CEF Transport | Studie voor de aanleg van een 2de spoor op het traject van de Ijzeren Rijn

In het kader van het programma Connecting Europe Facility - Transport zal de Europese Unie een studie subsidiëren ter voorbereiding van de aanleg van een tweede spoor op de lijn 19 tussen Balen- Werkplaatsen en Neerpelt. Deze studie en de werken die ze voorbereidt, maken deel uit van het grotere project om de IJzeren Rijn te heropenen. 

Op vrijdag 27 september heeft de Europese Commissie aan de lidstaten de resultaten gepresenteerd van de oproep voor projecten die op 24 april 2019 werd afgesloten.

 

In het kader van deze oproep is een subsidie ​​van 1,8 miljoen euro toegekend aan Infrabel om een ​​onderzoek uit te voeren met betrekking tot de spoorlijn 19 die de provincie Limburg doorkruist richting Nederland. Deze studie, die in het eerste kwartaal van 2022 zal worden voltooid, heeft als doel de aanleg voor te bereiden van een tweede 13,3 km lang geëlektrificeerd spoor tussen Balen-Werkplaatsen en Neerpelt. Meer specifiek omvat deze studie alle technische analyses, het verkrijgen van de vergunningen en de realisatie van de milieu-impactstudies die nodig zijn om met de bouw van dit tweede spoor te beginnen.

 

De aanleg van dit tweede spoor zal de efficiëntie en robuustheid van de spoorverbindingen tussen de provincie Limburg en Antwerpen aanzienlijk verhogen. Dit project is een aanvulling op de elektrificatiewerkzaamheden van lijn 19 die momenteel lopen ​​en waarvoor in 2017 Europese financiële steun ter waarde van € 18,5 miljoen werd verkregen.

 

Op langere termijn maakt het project voor de aanleg van een tweede spoor tussen Balen-Werkplaatsen en Neerpelt ook deel uit van het project voor de heropening van de IJzeren Rijn, die toelaat de Belgische havens rechtstreeks te verbinden met het Ruhrgebied in Duitsland, via Nederlands grondgebied.

 

 

Het programma CEF-Transport en de FOD Mobiliteit en Vervoer

Het programma Connecting Europe Facility - Transportis het financiële instrument dat het Europese beleid inzake vervoersinfrastructuur ondersteunt. Het is met name bedoeld om de grensoverschrijdende projecten te financieren, de knelpunten weg te werken en ontbrekende verbindingen op het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-V) aan te leggen. Het programma richt zich ook op de projecten die de beperking van de milieueffecten beogen en de verbetering van de efficiëntie en de veiligheid van de verschillende vervoerswijzen.

 

Om Europese financiële steun te kunnen genieten, moeten de kandidaten reageren op de projectoproepen die de Europese Commissie uitschrijft. 

 

De subsidieaanvragen moeten verplicht gevalideerd worden door de betrokken lidstaten. In België moeten, naargelang van het type van project, de subsidieaanvragen hetzij bij de FOD Mobiliteit en Vervoer, hetzij door de Gewesten gevalideerd worden. De FOD Mobiliteit is verantwoordelijk onder andere voor de validering van de subsidieaanvragen bettreffende de spoorwegprojecten.