100 jaar ten dienste van de burgerluchtvaart – het ecologisch aspect

Net zoals de meeste andere transportsectoren, brengt luchtvervoer jammer genoeg een ecologische voetafdruk met zich mee. Het gaat dan voornamelijk om geluids- en luchtvervuiling rond luchthavens en de uitstoot van broeikasgassen.

 

Daarom is het ecologisch aspect van vliegen al meerdere jaren geïntegreerd in het beleid van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), de Europese en de Belgische autoriteiten.

 

Door de federale structuur van de Belgische staat zijn verschillende autoriteiten bevoegd, afhankelijk van het soort maatregelen. 

 

De federale overheid is bevoegd om algemene politieregels en technische voorschriften over communicatie- en transportmiddelen op te stellen. Daarnaast is zij ook bevoegd om regels op te stellen over de organisatie en de uitvoering van de luchtverkeersveiligheid op regionale luchthavens en openbare vliegvelden.

 

De gewesten zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het milieu en de uitrusting en exploitatie van openbare luchthavens en vliegvelden, met uitzondering van de luchthaven Brussel-Nationaal. 

 

 

1. De eerste stap: geluidsnormen

 

De ingebruikname van straalvliegtuigen was voor de internationale autoriteiten aanleiding om de kwestie van de geluidscertificering van vliegtuigen al in 1968 aan te pakken. Daarom werd in 1971 de eerste internationale norm gepubliceerd door ICAO. Daarin werden de geluidsgrenswaarden voor subsonische straalvliegtuigen tijdens het opstijgen en landen vastgelegd. Sindsdien zijn deze normen herhaaldelijk aangepast en uitgebreid naar andere soorten luchtvaartuigen (helikopters, lichte vliegtuigen, tiltrotors, enz).

 

In 1977 werden nieuwe toestellen onderworpen aan strengere normen, die in de loop der jaren altijd maar verder aangescherpt werden. 

 

Bron : https://www.cimne.com/vpage/2189/pgs2189/Objectives

 

 

De certificatie van deze geluidsnormen gebeurde in het verleden door de technische diensten van het DG LV. Hiervoor werden geluidsmetingen gedaan, vooral voor de kleinere toestellen. Voor de grotere toestellen werd dit gedaan door de bouwer en werd het nagekeken door het DG LV. Deze taak werd in 2005 overgenomen door EASA, het Europees agentschap voor de luchtvaartveiligheid.

 

Voor elk toestel, moet aangetoond worden dat voldaan wordt aan de maximaal toegelaten geluidswaarden. Dit wordt vastgelegd in een individueel ‘Noise Certificate’, waarover ieder toestel moet beschikken.  Het DG LV is verantwoordelijk voor de geluidscertificaten voor Belgische luchtvaartuigen.

 

Voorbeeld van een geluidscertificaat

 

 

Met de ontwikkeling van het massatoerisme waarbij het aantal vluchten aanzienlijk is toegenomen, heeft de ICAO in 2001 de "Balanced Approach to Aircraft Noise Management" gepubliceerd, een beginsel dat nu deel uitmaakt van de Europese regelgeving. De evenwichtige aanpak vereist de identificatie van geluidsproblemen op luchthavens en vervolgens een analyse van de verschillende beschikbare bestrijdingsmaatregelen, waarbij wordt gekeken naar vier belangrijkste elementen: 

  • geluidsbeperking aan de bron
  • ruimtelijke ordening en beheer
  • operationele procedures voor geluidsbeperking
  • exploitatiebeperkingen.

 

Deze aanpak werd ook gehanteerd bij de invoering van de exploitatiebeperkingen op Brussels Airport in 2003, herzien in 2009. Deze beperkingen voorzien de stopzetting van nachtactiviteiten van luchtvaartuigen die niet voldoen aan de geluidsnormen, de invoering van een systeem van maximale geluidshoeveelheden per beweging en per seizoen, een beperking van het aantal beschikbare nachtelijke luchthavenslots en periodes zonder opstijgingen.

