Telefoniegegevens en mobiliteit: analyse van de verplaatsingen in België.

Net als op andere gebieden worden ook op het gebied van mobiliteit steeds vaker "big data" gebruikt als aanvulling op de gebruikelijke gegevensbronnen. De FOD Mobiliteit en Vervoer is gestart met het testen en analyseren van dit soort gegevens om de gegevens die via de andere klassieke enquêtes werden ingewonnen, zoals de Monitor-enquête (2017) of de federale diagnostiek woon-werkverkeer (2017-2018), te vervolledigen.

 

Gelet op het belang van gegevens over personenstromen en het gebrek aan bronnen voor de evaluatie ervan, is gekozen voor gegevens van mobiele telefonie, in dit geval van de telecomoperator Orange. De gegevens werden ingewonnen tussen augustus 2018 en maart 2019.

 

Meer dan 12 miljoen verplaatsingen per dag

De verzamelde gegevens tonen het gemiddelde aantal intergemeentelijke verplaatsingen. Dit zijn de verplaatsingen met punten van vertrek en bestemming in twee verschillende gemeenten en deze zijn goed voor 12,7 miljoen verplaatsingen per dag. Dit aantal varieert naargelang het soort dag (schoolwerkdag of niet, weekends, feestdagen) en stijgt tot bijna 14,5 miljoen op schoolwerkdagen. Het merendeel (86%) van deze verplaatsingen behelst een afstand van minder dan 30 kilometer. Op een gemiddelde dag zijn er 1,76 miljoen verplaatsingen waarbij de afstand meer dan 30 kilometer bedraagt. 

 

De verplaatsingen van en naar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn goed voor 9% van alle intergemeentelijke verplaatsingen: bijna 10% op schoolwerkdagen, tegenover 7,7% in het weekend. Dit komt neer op 1,4 miljoen verplaatsingen op schoolwerkdagen: 1 miljoen van of naar Vlaanderen en 400.000 van of naar Wallonië.

 

Minder of meer uitgesproken spitsuren naargelang de dag

Aan de hand van de gegevens afkomstig van mobiele telefonie kan ook de omvang van de personenstroom gedurende de dag worden bepaald.

 

Op schoolwerkdagen zijn de ochtend- en avondspitsen zeer uitgesproken, met een piek tussen 7.30 en 8.00 uur en tussen 17.00 en 17.30 uur (aankomsttijden). We zien deze spitsuren ook op schoolvrije werkdagen, al zijn deze dan veel minder uitgesproken.

 

Op maandagen, dinsdagen en donderdagen zijn de verplaatsingsprofielen zeer vergelijkbaar. Woensdag springt in het oog met een meer uitgesproken personenstroom rond de middag door de woon-schoolverkeerverplaatsingen. Tot slot zijn er meer verplaatsingen op vrijdagavonden.

 

Interessante gegevens om te benutten

Zoals andere mobiliteitsactoren al hebben vastgesteld, kunnen gegevens van mobiele telefonie relevante informatie opleveren voor de beoordeling van de verplaatsingsstromen. Het aantal verplaatsingen dat Orange aangaf, alsook het type stroom, zowel qua plaats als qua tijd, komt in grote lijnen overeen met de resultaten van de mobiliteitsenquêtes die de FOD Mobiliteit en Vervoer hield.

 

De meerwaarde van dit soort gegevens schuilt in de grote hoeveelheid informatie (big data) die wordt verzameld, waardoor een grotere analytische precisie kan worden bereikt dan bij traditionele enquêtes. Big data kunnen vandaag de dag dus al bepaalde interessante resultaten opleveren, ook al kunnen ze de gebruikelijke statistische bronnen nog niet volledig vervangen. 

 

 Big Data - Analyse van de verplaatsingen in België (PDF, 1.3 MB)