnelheidstreinen, opnieuw gelanceerd. Het project zou het mogelijk maken om Brussel met Berlijn te verbinden in ongeveer zes uur, Berlijn met Barcelona in 13 uur en Brussel en Barcelona in acht uur.  

Er zijn echter veel inspanningen nodig om deze alternatieven mogelijk en aantrekkelijk te maken. 

 

Van het luchtverkeer naar het spoorverkeer? 

In dit verband heeft het directoraat-generaal Duurzame Mobiliteit en Spoorbeleid, in samenwerking met het directoraat-generaal Luchtvaart, een studie opgestart waarin men de mogelijkheden wil analyseren om bepaalde korteafstandsvluchten op de luchthaven van Brussel en andere Belgische luchthavens door internationale treinen te vervangen. 

 

Het resultaat van deze studie zal onder andere een lijst van stedenparen opleveren waartussen een luchtdienst door een internationale spoordienst kan worden vervangen - waar de spoorinfrastructuur aanwezig is en waar de trein een waardig alternatief kan vormen qua dienstverlening - met per stedenpaar een overzicht van de voorafgaande voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Daarnaast zal men in deze studie ook de verschillende mogelijkheden, kansen en uitdagingen onderzoeken die als basis kunnen dienen voor toekomstige beleidsbeslissingen in het kader van het promoten van het treingebruik, en meer in het algemeen, van de ontwikkeling van een meer duurzame mobiliteit in België. 

 

De studie wordt uitgevoerd door de groepering van de adviesbureaus SMA en Intraplan, en voorziet in een brede raadpleging van de actoren in de Belgische en Europese spoorweg- en luchtvaartsector. De studie ging begin september 2020 van start en de resultaten worden in de tweede helft van 2021 verwacht. 

 

Het verminderen van de vervuilende uitstoot van het luchtverkeer is één ding, maar het wegvervoer is het vervoer dat de meeste broeikasgassen uitstoot (19,35%). Het is dan ook van essentieel belang dat er in deze sector actie wordt ondernomen om de gevolgen voor de klimaatverandering en ons milieu te beperken. Met dit in het achterhoofd draagt onze FOD op beleidsniveau bij aan een koolstofvrije mobiliteit. 

 

 

 

Voertuigen met een (zeer) lage en nuluitstoot: welke emissies? 

In augustus 2020 was één op de tien nieuwe auto's elektrisch of hybride. Als we het hebben over voertuigen met een (zeer) lage en nuluitstoot, is het belangrijk om te onthouden dat dit concept alleen betrekking heeft op directe uitstoot aan de uitlaat. Naast deze belangrijke emissiebron zijn er nog andere die verband houden met de productie, het gebruik (remmen, banden, asfalt, enz.) en de recyclage van voertuigen. Rekening houdend met alle emissiebronnen is het wenselijk om aandacht te besteden aan het ontwerp van geëlektrificeerde voertuigen en het gebruik ervan, opdat deze nog meer zouden bijdragen aan een koolstofvrije en minder vervuilende mobiliteit. Men moet er vooral op letten om de voorkeur te geven aan een licht voertuig met een laag verbruik (kWh/100 km), dat is uitgerust met een zo klein mogelijke batterij (vermijd overdimensionering) die wordt opgeladen met elektriciteit uit hernieuwbare of koolstofvrije bronnen. 

Welke rol voor de FOD Mobiliteit? 

In het kader van de Green Deal werkt de Europese Commissie momenteel aan de herziening van de emissienormen (verontreinigende gassen en CO2), die in 2021 moet leiden tot nieuwe wetgevingsvoorstellen. Afgezien van de Green Deal wordt de herziening van de Real Driving Emissions-normen momenteel door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie goedgekeurd. Naast de FOD Volksgezondheid draagt de FOD Mobiliteit en Vervoer samen met zijn Europese partners actief bij tot de ontwikkeling en de invoering van deze nieuwe emissienormen, opdat ze meer rekening houden met de reële rijomstandigheden en alle emissiebronnen. In dit verband nemen onze deskundigen deel aan de vergaderingen van de technische en raadgevende comités van de Commissie en de Raad.