100 jaar ten dienste van de burgerluchtvaart – De Belgische luchthavens

In 1909 opent het eerste Belgische publieke vliegveld in Kiewit. Het jaar daarvoor al (in 1908), werd het vliegveld van Spa geopend, maar dit was privaat. Het vliegveld van Kiewit kwam er amper 6 jaar na de eerste vlucht van de gebroeders Wright, wat het een van de oudste vliegvelden ter wereld maakt. In oktober 1910 vindt er de eerste Belgische vliegshow plaats. Een paar maand na Kiewit, opent in Brasschaat het tweede Belgische publieke vliegveld. 

 

Een grasveld, een windroos en een rookpot  

In die vroege jaren van de vliegvelden is er geen sprake van een startbaan zoals we die nu kennen. Het betreft enkel een groot grasveld vanwaar er altijd wordt opgestegen tegen de windrichting in, ongeacht uit welke richting deze kwam. In het midden van het grasveld is een windroos getekend en een rookpot geeft de windrichting en -kracht aan. De rookpot is ondertussen vervangen door een windzak. Op kleinere vliegvelden kan een seinenveld wel nog teruggevonden worden, en dit om aan landende piloten de informatie te verschaffen die ze nodig hebben om te landen.  

 

 

Bron: Overview - A history of Air Traffic Management in Belgium
Het oude vliegveld van Antwerpen met een grasveld met een rookpot in het midden.  

 

 

Bron: www.aerodromedenamur.be 
Het vliegveld van Namur, waar u nog een seinveld kunt terugvinden (links onder).  

 

 

De Eerste en Tweede Wereldoorlog  

De Belgische vliegvelden kennen vooral een grote ontwikkeling tijdens de twee wereldoorlogen. De Duitse troepen voeren grote infrastructuurwerken uit op vele Belgische vliegvelden. Zo bouwen ze bijvoorbeeld tijdens de Eerste Wereldoorlog een houten zeppelinloods op het grondgebied tussen Haren en Evere. Na de wapenstilstand van 1918, neemt de Belgische Militaire Luchtvaart het terrein en de achtergelaten infrastructuur over. Op deze locatie ontstaat en groeit de Belgische burgerluchtvaart.  

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog beginnen de Duitsers al snel met de bouw van een vliegveld op het grondgebied van Melsbroek. Hier verschijnt de nieuwe Fliegerhorst of luchtmachtbasis van Melsbroek. Het zwaartepunt van de burgerluchtvaart verplaatst zich daarom na de Tweede Wereldoorlog van Haren naar Melsbroek. Het onderhoud van de Sabena-vliegtuigen, zoals de DC-4 bijvoorbeeld, blijft nog tot het begin van de jaren vijftig in Haren. Vooraleer met passagiers te kunnen vertrekken, moeten de vliegtuigen de kilometerslange taxiweg van Haren naar Melsbroek afleggen.  

 

 

Bron: Overview - A history of Air Traffic Management in Belgium. 
Een DC-4 van Sabena op de lange taxiweg tussen Haren en Melsbroek.  

 

 

Voor het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt het Bestuur der Luchtvaart verantwoordelijk voor de uitbouw en uitbating van vliegvelden. Hier komt verandering in wanneer op 20 november 1946 de Regie der Luchtwegen (RLW) wordt opgericht, een instelling van openbaar nut die verantwoordelijk wordt voor de bouw, het beheer en de uitbating van de burgerluchthavens (niet te verwarren met de militaire luchthavens).  

 

In 1946 vallen zo 4 luchthavens (Brussel-Nationaal, Antwerpen-Deurne, Charleroi-Gosselies en Oostende-Middelkerke) en 6 vliegvelden (Brussel-Grimbergen, Gent-Sint-Denijs-Westrem, Liège-Bierset, Saint-Hubert, Spa-La Sauvenière en Knokke-Het Zoute) onder het toezicht van de RLW. Het Bestuur der Luchtvaart blijft verantwoordelijk voor het toezicht en het bepalen van de luchtvaartwetgeving. 

 

Het verschil tussen een luchthaven en een vliegveld is dat een luchthaven gecertifieerd is volgens internationale normen, internationale vluchten mag ontvangen, douanediensten, brandweer en meerdere faciliteiten heeft. Een vliegveld is enkel nationaal goedgekeurd en heeft geen internationale vluchten, douanediensten of brandweer.   

