FAQ

1. Alvorens te beginnen

1.1 Wat is het doel van de enquête?

1.2 Wat is de impact van de COVID-19-gezondheidscrisis?

1.3 Wat is de uiterste datum om de enquête in te voeren?

1.4 Op welk moment vul ik de enquête het best in?

1.5 Is de enquête verplicht en tot wie richt ze zich?

1.6 Ik heb niet deelgenomen aan de voorgaande enquêtes. Kan ik aan de enquête van 2021 deelnemen?

1.7 Ik moet eveneens een bedrijfsvervoerplan indienen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Wat is de link tussen de twee verplichtingen?

1.8 Wat gebeurt er als ik geen enquête indien, hoewel ik het wettelijk zou moeten doen?

1.9 Wij hebben de officiële brief nooit ontvangen.

1.10 Komt deze verplichting dikwijls terug?

2. Berekening van het aantal werknemers

2.1 Hoe weet ik of mijn onderneming gemiddeld meer dan 100 werknemers in dienst heeft?

2.2 Mijn onderneming/instelling heeft minder dan 101 werknemers, en toch ontvingen wij een oproep tot deelname.

2.3 Wij zijn een school met minder dan 101 werknemers of leerkrachten. Toch ontvingen wij een oproep tot deelname.

2.4 Hoe weet ik of ik voor een bepaalde vestigingseenheid een enquête moet invullen?

2.5 Moet ik een formulier invullen als geen enkele vestigingseenheid 30 werknemers bereikt (hoewel het totaal wel 100 overschrijdt)?

2.6 Kunnen ook vestigingseenheden met minder dan 30 werknemers deelnemen aan de enquête (bijvoorbeeld om alle werknemers van mijn bedrijf/instelling gelijk te behandelen)?

2.7 Moeten werknemers die (langdurig) afwezig zijn (ziek, bevallingsverlof …) worden meegeteld voor de berekening van de limiet van 30 werknemers per vestigingseenheid?

2.8 Moeten stagiairs meegeteld worden in de enquête?

2.9 Moeten werknemers in deeltijdse werkloosheid meegeteld worden?

2.10 Tellen fulltime telewerkers mee in het aantal werknemers per vestigingseenheid?

2.11 Hoe moeten externen (B) ingevuld worden in de enquête?

2.12 Wat is het verschil tussen (B) en (B’)?

2.13 Hoe het aantal werknemers (A) + (B) voor een school berekenen?

2.14 Hoe het aantal werknemers (A) + (B) voor een interimkantoor berekenen?

2.15 Moeten werknemers die in het buitenland wonen ook worden opgenomen in de enquête? Hoe deze in te vullen in tabel 3.2?

3. De internettoepassing: formulier voor de werkgever en bevraging van de werknemer

3.1 Waar kan ik de internettoepassing terugvinden?

3.2 Wanneer is de applicatie beschikbaar?

3.3 Hoe krijg ik toegang tot de toepassing?

3.4 Normaal gezien  dient een sociaal secretariaat of een dienstverlener mijn gegevens inzake sociale zekerheid in. Wat moet ik doen voor deze mobiliteitsenquête?

3.5 Niet alle vestigingseenheden verschijnen op het scherm. Wat moet ik doen?

3.6 Het aantal werknemers volgens de RSZ is niet correct.

3.7 Wat moet ik doen als ik de automatische gegevens over werknemersaantallen per vestigingseenheid volgens de RSZ niet terugvind in de internettoepassing of wanneer ze foutief zijn?

3.8 Hoe start ik het online formulier voor de werkgever en de bevraging van de werknemer?

3.9 Kan ik de werknemers van verschillende vestigingseenheden groeperen in één enquêteformulier?

3.10 Hoe kan ik de gegevens per werknemer (vervoerswijzen, telewerk) intern in mijn bedrijf/instelling inzamelen?

3.11 Verloopt de online bevraging van de werknemers anoniem?

3.12 Kan de mobiliteitsverantwoordelijke van de onderneming  de resultaten van de online werknemersenquête nog bijsturen?

3.13 Wordt telewerk opgenomen in het verplaatsingsgedrag?

3.14 Wat te doen als de werknemer het grootste deel van het jaar heeft getelewerkt maar zich nu terug naar de vestigingseenheid begeeft?

3.15 Hoe en aan wie moet ik advies vragen over de enquête?

3.16 Mag ik de enquêtes met de post of per e-mail verzenden?

4. Na verzending van de vragenlijst

4.1 Kan ik een reeds gevalideerde enquête nog aanpassen?

4.2 Hoe de resultaten van de enquête ontvangen?

Heeft u nog bijkomende vragen?

