Reddingsstrook verplicht vanaf 1 oktober

Vanaf 1 oktober zullen bestuurders verplicht worden om een ‘reddingsstrook’ te vormen op wegen met tenminste 2 rijstroken in de gevolgde richting vanaf het moment dat er filevorming optreedt. Zo kunnen hulpdiensten altijd vlot en vrij passeren. 

 

Zo maak je een reddingsstrook 

 

 

Om de weggebruikers te informeren hierover hebben Vias institute en de FOD Mobiliteit en Vervoer een FAQ opgesteld met daarin alles wat je als weggebruiker moet weten. 

 

1. Op welke wegen moet ik een reddingsstrook vormen?

Op alle wegen, of het nu autosnelwegen zijn of andere wegen, zelfs binnen de bebouwde kom, vanaf het ogenblik dat er tenminste twee rijstroken zijn in de richting die u volgt.

 

2. Vanaf wanneer moet ik uitwijken naar de zijkant om een reddingsstrook te vormen?

Zodra er zich files beginnen te vormen, zelfs als er op dat moment geen enkel prioritair voertuig van achteren nadert.

 

3. Welke prioritaire voertuigen mogen de reddingsstrook gebruiken?

De reddingsstrook mag gebruikt worden door alle prioritaire voertuigen, opdat zij snel kunnen tussenkomen op de plaats van een ongeval (politie, brandweervoertuigen, ziekenwagens, civiele bescherming, ...). Deze voertuigen moeten zijn uitgerust met blauwe lichten en een sirene, maar ze zijn niet verplicht om die altijd te gebruiken. U moet dus alert zijn.

 

4. Hoe kan ik er zeker van zijn dat de ruimte die ik laat voldoende is voor een reddingsstrook?

Alles hangt af van de breedte van de rijstroken, uw voertuig en degenen die naast u rijden. In de meeste gevallen is het voldoende om naar de kant uit te wijken en dit op uw eigen rijstrook. Als er echter een prioritair voertuig aankomt dat niet genoeg vrije doorgangsruimte heeft, zult u iets verder uit elkaar moeten gaan.

 

5. Mag ik de pechstrook gebruiken om een reddingsstrook te kunnen vormen?

Nee, vooral omdat sommige voertuigen, zoals takelwagens, vrije doorgang moeten hebben op deze pechstroken. U dient zich dus naar de zijkant te begeven maar wel binnen de grenzen van de rijbaan. Als u echter geen andere keuze heeft, zal u misschien soms tijdelijk over de pechstrook moeten rijden als een prioritair voertuig (dat zijn blauwe lichten en sirene gebruikt) van achteren nadert en onvoldoende ruimte heeft om in uw buurt op de reddingsstrook te rijden.

 

6. Mag ik het fietspad of de bijzondere overrijdbare bedding, voorbehouden voor voertuigen voor gemeenschappelijk vervoer, gebruiken om een reddingsstrook te kunnen vormen?

Nee, u mag deze inrichtingen niet gebruiken omdat ze geen deel uitmaken van de rijbaan. U moet zich dus naar de kant begeven, weliswaar binnen de grenzen van de rijbaan. Als een prioritair voertuig (dat zijn blauwe lichten en sirene gebruikt) echter van achteren nadert en niet genoeg ruimte heeft om op de reddingsstrook te rijden in uw buurt, heeft u wellicht geen andere keuze dan u tijdelijk te begeven op het fietspad of de bedding voor voertuigen voor gemeenschappelijk vervoer (zie artikel 38 van de Wegcode). In dat geval moet u altijd oppassen dat u de weggebruikers die zich daar bevinden niet in gevaar brengt.

 

7. Mag ik de reddingsstrook gebruiken als ik met de motorfiets rijd?

Als u met de motorfiets rijdt onder de voorwaarden voorzien in de Wegcode (maximumsnelheid van 50 km/u met een maximaal snelheidsverschil van 20 km/u ten opzichte van de andere voertuigen), mag u de reddingsstrook gebruiken, maar enkel op voorwaarde dat er geen enkel prioritair voertuig van achteren nadert. Als dit wel het geval is, moet u zich onmiddellijk naar de kant begeven om het de vrije doorgang te laten.

 

8. Welke andere Europese landen voorzien nog in het vormen van een reddingsstrook bij filevorming?

Duitsland, Oostenrijk, het Groothertogdom Luxemburg, de Tsjechische Republiek en Hongarije. Het wordt ook aanbevolen door Zwitserland en Slovenië.