 

In deze context volgt het DG LV het gebruik op van de luchthavenslots en de geldende exploitatiebeperkingen op de luchthaven van Brussel-Nationaal, onder leiding van het parket van Halle-Vilvoorde.

 

In het dossier over de geluidshinder rond de luchthaven van Brussel-Nationaal, zal het DG LV zijn steun en expertise blijven verlenen aan de FOD Mobiliteit en Vervoer om een stabiele toekomst op te bouwen, een evenwicht te vinden tussen de economische activiteiten en de milieudimensie op basis van een objectieve evaluatie door middel van overleg en dialoog.

 

Lden-geluidscontouren op de luchthaven van Brussel-Nationaal voor het jaar 2000 (in het groen) en 2019 (in het oranje)

Bron: Skeyes en Brussels Airport Company (https://www.batc.be/en/noise/noise-contours).

 

 

2. Een stapje verder: de luchtkwaliteit

 

Met het oog op de verbetering van de plaatselijke luchtkwaliteit rond luchthavens, publiceerde ICAO in 1981 een vereiste in verband met de certificering van de uitstoot van verontreinigende stoffen door vliegtuigmotoren. De eisen zijn natuurlijk ook op dit vlak geëvolueerd en hebben nu betrekking op de verschillende verontreinigende stoffen die door vliegtuigmotoren worden uitgestoten, zoals stikstofoxiden (NOx), koolwaterstoffen (HC), koolmonoxide (CO) en niet-vluchtige deeltjes (NVPM).

 

In het kader van de strijd tegen de klimaatverandering heeft de ICAO een pakket maatregelen ontwikkeld om de brandstofefficiëntie van vluchten jaarlijks met 2% te verbeteren en de CO2-uitstoot van de internationale luchtvaart te beperken tot die van 2020.

 

In dit kader heeft ICAO in 2016 een CO2-emissienorm voor vliegtuigen gepubliceerd die sinds 2020 van toepassing is op nieuwe vliegtuigtypes en vanaf 2023 op vliegtuigtypes die reeds in productie zijn. Vanaf 2028 zullen vliegtuigtypes die reeds in productie zijn, maar die niet meer aan de norm voldoen, niet meer geproduceerd mogen worden, tenzij de ontwerpen voldoende worden aangepast.

 

ICAO en zijn lidstaten werken aan de eerste wereldwijde, CO2-emissiecompenserende maatregel: het “Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (CORSIA)”, dat in 2021 de pilootfase ingaat. Daarnaast neemt de Europese Unie sinds 2012 de CO2-uitstoot van intra-Europese vluchten op in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (ETS). 

 

 

 

3. Blik op de toekomst

 

Het DG LV werkt samen met de gewesten en andere federale departementen via het Coördinatiecomité voor Internationaal Milieubeleid (CCIM). Op hun agenda staan de uitvoering van het ETS en CORSIA, de aanpassingen aan de Europese en mondiale regelgeving en de herziening van het bijbehorende Belgische samenwerkingsakkoord. In dit verband, is het DG LV ook verantwoordelijk voor de communicatie tussen de Belgische partijen en de ICAO.

 

Bovendien, werkt het DG LV ook samen met zijn partners aan het opstellen van een plan om de Belgische Luchtruimvisie 2030 te realiseren, een referentiedocument voor de planning en uitvoering van specifieke projecten om de structuur, het beheer en de dienstverlening in het Belgische luchtruim te verbeteren. Dankzij deze aanpak kunnen we inspelen op de evolutie van de gebruikers van het luchtruim en op de technologische vernieuwingen in de luchtvaartsector.

 

Tot slot houdt het DG LV ook toezicht op de plaats van het luchtvervoer in de ontwikkeling van de federale bijdrage aan het Belgische milieubeleid. In dit verband neemt het DG LV deel aan de werkzaamheden van de Europese werkgroep voor de luchtvaart en het milieu (EAEG) van de Europese Burgerluchtvaartconferentie. Het werkt ook samen met het Departement Strategie en Ondersteuning van de FOD over de deelname van de Belgische luchtvaartsector aan de doelstellingen en maatregelen van de Europese Green Deal.