 

1. Alvorens te beginnen

1.1 Wat is het doel van de enquête?

Het doel van de enquête is om een beter beeld te krijgen van de mobiliteitstoestand van ondernemingen en werkgevers. Enerzijds om het bestuur  in te lichten (de operatoren van openbaar vervoer, de ontwerpers en beheerders van de gemeentelijke mobiliteitsplannen, enz.) en anderzijds om mobiliteitsverbeteringen aan te moedigen via een dialoog tussen de werkgever en zijn werknemers (of vertegenwoordiging).

 

1.2 Wat is de impact van de COVID-19-gezondheidscrisis?

Normaal gezien vindt de federale enquête woon-werkverkeer om de drie jaar plaats en stond deze gepland vanaf 30 juni 2020. Als gevolg van de huidige gezondheidscrisis werd de enquête een jaar uitgesteld en loopt deze nu tussen 30 juni 2021 en 31 januari 2022.

 

Hoewel de startdatum van de enquête 30 juni is, raden we aan om zowel het formulier voor de werkgever als de eventuele bevraging van de werknemers te laten invullen vanaf september. Dan zal  de impact van de gezondheidscrisis op de cijfers hopelijk minder  zijn en zullen  de aanbevolen telewerkmaatregelen versoepeld zijn.

 

Naast de werknemers die zich regelmatig naar de vestigingseenheid begeven, worden dit jaar ook  de werknemers die door de gezondheidscrisis van thuis uit werken opgenomen in de enquête.

 

De FOD voorziet een internetapplicatie die de werkgever in staat stelt om de werknemers online te bevragen. U vindt de online tool via   www.mobilit.belgium.be/nl/mobiliteit/woon_werkverkeer.

 

1.3 Wat is de uiterste datum om de enquête in te voeren?

De uiterste datum is 31 januari 2022.

 

Te doorlopen stappen (zie ook onder hoofdstuk 3):

  1. U verzamelt de gegevens en u vult het online formulier voor de werkgever in (maar u verzendt deze nog niet). Het is aangeraden om de gegevensverzameling uit te voeren op een later tijdstip in het jaar (vanaf september) wanneer de gezondheidscrisis de cijfers minder vertekent.
  2. Tenminste twee  maanden voor de uiterste datum legt u het formulier ter advies voor aan de vertegenwoordigers van de werknemers: de ondernemingsraad (privésector) of het overlegcomité (openbare sector). Bij gebrek daaraan legt u het voor aan de vakbondsafvaardiging; indien er geen ondernemingsraad, overlegcomité of vakbonds-afvaardiging is, dienen de werknemers op de hoogte te worden gebracht van de resultaten van de enquête.
  3. De instantie die de werknemers vertegenwoordigt, kijkt de enquête na en geeft u haar advies.
  4. U verzendt het ingevulde formulier naar de FOD Mobiliteit en Vervoer via de internettoepassing.

 

 

 

1.4 Op welk moment vul ik de enquête het best in?

De FOD voorziet een internetapplicatie die de werkgever in staat stelt om de werknemers online te bevragen. U vindt de online tool via www.mobilit.belgium.be/nl/mobiliteit/woon_werkverkeer/enquete_2021.

 

Bij voorkeur raden wij aan om zowel het formulier voor de werkgever als de eventuele bevraging van de werknemers te laten invullen vanaf september. Dan is  de impact van de gezondheidscrisis op de cijfers hopelijk minder  en zullen de aanbevolen telewerkmaatregelen versoepeld  zijn.

 

1.5 Is de enquête verplicht en tot wie richt ze zich?

Ja, ze is verplicht voor werkgevers (zowel privésector als openbare sector) die meer dan 100 werknemers in dienst hebben (gemiddelde over vier  kwartalen met als laatste dag 30 juni 2021). Deze werkgevers moeten voor elke vestigingseenheid met minstens 30 werknemers een formulier invullen.

 

1.6 Ik heb niet deelgenomen aan de voorgaande enquêtes. Kan ik aan de enquête van 2021 deelnemen?

Ja, natuurlijk. De wettelijke verplichting blijft.

 

1.7 Ik moet eveneens een bedrijfsvervoerplan indienen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Wat is de link tussen de twee verplichtingen?

