Specialised Operations (SPO)

Algemeen

 

Vanaf 21 april 2017 is de Verordening (EU) Nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (hierna de EASA OPS Verordening, Part-SPO (SPecialised Operations) genoemd) van toepassing op elke exploitant die gespecialiseerde commerciële luchtvaartactiviteiten met een vliegtuig of helikopter uitoefent (en die niet onder bijlage I van de basisverordening (EU) 2018/1139 (= Basic Regulation) vallen).

 

De volgende activiteiten vallen hier niet onder:

 

Wat dient begrepen te worden onder “gespecialiseerde commerciële luchtvaartactiviteit?”

 

Iedere andere commerciële* vluchtuitvoering dan een commerciëel luchtvervoersactiviteit (CAT =vervoer van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of andere beloning), waarbij een vliegtuig of een helikopter wordt gebruikt voor gespecialiseerde activiteiten zoals landbouw, bouw, fotografie, landmeetkunde, observatie, patrouilles, luchtreclame en onderhoudscontrolevluchten (= Artikel 2(7) van de EASA OPS Verordening).

 

Dit begrip dekt dus alle activiteiten die tot 2017 in België “luchtarbeid” werden genoemd.

 

Met name de volgende commerciële activiteiten moeten worden beschouwd als gespecialiseerde commerciële luchtvaartactiviteiten (GM1 SPO.GEN.005):

  1. helikopteroperaties met externe ladingen
  2. inspectievluchten met helikopters
  3. vluchten met menselijke externe vracht
  4. vluchten voor parachutespringen en skydiving
  5. vluchten voor landbouwdoeleinden
  6. luchtfotovluchten
  7. slepen van zweefvliegtuigen
  8. reclamevluchten
  9. kalibratievluchten
  10. vluchten voor bouwwerkzaamheden, met inbegrip van het trekken van hoogspanningsleidingen, vluchten voor ontbossingsdoeleinden
  11. olieopruimwerkzaamheden
  12. vluchten voor lawinemanipulatie
  13. inspectievluchten, met inbegrip van vluchten voor topografische doeleinden, milieubewakingsvluchten
  14. vluchten voor nieuwsmedia, vluchten voor televisie-uitzendingen en filmopnamen
  15. vluchten bij speciale gebeurtenissen, met inbegrip van demonstratie- en wedstrijdvluchten
  16. acrobatievluchten
  17. vluchten voor het samendrijven en redden van dieren en vluchten voor het afzetten van dierenartsen
  18. vluchten voor begrafenissen op zee
  19. vluchten voor wetenschappelijk onderzoek
  20. wolkenmanipulatie
  21. sensatievluchten

 

Deze lijst is niet exhaustief.

 

Voor elke andere activiteit is het aangewezen om rekening te houden met de criteria van AMC1 SPO.GEN.005.

 

* Onder “commerciële vluchtuitvoering” wordt verstaan: “elke vluchtuitvoering met een luchtvaartuig, tegen vergoeding of andere beloning, die voor het publiek beschikbaar is of, wanneer deze niet voor het publiek beschikbaar is, die wordt verricht krachtens een overeenkomst tussen een exploitant en een klant, waarbij de klant geen controle over de exploitant uitoefent” (= Artikel 2(1d) van de EASA OPS Verordening).

 

Wie zijn de betrokken SPO-exploitanten?

 

Elke natuurlijke of rechtspersoon die gevestigd is of verblijft in een EASA1-lidstaat en één of meer vliegtuigen en/of helikopters exploiteert of voornemens is te exploiteren (ongeacht het land van inschrijving van het vliegtuig of de helikopter).

 

Zijn de vereisten van de EASA OPS Verordening van toepassing?

 

Gespecialiseerde commerciële luchtvaartactiviteiten Vereisten van toepassing2
met complexe motoraangedreven luchtvaartuigen Part-ORO & Part-SPO

+ Part-SPA indien specifieke goedkeuringen

met complexe motoraangedreven luchtvaartuigen3

 

Om gespecialiseerde commerciële luchtvaartactiviteiten te kunnen uitvoeren, moet de SPO exploitant zijn vluchtuitvoeringen verklaren en voldoen aan de toepasselijke eisen van bijlage III (deel-ORO) en bijlage VIII (deel-SPO) en, in het geval van specifieke goedkeuringen, van bijlage V (deel-SPA) van de EASA OPS Verordening.

 

Verklaring

 

Overeenkomstig punt ORO.DEC.100 moet de SPO-exploitant bij de bevoegde autoriteit een verklaring (1) indienen (hierna „SPO-verklaring” genoemd) waarin alle relevante informatie is opgenomen.

 

Wanneer?

1. vóór aanvang van de gespecialiseerde vluchtuitvoeringen;

Met deze verklaring verklaart de SPO-exploitant dat de documentatie betreffende het managementsysteem, inclusief het vluchthandboek, voldoet aan de van toepassing zijnde eisen van PART-ORO, PART-SPO en eventueel Part-SPA.

Anders gezegd, de SPO-exploitant moet aantonen dat zijn activiteiten conform de voor hem geldende eisen van Part-ORO en Part-SPO zijn en moet beschikken over alle nodige goedkeuringen (de goedgekeurde MEL en, indien van toepassing, de vergunning voor gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen met een hoog risico of specifieke goedkeuringen) alvorens de voorziene gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen aan te vatten.

2. in geval van wijziging/aanpassing;

De SPO-exploitant moet ervoor zorgen dat de overeenstemming met alle toepasselijke eisen en met de informatie verstrekt in de verklaring behouden blijft. De SPO-exploitant moet het DGLV onverwijld op de hoogte brengen van elke wijziging/aanpassing aan de laatste verklaring of aan de gebruikte wijze van naleving.

3.voor elke nieuwe vergunning of verkregen goedkeuring of voor elke nieuwe specifieke toestemming.

 

Hoe?

Er moet verplicht gebruik worden gemaakt van het formulier Form 1198 (gebaseerd op het model van aanhangsel I van Part-ORO), naar behoren ingevuld en ondertekend door de verantwoordelijke manager (‘accountable manager’).

 

Met dit formulier verstrekt de exploitant, indien van toepassing:

  • de kopie van de lijst van specifieke goedkeuringen die hij bezit (verkregen overeenkomstig Part-SPA van de EASA OPS Verordening);
  • de kopie van de verkregen vergunningen voor gespecialiseerde luchtvaartactiviteiten (voor gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen met een hoog risico, verhuur van luchtvaartuigen die in een derde land zijn geregistreerd, enz.);
  • de lijst van alternatieve wijzen van naleving met verwijzingen naar AMC die zij vervangen.

 

Dit formulier (één (1) per exploitant voor alle activiteiten) moet langs elektronische weg worden toegezonden aan spo.ops@mobilit.fgov.be.

 

Aan welke autoriteit?

Het DGLV is de bevoegde autoriteit voor elke SPO-exploitant met hoofdvestiging in België. Overeenkomstig punt ARO.GEN.345 (+ AMC1 ARO.GEN.345), vergewist het DGLV zich ervan dat de verklaring alle informatie bevat die wordt voorgeschreven door Part-ORO en bevestigt de ontvangst van deze verklaring binnen de 10 werkdagen.

 

Aanvang van de vluchtuitvoeringen?

De vluchtuitvoeringen kunnen onmiddellijk na het indienen van de SPO-verklaring bij het DGLV beginnen. Anders gezegd, de exploitant moet niet op de ontvangstbevestiging wachten om met de vluchtuitvoeringen te beginnen.

 

Opgelet: de gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen met een hoog risico worden onderworpen aan een voorafgaande machtiging. Meer informatie over gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen met een hoog risico vindt op deze pagina.

 

Geldigheidsduur van de verklaring?  

De SPO-verklaring is voor onbepaalde duur geldig totdat er wijzigingen zijn. De bij het DGLV ingediende SPO-verklaring moet altijd een volledig geactualiseerde situatie weergeven. Bijgevolg is een nieuwe SPO-verklaring (met alle relevante gegevens) vereist voor elke wijziging van een gegeven in de laatste verklaring toegezonden aan het DGLV of voor elke nieuw toegestane gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoering of voor elke nieuw verkregen specifieke goedkeuring.

 

Voorbeeld: indien de SPO-exploitant een nieuw vliegtuig of nieuwe helikopter wenst te gebruiken, dient hij, alvorens die te gebruiken, een nieuwe verklaring in te dienen waarin met name alle toestellen die worden gebruikt in het kader van zijn SPO-activiteiten (die reeds worden gebruikt + nieuw toegevoegd toestel) worden vermeld.

 

Boorddocumenten

Overeenkomstig punt SPO.GEN.140 (a), moet bovenop de andere vereiste boorddocumenten, een afschrift van de verklaring en, indien van toepassing, een kopie van de vergunning voor gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen met een hoog risico, zich aan boord van elk luchtvaartuig bevinden.

 

Operationeel handboek

 

Overeenkomstig punt ORO.MLR.100, dient de SPO-exploitant een operationeel handboek op te stellen.

