Commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteiten met een hoog risico

 

Bepaalde commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoeringen worden als risicovol beschouwd. Dit soort luchtvaartactiviteit vereist een voorafgaande vergunning (EASA form 151) afgegeven door de bevoegde autoriteit (ARO.OPS.150 & ORO.SPO.110).

 

Wat verstaat men onder “commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteit met een hoog risico”?

Volgens Artikel 2(8) van Verordening nr. 965/2012 gaat het om:

  • een gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoering boven een gebied waar de veiligheid van derden op de grond in geval van nood in gevaar kan worden gebracht of,
  • zoals bepaald door de bevoegde autoriteit van de plaats van de vluchtuitvoering, een gespecialiseerde commerciële vluchtuitvoering die door haar specifieke aard en de lokale omgeving waar ze plaatsvindt een hoog risico vormt, met name voor derde partijen op de grond.

 

Het DGLV, de bevoegde autoriteit voor België, heeft de lijst met de commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteiten die het als risicovol beschouwt, vastgelegd in circulaire OPS-SPO-01. Het gaat om de onderstaande vluchtuitvoeringen:

1° elke gespecialiseerde vluchtuitvoering met een éénmotorig luchtvaartuig boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen onder de minimumhoogten vastgelegd in Verordening nr. 923/2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels (onder andere punt SERA.3105) en zoals aangevuld door het koninklijk besluit van 19 december 2014;

 

2° elke gespecialiseerde vluchtuitvoering – andere dan helikoptervluchten met aangehaakte vracht (HESLO) of met menselijke externe vracht (HEC) of ten behoeve van  bouwwerkzaamheden of onderhoud - met een éénmotorig luchtvaartuig, elders dan boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen, op een hoogte van minder dan 150 ft boven de grond of het water of boven de hoogste hindernis in een straal van 150 m rond het luchtvaartuig;

 

3° elke gespecialiseerde vluchtuitvoering met een meermotorig luchtvaartuig boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen, op een hoogte van minder dan 500 ft boven de hoogste hindernis in een straal van 600 m rond het luchtvaartuig;

 

4° elke gespecialiseerde vluchtuitvoering uitgevoerd met een meermotorig luchtvaartuig, ‘s nachts in VFR, boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen, op een hoogte van minder dan 500 ft boven de hoogste hindernis in een straal van 8 km rond het luchtvaartuig;

 

5° elke gespecialiseerde vluchtuitvoering uitgevoerd in het kader van een wedstrijd of sportevenement met een éénmotorig luchtvaartuig, elders dan boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen, op een hoogte van minder dan 500 ft boven de grond of het water of boven de hoogste hindernis in een straal van 150 m rond het luchtvaartuig;

 

6° elke gespecialiseerde vluchtuitvoering uitgevoerd in het kader van een wedstrijd of sportevenement met een meermotorig luchtvaartuig, elders dan boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen, op een hoogte van minder dan 150 ft boven de grond of het water of boven de hoogste hindernis in een straal van 150 m rond het luchtvaartuig;

 

7° elke helikoptervlucht met aangehaakte vracht (HESLO = ‘helicopter sling load operations’);

 

8° elke vluchtuitvoering met menselijke externe vracht (HEC = ‘human external cargo’) ;

 

9° elke vluchtuitvoering ten behoeve van  bouwwerkzaamheden of onderhoud, inclusief het trekken of plaatsen van kabels (bijvoorbeeld voor hoogspanningsleidingen) en snoeiwerkzaamheden;

 

10° elke vluchtuitvoering voor het uitwerpen van voorwerpen of verstuiven van stoffen, boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen ;

 

11° elke vluchtuitvoering voor het uitwerpen van voorwerpen of verstuiven van stoffen, elders dan boven dichtbevolkte zones van steden, gemeenten of nederzettingen, of over een openluchtbijeenkomst van personen, als het uitwerpen of verstuiven een gevaar kunnen betekenen voor derden (personen of eigendommen), inclusief de vervuiling van grond, water of de lucht.

De lijst met commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteiten met hoog risico is samengevat in volgende tabel:  klik hier (PDF, 222.41 KB).

Met of zonder vergunning, is het altijd de taak van de exploitanten om de gevaren te onderkennen en de risico’s te beoordelen! Zij moeten ook adequate maatregelen treffen om deze risico’s maximaal in te perken.

 

Wie zijn de betrokken exploitanten?

Elke gespecialiseerde commerciële exploitant moet een door de bevoegde autoriteit afgegeven vergunning verkrijgen, alvorens een risicovolle commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteit te ondernemen.

 

Vervangt de vergunning voor een commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteit met een hoog risico de afwijkingen in verband met de minimumhoogte of met de vliegverboden?

Neen. Deze afwijkingen ressorteren onder andere reglementeringen dan Verordening (EU) nr. 965/2012. De vergunning voor een commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteit met hoog risico vervangt deze documenten niet. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de exploitant om zich ervan te vergewissen dat hij alle vergunningen, goedkeuringen en afwijkingen heeft gevraagd en gekregen, die vereist zijn om de beoogde vluchtuitvoering te mogen ondernemen.

 

Moet men bovenop het verkrijgen van de vergunning een SPO-verklaring (ORO.DEC.100) indienen?

Ja. Er moet een nieuwe verklaring (ORO.DEC.100) worden ingediend voor elke vergunde commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteit met een hoog risico, vóór de aanvang van deze luchtvaartactiviteit.

 

Wat met commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteiten met een hoog risico in een andere EASA-Staat* (= cross-border high risk SPO)? Bij welke autoriteit moet men zijn vergunningsaanvraag indienen?

De exploitanten moeten hun aanvraag om vergunning voor een commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoering met een hoog risico indienen op basis van de criteria van de bevoegde autoriteit van de locatie waar de vluchtuitvoering plaatsvindt, bij de autoriteit van het land waar hun hoofdzetel is gevestigd.

Indien de beoogde vluchtuitvoering plaatsvindt in België en het DGLV deze als een commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoering met een hoog risico beschouwt:

  • moeten de Belgische exploitanten (= diegenen die hun hoofdzetel in België hebben) hun vergunningsaanvraag indienen bij het DGLV, dat, als de beoordeling van de risico’s en de standaard vluchtuitvoeringsprocedures (SOP = Standard Operating procedures) overtuigend is, de vergunning (= ARO.OPS.150(a)(b)) zal afgeven.
  • moeten de exploitanten die hun hoofdzetel in een andere EASA-Staat hebben, hun vergunningsaanvraag indienen bij de bevoegde autoriteit in deze andere EASA-Staat. Deze autoriteit zal de aanvraag dan in coördinatie met het DGLV onderzoeken. Het is ook de autoriteit van deze andere Staat die, in voorkomend geval, de vergunning (ARO.OPS.150(f)) zal afgeven.

 

Als de beoogde vluchtuitvoering plaatsvindt in een andere EASA-Staat, dan moet de exploitant vooraf nagaan of deze andere EASA-Staat al of niet van oordeel is dat het om een commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteit met een hoog risico gaat. In voorkomend geval is het daarentegen niet nodig om rekening te houden met de door het DGLV gepubliceerde lijst.

  • Ofwel is de autoriteit van de Staat waar men de vluchtuitvoering wil laten plaatsvinden van oordeel dat het niet om een commerciële gespecialiseerde exploitatie met een hoog risico gaat => in dit geval is geen enkele vergunning vereist.
  • Ofwel is de autoriteit van de Staat waar men de vluchtuitvoering wil laten plaatsvinden van oordeel dat het om een commerciële gespecialiseerde exploitatie met een hoog risico gaat:
    • de Belgische exploitanten moeten dan hun vergunningsaanvraag indienen bij het DGLV dat deze aanvraag zal onderzoeken in coördinatie met de autoriteit van de Staat waar men de vluchtuitvoering wil laten plaatsvinden. Het is het DGLV dat, in voorkomend geval, de vergunning (ARO.OPS.150(f)) zal afgeven.
    • de exploitanten van de andere EASA-Staten moeten hun vergunningsaanvraag indienen bij hun eigen bevoegde autoriteiten.

 

De lijst van de activiteiten die door de andere EASA-Staten als commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoeringen met een hoog risico worden beschouwd is beschikbaar op de EASA-website: https://www.easa.europa.eu/easa-and-you/air-operations/specialised-operations-spo.

