Ook tijdens coronacrisis garanderen we veiligheid voor scheepsbemanning

Ondanks de coronacrisis blijft de FOD Mobiliteit en Vervoer de veiligheid aan boord garanderen door kwalitatieve scheepscontroles uit te voeren.  

 

Problematische repatriëring  

De coronacrisis laat zich wereldwijd voelen, ook op de koopvaardijschepen. De bemanning bevindt zich al sinds het begin van de uitbraak in woelig water. Hun oorspronkelijke contract is vervallen en toch raken velen niet thuis. 

 

Zeevarenden mogen internationaal maximum 11 maanden aan boord werken. Toch zitten velen al meer dan een jaar tot zelfs anderhalf jaar vast op een schip. Reden hiervoor is dat het voor sommigen onmogelijk is om naar huis te reizen en dit door het beperkt aantal vluchten, wat vaak nog eens gepaard gaat met een visumproblematiek. Hiervoor werd een tijdelijk gedoogbeleid opgesteld. Anderen zijn dan weer het slachtoffer van wanpraktijken en krijgen geen ticket naar huis van hun rederij. Dit leidt onvermijdelijk tot lamentabele situaties: sommige bemanningsleden zijn ondertussen ouders geworden, maar hebben hun kind nog steeds niet gezien; anderen kunnen geen afscheid nemen van een stervend familielid. Een ander gevolg is dat veel zeevarenden kampen met psychische problemen, omdat ze geen perspectief hebben en 7 dagen op 7 moeten werken.  

 

De economie draait wel verder, want de meeste schepen varen uit, maar de scheepslieden bekopen dat met hun welzijn. Dergelijke omstandigheden leiden immers tot oververmoeidheid en bijgevolg tot veiligheidsrisico’s en ongevallen. Om dat te vermijden, heeft de FOD Mobiliteit en Vervoer bij het crisiscentrum met succes geijverd om zeevarenden te beschouwen als essentiële werkers en dus de repatriëring te vergemakkelijken. 

 

Sinds het begin van de crisis ijvert de FOD Mobiliteit en Vervoer voor snelle en kordate oplossingen in geval van problematische repatriëringen. We passen de maximale termijn aan boord en de repatriëringsvoorwaarden van de MLC2006-conventie strikt toe, zowel voor schepen onder Belgische Vlag, als voor schepen onder vreemde vlag in de Belgische havens. 

 

 

 

 

 

Vlaggenstaat: Belgische schepen in internationale wateren  

Schepen onder Belgische Vlag worden gecontroleerd door de dienst Vlaggenstaat. Zij hebben een zogenaamde ‘white flag’ wat als een kwaliteitslabel geldt. Deze schepen volgen nauwgezet onze richtlijnen op en worden grondig gecontroleerd voor vertrek. 

 

Zo raadt Vlaggenstaat de Belgische schepen die momenteel varen sterk aan om, indien nodig, een alternatieve route te overwegen opdat de zeevarenden op tijd aan land kunnen gaan. Na een periode van 7 maand of in het geval van het verlopen van het contract, vraagt onze dienst een repatriëringsplan aan bij de reder.  

 

Dit plan geldt ook als garantie voor de bemanning en de wereldwijde controlediensten van schepen dat de bemanning effectief tijdig gerepatrieerd zal worden. 

 

De dienst Vlaggenstaat kreeg de afgelopen maanden 60 meldingen van bemanning die te lang aan boord van een Belgisch schip was. 32 van die gevallen zijn reeds opgelost.  

 

Havenstaat: internationale schepen in Belgische havens  

Schepen onder vreemde vlag die een Belgische haven binnenvaren moeten aan dezelfde voorwaarden voldoen. Die schepen komen bij de dienst Port State Control (PSC) terecht, ook wel Havenstaatcontrole genoemd in het Nederlands. Sinds midden maart tot eind september stelde PSC meerdere aanhoudingen vast op 175 uitgevoerde inspecties aan boord van vreemde schepen in Belgische havens, o.a. voor inbreuken op bemanningswissel. Daarbij bedroeg de gemiddelde aanhoudingstijd 9 dagen.  

 

Bij PSC-inspecties blijken ook de schepen zelf vaak niet in orde. Van de eerder vermelde 175 inspecties hadden vele schepen minstens één gebrek, die resulteerden in aanhouding. 1 op 4 schepen heeft een oververmoeide crew met een vervallen contract. Alles bij elkaar stelde PSC dit jaar vier keer meer aanhoudingen vast ten opzichte van vorig jaar.  

 

Sommigen vechten de detenties aan via de rechtbank, maar slaan een slag in het water. De hachelijke gevolgen van oververmoeide zeevarenden zijn dan ook onverdedigbaar. De FOD Mobiliteit en Vervoer blijft daarom de situatie op de voet volgen, door inspecties uit te voeren en streng op te treden waar en wanneer vereist.