 

 

Van federaal naar gewest  

Eind 1989 vond de overdracht plaats van de bevoegdheden voor het beheer en de exploitatie van de regionale luchthavens van federaal niveau naar de gewesten. Enkel Zaventem blijft nationaal beheerd. De Brussels Airport Terminal Company en een deel van de RLW smelten samen tot BIAC (Brussels International Airport Company), dat in 2004 wordt geprivatiseerd en het huidige BAC (Brussels Airport Company) wordt. Het overige deel van de RLW wordt Belgocontrol, nu beter gekend als Skeyes. 

 

De taken van het DGLV voor wat betreft de luchthavens en andere luchtvaartterreinen zijn veelzijdiger dan men denkt. De grote luchthavens zijn sinds 2005 gecertifieerd volgens internationale regels en de kleine luchthavens en luchtvaartterreinen zijn gecertificeerd volgens nationale regels: beide moeten regelmatig worden gecontroleerd. Het DGLV behandelt niet enkel de klassieke luchthavens, maar ook helideks op gebouwen, schepen of booreilanden. Bij de controles op deze luchtvaartterreinen evalueren onze medewerkers de vlieg- en grondprocedures, de uitrusting voor verlichting en markeringen, de brandbestrijdingsmiddelen, de noodplannen, de kaarten en afmetingen, de obstakels, enzovoort. Sinds kort heeft het DGLV zelfs een drone ter beschikking voor deze controles. 

 

 

Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer 
Controle van een luchtvaartterrein, waar opmetingen worden gemaakt dmv luchtfoto’s.  

 

 

Luchtvaartterreinen in België  

 Hier volgt een overzicht van alle luchtvaartterreinen die momenteel vergund zijn in België. Het DGLV organiseert er regelmatig audits.  

  • 6 gecertificeerde luchthavens (EBBR, EBCI, EBLG, EBOS, EBAW et EBKT) 
  • 28 vliegvelden 
  • 13 ULM-terreinen 
  • 92 heliports (waaronder 2 platformen in de Noordzee) 
  • 2 permanente paramotorterreinen 
  • 8 paradropterreinen 
  • 3 permanente terreinen voor luchtballonnen 
  • 128 modelluchtvaartterreinen 

 

Het DGLV levert ook toestemmingen af voor evenementen en airshows op deze terreinen, maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld voor vuurwerk, oplaten van ballonnen, tijdelijke helihavens, enzovoort. Zij geven ook adviezen voor de inplanting en bebakening (met kleur en verlichting) van hoge obstakels, zoals gebouwen, windmolens, hoogspanningsleidingen en kranen. 

 

Daarnaast worden ook de economische dossiers van de luchthavens opgevolgd, alsook het beheer van de vliegslots en de grondafhandeling op de luchthavens.

 

Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer 
Heliplatform op een ziekenhuis 

 

 

 

Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer 

Helideck op een schip 

 

 

 

Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer 

Inspectie van een helideck op een booreiland in de Noordzee. 

 

 

 

Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer 

Inspectie van een helideck op een booreiland in de Noordzee. 

 

 

Wist je dat: 

Wist je dat luchthavens worden aangeduid door een vierlettercode van het ICAO (International Civil Aviation Organization)? Europa heeft heel veel luchthavens om slechts één startletter te kunnen gebruiken, en dus werd dit opgelost door op te splitsen in Exxx voor Noord-Europa en Lxxx voor Zuid-Europa. De tweede letter duidt het land aan, vandaar dat in België alle luchthavens beginnen met EBxx. In Frankrijk is dit bijvoorbeeld LFxx. De laatste 2 letters geven de specifieke locatie weer. Bijvoorbeeld EBBR voor Brussel, EBOS voor Oostende, EBSP voor Spa, enzovoort.  

 

Wist je dat de expo in Gent gebouwd is op de exacte locatie van de voormalige luchthaven van Gent? Waar tot 1984 de startbaan lag, bevindt zich nu de B402 of Adolphe Pégoudlaan, genoemd naar de Franse stunt- en gevechtspiloot die er als eerste een succesvolle looping uitvoerde. 

 

Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer