100 jaar ten dienste van de burgerluchtvaart – vliegvergunningen

1. Het prille begin  


Het eerste officiële Belgische vliegbrevet werd door de Belgische Aero Club afgeleverd op 2 december 1909 aan Pierre Henri Marie Amédée Baron de Caters de Bosschaert. Hij was een luchtvaartpionier, autocoureur en bootracer en een van de eerste Belgen die een gemotoriseerde vlucht maakte in 1908. Eind 1909 waren er wereldwijd 32 piloten, waarvan 6 Belgen. 
 

Na de oprichting van de ‘Administratie van de Luchtvaart’ in 1919, wordt in 1920 een ministerieel besluit van kracht betreffende de regeling van licenties voor piloten. De administratie levert haar eerste pilotenvergunning af op 30 mei 1920 aan Max Paul Léon Marie Ghislain XIIII de Bruxelles. Pas een jaar later volgt de tweede vergunning, en nog een jaar later de derde.  
 

2. De eerste Belgische vrouwelijke piloot  


De eerste vrouwelijke piloot in België was Hélène Dutrieux. Zij kreeg in 1910 vergunning nummer 27 uitgereikt door de Belgische Aero Club. Er gingen haar dus slechts 26 mannen voor. Ze was na de Franse barones de Laroche de tweede vrouw ter wereld met een vlieglicentie en schreef een hele reeks records op haar naam, namelijk: 

  • de eerste Belgische vrouw met een vliegbrevet 
  • de eerste vrouw ter wereld die een afstandsvlucht volbracht 
  • de eerste vrouw ter wereld die een heen-en-terug vlucht had gemaakt tussen twee steden 
  • de eerste vrouw ter wereld die een vlucht met een passagier had gemaakt 
  • de eerste vrouw ter wereld die langer dan een uur in de lucht bleef (1 uur en 9 of 11 minuten, later nog eens overgedaan met een tijd van 2 uur en 35 minuten) 
  • de eerste winnares van de Coupe Femina 
  • de eerste vrouwelijke piloot die gedecoreerd werd als Ridder van het Franse Legioen van Eer 

Hélène Dutrieux. Foto: www.vieillestiges.be


De eerste Belgische vrouw in het bezit van het vliegbrevet van amateur-piloot afgeleverd door het Bestuur der Luchtvaart was Suzanne Lippens, de dochter van de toenmalige Minister van Verkeer. Zij kreeg haar brevet op 25 juni 1928, na welgeteld 8 uur instructie.  
 

3. Opleiding en examens  


De administratie organiseerde examens voor het bekomen van civiele vergunningen voor piloten en navigators. Om de kandidaten voor te bereiden op deze examens werd in 1927 de “Ecole de Navigation Aérienne” opgericht.  
 

In 1952 werd de Burgerluchtvaartschool (BLS) opgericht met hetzelfde doel. Ze werd beheerd door de administratie en operationeel uitgebaat door SABENA.  De school was gevestigd in Grimbergen, wat deze luchthaven één van de drukste van het land maakte in die tijd.  
 

Vanaf 1990 kwam de school om budgettaire redenen volledig in handen van SABENA. Ze werd omgedoopt tot Belgian Aviation School (BAS), later de Sabena Flight Academy (SFA) en ze vormt momenteel een onderdeel van CAE Oxford Aviation Academy.  
 

Met het ter ziele gaan van de BLS en de overdracht van de activiteiten aan de BAS, werd een nieuw tijdperk ingeleid. Trainingsorganisaties zouden niet langer beheerd worden door de overheid maar een privé karakter krijgen en beheerd worden als private ondernemingen. Piloten zouden vanaf dan geen beurs meer krijgen van de overheid en de training, die toch een slordige 100 000 euro kost, moeten ze zelf bekostigen.  

De eerste gebouwen van de Burgerluchtvaartschool (BLS). 
Foto: Sabena, Archief Frans Van Humbeek.  


De taken van het directoraat-generaal luchtvaart (DG LV) zijn sindsdien ook grondig veranderd wat betreft de opleidingen. Het DG LV houdt nu door middel van audits toezicht op ongeveer 26 Approved Training Organisations (commerciële scholen die hoofdzakelijk beroepsvliegers opleiden) en 37 Declared Training Organisations (opleidingen in vliegclubs voor privaat piloten).  