Als  u in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in  eenzelfde vestiging  meer dan 100  werknemers tewerkstelt, dan moet u voor deze vestiging  een bedrijfsvervoerplan (BVP) opmaken (http://www.leefmilieu.brussels/themas/mobiliteit/vervoerplannen). Hiervoor gebruikt u de toepassing die  Leefmilieu Brussel ter beschikking  stelt.

 

Een deel van de informatie wordt in beide verplichtingen opgevraagd. Als  u het BVP-formulier hebt  ingevuld en bij het verzenden naar Leefmilieu Brussel hebt aangeduid dat de gegevens mogen doorgestuurd worden naar de federale overheid, moet  u voor de betrokken vestigingen  de federale diagnostiek niet meer invullen .

 

Opgelet: U moet wel de referenties van het advies van de ondernemingsraad toevoegen (verplicht voor de federale overheid) in het BVP-formulier.

 

Voor de vestigingen in Brussel  die tussen de 30 en 100 werknemers tewerkstellen, en voor de vestigingen in Vlaanderen en in Wallonië  met meer dan 30 werknemers, moet  u enkel de federale enquête invullen  (zie tabel onder vraag 2.4).

 

1.8 Wat gebeurt er als ik geen enquête indien, hoewel ik het wettelijk zou moeten doen?

Aangezien de ondernemingsraad op de hoogte moet zijn van de resultaten van de enquête (art. 15 van de Wet van 20 september 1948), zijn de straffen voorzien door art. 191 van het Sociaal Strafwetboek van 6 juni 2010 hierop van toepassing.

 

1.9 Wij hebben de officiële brief nooit ontvangen.

Als u binnen de wettelijke verplichting valt (zie vraag 1.5), bent u verplicht aan de enquête deel te nemen. U kunt een kopie van de brief opvragen via de helpdesk met vermelding van uw ondernemingsnummer.

 

1.10 Komt deze verplichting dikwijls terug?

Om de drie jaar: 2005, 2008, 2011, 2014, 2017 ... Uitzonderlijk werd omwille van de COVID-19-gezondheidscrisis de enquête van 2020 met een jaar uitgesteld.

 

2. Berekening van het aantal werknemers

2.1 Hoe weet ik of mijn onderneming gemiddeld meer dan 100 werknemers in dienst heeft?

Voor privaatrechtelijke ondernemingen:

De berekening gebeurt als volgt en is ongeveer gelijk aan voltijdse equivalenten (zie Koninklijk Besluit van 15 mei 2003 betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk).

U neemt de periode van vier  kwartalen met als laatste dag 30 juni 2021 (d.i. van 1 juli 2020 t.e.m. 30 juni 2021). Voor iedere werknemer telt u het aantal dagen in deze periode tussen de aanvang van zijn contract en het einde ervan. Dit resultaat deelt u door 365. Voor werknemers waarvan het contract al aanving op (of vóór) 1 juli 2020 en nog steeds loopt op 30 juni 2021, is het resultaat dus 1.

Uitzondering: wanneer het uurrooster van een werknemer minder is dan 3/4 van een voltijds uurrooster, wordt het resultaat voor deze werknemer gedeeld door 2. 

Voor interimwerknemers is de berekening gelijkaardig, alleen telt men slechts één kwartaal met als laatste dag 30 juni 2021 en deelt men door 92 i.p.v. door 365. Het resultaat wordt bij de andere werknemers opgeteld.

 

Voor de openbare diensten en de autonome overheidsbedrijven:

Het gemiddelde van de tewerkgestelde werknemers is het aantal statutaire en contractuele personeelsleden (met een arbeidsovereenkomst sinds ten minste één jaar) die op 30 juni 2021 in dienst zijn (Art.1, 3°lid van het Koninklijk Besluit van 16 mei 2003 houdende de uitvoering van hoofdstuk XI van de programmawet van 8 april 2003 betreffende de verzameling van gegevens over de woon-werkverplaatsing van de werknemer).

 

Opgelet:

- Dit aantal dient enkel om te weten of u de enquête al dan niet dient in te vullen; de enquête zelf gaat over het aantal personen die werkelijk in de betrokken vestigingseenheid werken

- Externe werknemers (= werknemers betaald door een andere werkgever) moeten niet meegeteld worden voor de berekening (> 100) maar wel voor de berekening van het aantal werknemers per vestigingseenheid (minstens 30)

 

2.2 Mijn onderneming/instelling heeft minder dan 101 werknemers, en toch ontvingen wij een oproep tot deelname.

Zorg dat u zeker bent dat u de juiste berekeningswijze hanteert en vergeet interimwerknemers niet mee te tellen (zie vorige vraag).

Komt u aan niet meer dan 100 werknemers, dan stuurt u best een e-mail naar enquetewwv@mobilit.fgov.be of een brief aan “Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directie Mobiliteit, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel”.

U vermeldt de naam en het KBO-nummer van de onderneming/instelling en u vermeldt ook dat de onderneming/instelling gemiddeld niet meer dan 100 werknemers in dienst heeft.

 

2.3 Wij zijn een school met minder dan 101 werknemers of leerkrachten. Toch ontvingen wij een oproep tot deelname.

Het aantal werknemers (incl. leerkrachten) moet op het niveau van de inrichtende macht bekeken worden. Een gemeentelijke school bijvoorbeeld, is een vestigingseenheid van de gemeente (inrichtende macht). Komt de inrichtende macht in totaal aan meer dan 100 werknemers (incl. leerkrachten) dan moet deze deelnemen aan de enquête voor elke vestigingseenheid (of school) met minstens 30 werknemers (incl. leerkrachten).

 

2.4 Hoe weet ik of ik voor een bepaalde vestigingseenheid een enquête moet invullen?

Een formulier moet worden ingevuld voor elke vestigingseenheid waar zich ten minste 30 werknemers (inclusief interimwerknemers en externe werknemers zoals leerkrachten en consulenten) onder normale omstandigheden (d.w.z. afgezien van de gezondheidscrisis) ten minste twee dagen per week naartoe begeven. Bijvoorbeeld: werfarbeiders, vertegenwoordigers die 's ochtends hun materiaal komen halen op de vestigingseenheid en 's avonds terugbrengen, worden wel meegeteld. Gaan zij doorgaans rechtstreeks van thuis naar de werf of naar klanten, dan worden ze niet meegeteld.

Als de som van het aantal werknemers 30 of meer is, moet er voor de vestigingseenheid een formulier worden ingevuld.

 

Opgelet: voor de editie 2021 worden uitzonderlijk de werknemers meegeteld die door de gezondheidscrisis permanent telewerken, maar die zich onder normale omstandigheden ten minste twee dagen per week naar de eenheid begeven.

 

Onderstaande figuur geeft een voorbeeld van welke vestigingseenheden al dan niet (groen/rood) moeten opgenomen worden:

 

Werkgever 1

In totaal zijn er meer dan 100 werknemers tewerkgesteld in de onderneming. U gaat dus voor elke vestigingseenheid na hoeveel werknemers zich onder normale omstandigheden (buiten de gezondheidscrisis) ten minste twee  dagen per week naar de betreffende vestigingseenheid begeven.

 

Aangezien dat aantal voor de vestigingseenheden een  en  twee  groter of gelijk is aan 30, moet  u voor deze twee vestigingseenheden een formulier invullen.

 

Voor vestigingseenheid drie  blijkt dat er zich in totaal slechts 20 werknemers effectief ten minste twee  dagen per week naar de vestigingseenheid begeven. Een formulier invullen is voor deze vestigingseenheid dus niet verplicht. U geeft voor de betreffende vestigingseenheid  via de internetapplicatie op hoeveel werknemers (in dit voorbeeld twintig ) zich ten minste twee  dagen per week naar de vestigingseenheid begeven (via (A), (B) en (B’)). Via deze weg is het voor de FOD Mobiliteit en Vervoer duidelijk dat u voor de betreffende vestigingseenheid geen enquête woon-werkverplaatsing zal invullen.

 

Werkgever 2

In totaal zijn er meer dan 100 werknemers tewerkgesteld in de onderneming. U gaat dus  voor elke vestigingseenheid na hoeveel werknemers zich onder normale omstandigheden (buiten de gezondheidscrisis) ten minste twee  dagen per week naar de betreffende vestigingseenheid begeven.

 

In de eerste vestigingseenheid zijn er niet meer dan 30 werknemers die zich ten minste twee  dagen per week verplaatsen. Voor deze vestigingseenheid dient geen formulier ingevuld te worden.

 

Verder zijn er nog eens 100 werknemers bij de onderneming tewerkgesteld die geen vaste vestigingseenheid hebben.

 

Geen enkele enquête moet ingevuld worden door de werkgever. Indien u als werkgever een brief of mail ontvangen hebt van de FOD Mobiliteit en Vervoer, gelieve dan een e-mail enquetewwv@mobilit.fgov.be terug te sturen met de vermelding van de naam en het KBO-nummer van de onderneming/instelling. U vermeldt daarbij ook dat de onderneming/instelling geen enkele vestigingseenheid telt waar zich minstens 30 werknemers ten minste twee  dagen per week naartoe begeven (zie vraag 2.5).

 

Werkgever 3

U ontving een brief of mail van de FOD Mobiliteit en Vervoer maar uw onderneming telt niet meer dan 100 werknemers. Gelieve een mail terug te sturen waarin u de naam en het KBO-nummer van de onderneming/instelling vermeldt, samen met de mededeling dat uw onderneming/instelling gemiddeld niet meer dan 100 werknemers in dienst heeft (zie vraag 2.2).

 

Samengevat voor de verschillende regio’s:

# werknemers per vestigingseenheid

Brussel

Vlaanderen

Wallonië

<30

Niet verplicht

Niet verplicht

Niet verplicht

Tussen 30 en 100

Federale diagnostiek

Federale diagnostiek

Federale diagnostiek

>100

Bedrijfsvervoerplan

Federale diagnostiek

Federale diagnostiek

 

2.5 Moet ik een formulier invullen als geen enkele vestigingseenheid 30 werknemers bereikt (hoewel het totaal wel 100 overschrijdt)?

Neen. In dat geval kunt  u dit best melden, met vermelding van de naam van uw onderneming en het KBO-ondernemingsnummer. Dit kan via e-mail aan enquetewwv@mobilit.fgov.be of met een brief aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directie Mobiliteit, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel.

 

2.6 Kunnen ook vestigingseenheden met minder dan 30 werknemers deelnemen aan de enquête (bijvoorbeeld om alle werknemers van mijn bedrijf/instelling gelijk te behandelen)?

Ja, voor deze vestigingseenheden is de enquête welkom maar niet verplicht.

 

2.7 Moeten werknemers die (langdurig) afwezig zijn (ziek, bevallingsverlof …) worden meegeteld voor de berekening van de limiet van 30 werknemers per vestigingseenheid?

Deze werknemers tellen mee als ze niet vervangen worden tijdens hun afwezigheid. Worden ze wel vervangen, dan hoeft u enkel de vervanger te tellen.

 

2.8 Moeten stagiairs meegeteld worden in de enquête?

Als het om een stagiair gaat die werknemer is, dan moet de persoon opgenomen worden in de enquête. Wanneer het om een stagiair gaat die student is of werkzoekende, dan moet hij niet opgenomen worden in de enquête.

 

2.9 Moeten werknemers in deeltijdse werkloosheid meegeteld worden?

Als  de werknemers in deeltijdse werkloosheid zich toch minstens twee  dagen per week naar de vestigingseenheid begeven, moet u ze meetellen voor  de enquête woon-werkverkeer.

 

2.10 Tellen fulltime telewerkers mee in het aantal werknemers per vestigingseenheid?

Alle medewerkers, zowel intern als extern, die zich onder normale omstandigheden (d.w.z. afgezien van de gezondheidscrisis) ten minste twee dagen per week naar de vestigingseenheid begeven, moet u meetellen. Zelfs als ze omwille van de gezondheidscrisis momenteel van thuis uit werken.

 

2.11 Hoe moeten externen (B) ingevuld worden in de enquête?

Het totaal (B) betreft werknemers aanwezig in de betrokken vestigingseenheid, maar tewerkgesteld door een andere werkgever. Enkel de externen die zich onder normale omstandigheden (d.w.z. afgezien van de gezondheidscrisis) ten minste twee dagen per week naar de vestigingseenheid begeven, moet u vermelden. Het kan bijvoorbeeld gaan om door de Gemeenschap ter beschikking gestelde leerkrachten, gedetacheerd personeel, consulenten,…

 

Opgelet: voor de bepaling van het totaal aantal werknemers (minstens 100 per werkgever, zie vraag 2.1), worden de externen bij hun eigen werkgever geteld.

 

2.12 Wat is het verschil tussen (B) en (B’)?

U hoeft niet alle externen verplicht mee te rekenen voor het invullen van het formulier. Het cijfer (B) geeft het aantal externen weer die zich werkelijk en regelmatig naar de desbetreffende eenheid begeven. Niet alle externen moeten echter in de enquête worden opgenomen. Het getal (B') staat voor het aantal externen dat niet in de enquête is opgenomen. Dit aantal mag door de werkgever zelf worden bepaald, maar mag niet hoger zijn dan 60% van (B).

 

Bijvoorbeeld: ik heb 50 externe werknemers die in mijn vestigingseenheid werken. Ik moet er tussen de 20 en 50 meetellen in de enquête. Het aantal externen dat ik niet meetel, geef ik op onder (B’).