 

* Een EASA-Staat is een staat waar de Verordeningen van de Europese Commissie over vluchtuitvoeringen van toepassing zijn.

 

Geldigheidsduur van de vergunning voor een commerciële gespecialiseerde luchtvaartactiviteit met een hoog risico?

De geldigheidsduur van de vergunning is afhankelijk van de aard en de duur van de activiteit. De exploitanten mogen een vergunning vragen voor een eenmalig evenement of voor een permanente activiteit.

 

Het DGLV zal de aard van de activiteit beoordelen, de omgeving waarin deze zal plaatsvinden en de risico’s die ze voor derden veroorzaakt. Als de beoordeling van de risico’s en de SOPs overtuigend is, zal er een vergunning worden afgegeven voor een eenmalig evenement of voor een maximumduur van 24 maanden (hernieuwbaar op verzoek).

 

 

Wat bij een wijziging?

Iedere wijziging van de gegevens vervat in de vergunning of iedere wijziging die het toepassingsgebied van de vergunning of van de vergunde vluchtuitvoeringen verandert, vereist de voorafgaande goedkeuring van het DGLV. Iedere wijziging die niet door de oorspronkelijke risicobeoordeling is gedekt, vereist de voorlegging van een beoordeling van de risico’s en van de gewijzigde SOP aan het DGLV.

 

De goedkeuringsaanvraag voor een wijziging wordt ingediend voordat dergelijke wijziging wordt aangebracht. De wijziging wordt pas uitgevoerd na ontvangst van de officiële goedkeuring van het DGLV. Wanneer de exploitant wijzigingen doorvoert zonder een risicobeoordeling en een beoordeling van de gewijzigde SOP te hebben voorgelegd, zal het DGLV de vergunning schorsen, inperken of intrekken (ARO.OPS.150.e)).

 

Zie punt ORO.SPO.115 van Verordening (EU) 965/2012 voor de volledige uitleg.

 

Te volgen procedure?

De vergunningsaanvraag voor een vluchtuitvoering met hoog risico moet ten minste 21 kalenderdagen vóór de voorziene begindatum van de commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoeringen met een hoog risico worden ingediend aan de hand van formulier. Deze minimale termijn wordt uitgebreid naar 30 werkdagen, als het een cross-border high risk SPO betreft.

 

De exploitanten moeten als bijlage bij dit formulier in het bijzonder de onderstaande documenten bezorgen: ORO.SPO.110(b)

  • een beschrijving van het gebruikte beheersysteem, inclusief organisatiestructuur;

  • een beschrijving van de voorgestelde activiteit, inclusief het (de) type(n) en het aantal geëxploiteerde luchtvaartuigen;

  • de risicobeoordelingsdocumenten;

  • de bijbehorende standaardvluchtuitvoerings-procedures (SOP), zoals vereist in SPO.OP.230, en alle documenten waarnaar verwezen wordt in de SOP;

  • alle in het aanvraagformulier voor een vergunning voor commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoeringen met een hoog risico, vereiste documenten;

  • een verklaring dat alle documenten die naar het DGLV zijn gestuurd, zijn geverifieerd door de exploitant en in overeenstemming met de toepasselijke eisen zijn bevonden.

 

Wat moet de standaardprocedure voor een gespecialiseerde vluchtuitvoering (SOP = ‘standard operating procedures’) omvatten en hoe moet deze worden opgesteld? 

De SOP moeten worden uitgewerkt volgens een standaardformaat conform AMC2 SPO.OP.230 (SOP template) en rekening houdend met de resultaten van de risicobeoordelingsprocedures van de exploitant.

De beoordeling van de risico’s moet de activiteit in detail beschrijven, de relevante gevaren identificeren, de oorzaken en gevolgen van de ongevallen analyseren en methodes opstellen om de eraan verbonden risico’s te behandelen.

Zie punt SPO.OP.230 van Verordening (EU) 965/2012 voor de volledige uitleg.

 

Contact

Alle communicatie met betrekking tot de regelgeving part-SPO, met inbegrip van de vergunningsaanvragen voor commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoering met een hoog risico, moet naar het DGLV (directie OPS) worden gestuurd op het onderstaande mailadres: spo.ops@mobilit.fgov.be