 

4. Vluchtsimulators 


Een ander domein waar het DG LV toezicht over houdt, zijn de vluchtsimulators. Een vliegsimulator of vluchtnabootser is een technisch systeem waarmee de vlucht van een vliegtuig nagebootst kan worden. Hoewel een dergelijk systeem ook gebruikt wordt voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe systemen en (vlieg)procedures, ligt de voornaamste toepassing in het opleiden en testen van piloten.  
 

Trainen en testen op een vliegtuig is in de huidige milieucontext niet meer verantwoord. Daarom is de simulator door de jaren heen geëvolueerd van een simpele "link trainer", die bestond uit een eenvoudig 'hokje' met wat basisinstrumenten, naar de huidige generatie simulatoren waarin een volledige cockpit is nagebouwd. Het DG LV zorgt ervoor dat deze gecertificeerd worden, zodat ze zo nauw mogelijk aansluiten bij het vlieggedrag van een echt vliegtuig. 

 

Een van de eerste vluchtsimulators naast een van de laatste modellen. Het verschil is immens.  
Foto’s: FOD Mobiliteit en Vervoer 

 

5. Een overzicht van de vliegvergunningen 


Het DG LV staat in voor het afleveren van allerlei vliegvergunningen. In het begin baseerde de administratie zich op nationale regels, maar sinds 1987 wordt er op Europees vlak samengewerkt om gelijkaardige regels uit te vaardigen voor piloten, en zo de standaardisatie te verzekeren. Eerst gebeurde dit binnen de JAA (Joint Aviation Authorities) op vrijwillige basis, maar sinds de intrede van EASA (European Aviation Safety Agency) in 2005 worden de pilootvergunningen Europees gereglementeerd.  
 

Momenteel telt het DG LV 8328 vergunningshouders, namelijk: 

  • 2192 houders van een professionele Europese vliegvergunning  
  • 3309 houders van een recreatieve Europese vliegvergunning (PART FCL) 
  • 1852 houders van een recreatieve nationale vergunningen (ULM, ballon, paramotor …) 
  • 975 houders van een vliegtuigtechnieker vergunning (PART 66) 

 

6. Meer dan een examen  


Om het luchtruim te betreden is niet enkel een vliegvergunning nodig; je moet ook medisch geschikt zijn om te vliegen. De drie medische centra, alsook 36 specifiek erkende artsen die de medische keuringen van piloten mogen uitvoeren, staan onder het toezicht van de medische dienst van het DG LV. Het is pas rond 2002 dat het DG LV deze bevoegdheid kreeg. Tot dan was het vroegere ministerie van Volksgezondheid bevoegd voor de medische keuring van piloten. 
 

Om te communiceren met de luchtverkeersleiding maakt een piloot gebruik van een radio aan boord van het luchtvaartuig. Deze radio maakt gebruik van specifieke luchtvaartfrequenties en vereiste een specifieke licentie die afgeleverd wordt door het Belgisch instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT). De theoretische en praktische examens voor het behalen van de licentie is ook de verantwoordelijkheid van het DG LV.  
 

De theoretische examens worden dus afgenomen bij het DG LV, de praktische examens door examinatoren die hiervoor een specifiek mandaat krijgen van het DG LV. Ook de opleidingscentra voor luchtvaarttechniekers, de PART 147-scholen en de examencentra die de English Language Proficiency-test afnemen, vallen allen onder het toezicht van de Directie Vergunningen.  
 

Momenteel wordt er vol ingezet op een betere dienstverlening aan de klanten. Hiertoe is een verdere doorontwikkeling van het luchtvaartportaal aan de gang om ook piloten een digitaal dossier aan te bieden waarin alle wijzigingen of aanvragen snel en efficiënt online kunnen gebeuren. Een eerste versie voor de paramotorpiloten zal nog dit jaar uitgerold worden. 

 

7. Wist je dat? 


Wist je dat België in 2007 een wereldprimeur had door als eerste land ter wereld piloten te vergunnen voor het vliegen met de A380, het grootste passagiersvliegtuig ter wereld?  
 

Vier ex-SABENA-piloten, die bij AIRBUS het opleidingsprogramma mee ontwikkelden, ontvingen de eerste vergunning op 14 maart 2007. 

Foto: Pixabay.