 

2.13 Hoe het aantal werknemers (A) + (B) voor een school berekenen?

Voor scholen is het totaal aantal werknemers gelijk aan het aantal leerkrachten (meestal betaald door de Gemeenschap) + de andere werknemers.

 

2.14 Hoe het aantal werknemers (A) + (B) voor een interimkantoor berekenen?

Voor interimagentschappen moet enkel het eigen administratief personeel (aanwervingsdienst, boekhouding, enz.) in het totaal van (A) + (B) voorkomen.

 

2.15 Moeten werknemers die in het buitenland wonen ook worden opgenomen in de enquête? Hoe deze in te vullen in tabel 3.2?

Ja, de inlichtingen voor de werknemers die in het buitenland wonen, moet u  ook verzamelen. Dit is  volgens dezelfde regels als voor andere werknemers, maar met gebruik van de fictieve postcode "9876".

 

3. De internettoepassing: formulier voor de werkgever en bevraging van de werknemer

3.1 Waar kan ik de internettoepassing terugvinden?

Op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer: www.mobilit.belgium.be/nl/mobiliteit/woonwerkverkeer/enquete_2021.

 

3.2 Wanneer is de applicatie beschikbaar?

De toepassing is beschikbaar vanaf begin juli 2021.

Het is aangeraden om de gegevensverzameling uit te voeren op een later tijdstip in het jaar (vanaf september) wanneer de gezondheidscrisis de cijfers minder vertekent.

Als de toepassing niet werkt of als u een foutmelding ontvangt, neemt u best contact op met de helpdesk op het nummer 02/545.50.74 of mail uw vraag naar enquetewwvmobilit@eranova.fgov.be.

 

Gelieve de volgende gegevens bij de hand te houden: KBO-ondernemingsnummer, nummer van de vestigingseenheid en het tijdstip van de fout.

 

3.3 Hoe krijg ik toegang tot de toepassing?

Zoals voor andere toepassingen van de overheid (aangifte BTW ...), moet uw werkgever u de toestemming geven om de toepassing voor het invullen van het formulier te gebruiken. Dat valt onder het beheer van de eGov-rollen.

 

Als u in 2017 toegang had tot de toepassing, hebt u er normaal gezien nog toegang toe. Als  dit niet het geval is, moet u zich richten n tot de verantwoordelijke voor toegangsbeheer van uw werkgever (of, indien hij bestaat, tot de toegangsbeheerder voor het domein “mobiliteit”).

 

Wie zijn de toegangsbeheerders in mijn organisatie?

De toegangsbeheerders bevinden zich meestal bij de personeelsdienst. Als je de toegangsbeheerders van je organisatie niet kent kan je dit te weten komen via de helpdesk CSAM: info@csam.be, tel: 02/290.28.45.

Voor scholen is deze toegang doorgaans aanwezig bij de inrichtende macht (administratie van de provincie, van de gemeente ...).

 

3.4 Normaal gezien  dient een sociaal secretariaat of een dienstverlener mijn gegevens inzake sociale zekerheid in. Wat moet ik doen voor deze mobiliteitsenquête?

Net zoals voor toepassingen van de sociale zekerheid, kan uw sociaal secretariaat of een dienstverlener de enquête woon-werkverkeer invoeren.

 

3.5 Niet alle vestigingseenheden verschijnen op het scherm. Wat moet ik doen?

Dit wil zeggen dat de ontbrekende vestigingseenheden ook niet bestaan bij de Kruispuntbank voor Ondernemingen (KBO). De werkgever moet  de aanpassing aanvragen. Van zodra de vestigingseenheid is aangemaakt in de KBO, kan de enquête voltooid worden.

 

3.6 Het aantal werknemers volgens de RSZ is niet correct.

De cijfers onder “Aantal werknemers RSZ” worden enkel ter informatie gegeven. Het betreft het aantal werknemers op 30 juni 2021 (of een kwartaal eerder als de gegevens van 30 juni nog niet beschikbaar zijn). De cijfers worden door de RSZ (RSZ-PPO) bepaald op basis van de personeelsaangiften van de werkgever, en kunnen niet veranderd worden.

 

3.7 Wat moet ik doen als ik de automatische gegevens over werknemersaantallen per vestigingseenheid volgens de RSZ niet terugvind in de internettoepassing of wanneer ze foutief zijn?