 

Het te volgen model voor het operationeel handboek wordt beschreven in AMC4 ORO.MLR.100 "Operations manual – General" "Contents – Non commercial specialised operations with complex motor-powored aircraft and commercial specialised operations".

 

De SPO-exploitant kan niet afwijken van het stramien van AMC4 ORO.MLR.100, behalve bij het aanwenden van “alternatieve wijzen van naleving” (zoals omschreven in artikel 2(9) van de EASA OPS Verordening), onder voorbehoud van de voorafgaande goedkeuring van het DGLV (zie punt ORO.GEN.120).

 

 

Goedgekeurde minimum uitrustingslijst (MEL)

 

Een minimum uitrustingslijst of “MEL” (Minimum Equipment list”) moet door de SPO-exploitant worden opgesteld overeenkomstig punt ORO.MLR.105 (punt 9 van deel B van de operationele handleiding - zie AMC 4 ORO.MLR.100). Een MEL is een operationeel document waarin alle uitrusting en functies worden opgesomd die onder bepaalde voorwaarden voor een bepaalde vlucht niet werkzaam kunnen zijn.

 

Dit document bouwt voort op, indien beschikbaar, een „Master Minimum Equipment List“ (MMEL). Sommige toestellen beschikken echter niet over een MMEL. In dat geval kan de SPO-exploitant zijn MEL ontwikkelen op basis van de specificaties van de certificaten (CS), en meer bepaald, voor de niet-complexe vliegtuigen en helikopters, op de CS-GEN-MMEL (beschikbaar op de website van het EASA). De MMEL en de CS-GEN-MMEL zijn algemeen. Zij houden geen rekening met de specifieke kenmerken van de activiteiten. De MEL daarentegen moet de voorwaarden voor de activiteiten van een exploitant en de configuratie van het luchtvaartuig weergeven, rekening houdend met de toepasselijke regelgeving.

 

Herziening

De MEL is een operationeel document dat regelmatig zal evolueren, met name bij:

  • herzieningen van de MMEL waarop de MEL is gebaseerd;
  • wijzigingen aangebracht aan het luchtvaartuig (STC, enz.);
  • specifieke goedkeuringen afgeleverd op basis van Part-SPA.

 

Verplichte goedkeuring

De MEL - en elke herziening daarvan - moet worden goedgekeurd door het land van de exploitant, dat wil zeggen door het DGLV voor exploitanten met hoofdvestiging in België. Zolang de MEL of de wijzigingen ervan niet zijn goedgekeurd door het DGLV, mag de MEL (of de wijzigingen) niet worden gebruikt.

 

Voorafgaande toestemming

 

Voor gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen met een hoog risico is een voorafgaande toestemming nodig. Bepaalde gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen worden in België als risicovol beschouwd. Het gaat om:

  • vluchtuitvoeringen onder de minimumhoogten vastgelegd in Verordening nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels (SERA.5005 en SERA.5015) en zoals aangevuld door het koninklijk besluit van 19 december 2014;
  • helikopteroperaties met aangehaakte vracht (HESLO = „helicopter sling load operations”) (zie met name SPO.SPEC.HESLO.100);
  • vluchten met menselijke externe vracht (HEC = ‘human external cargo’) (zie met name SPO.SPEC.HEC.100);
  • vluchten voor het droppen van voorwerpen;
  • sensationele vluchtuitvoeringen.

 

Dit soort luchtvaartactiviteit vereist een voorafgaande vergunning (EASA form 151) afgegeven door de bevoegde autoriteit (ARO.OPS.150 & ORO.SPO.110).

 

Meer informatie over gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoeringen met een hoog risico vindt op deze pagina.


 
Contact

 

Alle communicatie met betrekking tot de regelgeving Part-SPO, met inbegrip van de verklaringen ORO.DEC.100, moet aan het DGLV (directie OPS) worden toegezonden via spo.ops@mobilit.fgov.be.

 

 
 
 
 
1 Een EASA-staat is een staat waar de verordeningen van de Europese Commissie over vluchtuitvoeringen van toepassing zijn.
2 Sommige gespecialiseerde commerciële activiteiten (d.w.z. vluchten voor parachutespringen, vluchten voor het slepen van zweefvliegtuigen, acrobatievluchten, demonstratie- of wedstrijdvluchten) kunnen onder bepaalde voorwaarden enkel worden onderworpen aan de vereisten van Part-NCO**. Meer informatie vindt u op deze pagina.
3 Meer informatie over Part-NCO vindt u op deze pagina.