Meestal is de reden dat de werkgever bij zijn personeelsaangiften niet heeft aangeduid op welke vestigingseenheid de werknemers werken, of dat de situatie recent gewijzigd is. Verbetering van deze RSZ- (of RSZPPO) gegevens met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

 

Voor de enquête is vooral het aantal werknemers onder (C) van belang (werknemers die onder normale omstandigheden (d.w.z. afgezien van de gezondheidscrisis) zich ten minste twee dagen per week naar de vestigingseenheid begeven, met ten minste 40% van de externen in hetzelfde geval). Dit aantal is door uzelf op te geven en over dit aantal gaat de rest van de enquête.

 

3.8 Hoe start ik het online formulier voor de werkgever en de bevraging van de werknemer?

Nadat u via uw KBO-nummer bent ingelogd op de applicatie, komt u op een overzichtsblad terecht met alle verschillende vestigingen van de onderneming. Naast het vestigingsnummer en de overige coördinaten per vestiging, ziet u de status van de enquête, zowel wat betreft het formulier voor de werkgever als wat betreft de bevraging van de werknemer.

 

Om te weten of u voor de betreffende vestigingseenheid een formulier moet invullen, klikt u op het pictogram met het "+"-teken om het aantal werknemers in de eenheid in te voeren.

 

Wanneer de enquête verplicht is, verandert de status in “Begonnen”. Vanaf dat moment kunt u het formulier voor de werkgever beginnen invullen onder “Wijzigen”.  Als u dit  wenst, kunt u bevraging van de werknemer onder “Beheer” configureren.

 

Onder het Beheer van de werknemersbevraging kan de mobiliteitsverantwoordelijke van de onderneming bepalen welke vragen toegevoegd worden aan de standaardvragen inzake woon-werkverplaatsingen.

 

3.9 Kan ik de werknemers van verschillende vestigingseenheden groeperen in één enquêteformulier?

Vanuit het oogpunt van de mobiliteit is het de reële situatie die moet worden geanalyseerd. Indien de eenheden van eenzelfde werkgever dicht bij elkaar gelegen zijn (in hetzelfde gebouw of er net naast), mogen ze gegroepeerd worden in één enquête. Hiervoor doet u het volgende:

  • Uit de eenheden die u wenst te groeperen kiest u de eenheid die volgens u de hoofdeenheid is (idealiter waar er het meeste werknemers zijn).
  • U neemt contact op met de FOD Mobiliteit en Vervoer op volgend adres enquetewwv@mobilit.fgov.be om mee te delen dat u verschillende eenheden in één enquête wilt groeperen en u geeft daarbij aan over welke KBO-ondernemingsnummers het gaat.
  • U vult de enquête in op het KBO-ondernemingsnummer van de hoofdeenheid en u houdt rekening met alle werknemers van de te groeperen eenheden.

 

3.10 Hoe kan ik de gegevens per werknemer (vervoerswijzen, telewerk) intern in mijn bedrijf/instelling inzamelen?

Hoe de gegevens intern verzameld worden is de verantwoordelijkheid van de werkgever. De gegevens die nodig zijn om de vragenlijst in te vullen, kunnen beschikbaar zijn bij de personeelsdienst (bijvoorbeeld een lijst uit de databank met de gegevens van de mensen die een fietsvergoeding ontvangen, de terugbetalingen voor de verplaatsingen met het openbaar vervoer, enz.). Er kan ook een interne bevraging bij de werknemers (eventueel anoniem) worden georganiseerd.

 

De FOD Mobiliteit en Vervoer stelt een hulpmiddel ter beschikking (facultatief) dat toelaat de werknemers via e-mail te ondervragen. Dit hulpmiddel is geïntegreerd in de toepassing voor het invullen van de vragenlijst. De gegevens van de werknemers worden automatisch gegroepeerd voor de verschillende onderdelen van de bevraging.

 

3.11 Verloopt de online bevraging van de werknemers anoniem?

Onder het Beheer van de online werknemersbevraging kunnen verschillende zaken aangevinkt worden als extra vragen bij de standaardvragen over de woon-werkverplaatsing: het e-mailadres van de werknemer, vragen over bedrijfswagen en mobiliteitsbudget en vragen i.v.m. bereikbaarheid en mobiliteitsproblemen.

 

Vragen naar het e-mailadres van de werknemer kan nuttig zijn voor de werkgever om te voorkomen dat werknemers meer dan eens antwoorden en om werknemers die nog niet hebben gereageerd eraan te kunnen herinneren aan de enquête deel te nemen.

 

De e-mailadressen worden niet bijgehouden door de FOD Mobiliteit en Vervoer, dit is louter informatief voor de werkgever zelf. Deze boodschap wordt eveneens meegegeven aan de werknemer die deelneemt aan de bevraging.

 

3.12 Kan de mobiliteitsverantwoordelijke van de onderneming  de resultaten van de online werknemersenquête nog bijsturen?

Vanaf de eerste werknemer de online bevraging beantwoord heeft, verschijnen de resultaten in de betreffende tabellen. Het is de bedoeling dat 40% van de werknemers die opgegeven zijn onder (C) de bevraging invullen. Pas dan kunnen de cijfers voorgelegd worden aan de sociale partners en nadien finaal verstuurd worden naar de FOD. Het is voor de mobiliteitsverantwoordelijke (of de persoon die het formulier voor de werkgever invult) wel mogelijk om na het afsluiten van de werknemersbevraging de resultaten na te kijken en eventueel aan te passen met de eigen bevindingen. 

 

3.13 Hoe moet ik het formulier invullen voor werknemers die permanent telewerken als gevolg van de gezondheidscrisis?

Als gevolg van de gezondheidscrisis wordt telewerk, naast de vraag over het aantal dagen telewerk per werknemer, opgenomen als een aparte vervoerwijze deel 3 van het formulier (verplaatsingswijze). Als meest gekozen vervoermiddel bij de hoofdverplaatsingswijze van de werknemer in het woon-werkverkeer kan hij kiezen voor “geen vervoermiddel vanwege de gezondheidscrisis”. Zo kan de werknemer die op het moment van de bevraging (bijna) fulltime telewerkt (maar zich onder normale omstandigheden wel ten minste twee dagen per week naar de vestigingseenheid begeeft) dit ook op die manier opgeven in de enquête. Werknemers kunnen bevraagd worden via de internetapplicatie.

 

3.14 Wat te doen als de werknemer het grootste deel van het jaar heeft getelewerkt maar zich nu terug naar de vestigingseenheid begeeft?

U geeft de vervoerswijze op die op het moment van het invullen van de enquête gebruikt wordt.

 

3.15 Hoe en aan wie moet ik advies vragen over de enquête?

Het sociaal overleg is verplicht alvorens de ingevulde enquête via de internettoepassing naar de FOD Mobiliteit en Vervoer te verzenden. De werkgever legt de enquête ter advies voor aan de ondernemingsraad (privésector) of het overlegcomité (openbare sector) of bij gebrek daaraan de vakbondsafvaardiging. Zij hebben twee maanden de tijd om hierover een advies te geven. Als  er geen ondernemingsraad, overlegcomité of vakbondsafvaardiging is, moeten de werknemers op de hoogte worden gebracht van de resultaten van de enquête.

 

Om de enquête voor dit advies voor te bereiden, zijn er twee mogelijkheden:

  • Ofwel vult u de vragenlijst in via de internettoepassing. Op het laatste scherm kunt u de ingevulde enquête (voorlopig rapport) visualiseren en/of afdrukken zonder de gegevens te verzenden.
  • Ofwel gebruikt u het PDF-document dat beschikbaar is op de website. Let op: enkel via de internettoepassing is de definitieve verzending naar de FOD Mobiliteit en Vervoer geldig.

 

Wanneer u het advies hebt gekregen, vult u de referenties ervan in en kunt u de gegevens verzenden.

 

3.16 Mag ik het ingevulde formulier met de post of per e-mail verzenden?

Nee, verzending met de post of per e-mail is slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk en enkel op aanvraag per e-mail aan de FOD Mobiliteit en Vervoer op volgend adres enquetewwv@mobilit.fgov.be.

 

4. Na verzending van de vragenlijst

4.1 Kan ik een reeds gevalideerde enquête nog aanpassen?

Ja, stuur hiervoor een aanvraag naar enquetewwv@mobilit.fgov.be.

 

4.2 Hoe de resultaten van de enquête ontvangen?

Wanneer u de enquête hebt ingevuld, kunt u het ontvangstbewijs downloaden. Dit bevat ook de ingevoerde antwoorden.

Na de verwerking van alle enquêtes door de FOD Mobiliteit en Vervoer verschijnt er ook een globaal rapport met de resultaten.

 

Heeft u nog bijkomende vragen?

Bekijk het instructiefilmpje op de website.

 

Richt u tot het contactcenter op het nummer 02/545.50.74 of mail uw vraag naar enquetewwvmobilit@eranova.fgov.be

 

Het contactcenter is bereikbaar vanaf 1 juli tussen 7uur en 20uur.