Vluchten met gedeelde kosten, wedstrijdvluchten of luchtvaartvertoningen, kennismakingsvluchten, parachuteringsvluchten, sleepvluchten met zweefvliegtuigen en kunstvluchten

Algemeen

 

Volgens de Europese regelgeving wordt een vlucht met betalende passagiers beschouwd als een commerciële luchtvervoersactiviteit onderworpen aan strengere voorwaarden dan privaatvluchten. De exploitant moet namelijk houder zijn van een exploitatievergunning en een Air Operator Certificate en de piloot moet houder zijn een commerciële vergunning. Elke vlucht met een betaalde luchtvaartactiviteit (luchtfotografie, toezicht vanuit lucht, valschermspringenvluchten, sleepvluchten, enz.) is een commerciële activiteit die valt onder de strengere wetgeving voor gespecialiseerde vluchtuitvoeringen.

 

De Europese regelgeving voorziet uitzonderingen op deze algemene regel zodat sommige vluchten tegen betaling uitsluitend onder de voorschriften voor privaatvluchten vallen.

 

 

Reglementering en verwijzing naar regelgeving

 

Artikel 6.4a van de Verordening (EU) Nr. 965/2012 van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad bepaalt:

In afwijking van artikel 5, leden 1 en 6, mogen de volgende vluchtuitvoeringen met andere dan complexe motoraangedreven vliegtuigen en helikopters, luchtballonnen en zweefvliegtuigen worden uitgevoerd overeenkomstig bijlage VII:

  • vluchten met door particulieren gedeelde kosten, op voorwaarde dat de rechtstreekse kosten worden gedeeld door alle inzittenden van het luchtvaartuig, met inbegrip van de piloot, en waarbij het aantal personen dat de rechtstreekse kosten deelt niet meer dan zes bedraagt;
  • wedstrijdvluchten of luchtvaartvertoningen, op voorwaarde dat de beloning of andere vergoeding voor dergelijke vluchten beperkt blijft tot een terugbetaling van de rechtstreekse kosten en een evenredige bijdrage in de jaarlijkse kosten, en tot prijzen waarvan de maximumwaarde door de bevoegde autoriteit wordt vastgesteld;
  • kennismakingsvluchten, parachuteringsvluchten, sleepvluchten met zweefvliegtuigen of kunstvluchten die worden uitgevoerd door een opleidingsorganisatie die haar hoofdvestiging in een lidstaat heeft en werd goedgekeurd in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1178/2011, of door een organisatie die de luchtvaartsport of het vrijetijdsvliegen wil promoten, op voorwaarde dat het luchtvaartuig in eigendom of op grond van een dry- leaseovereenkomst wordt geëxploiteerd, dat de vlucht geen winst oplevert die buiten de organisatie wordt uitgekeerd en dat vluchten waarbij niet-leden van de organisatie betrokken zijn slechts een marginale activiteit van de organisatie zijn.

 

Voor wat de andere dan complexe motoraangedreven vliegtuigen en helikopters betreft, treedt de bijlage VII (= part NCO) in werking op 25 augustus 2016. Voor de ballonnen, wordt de inwerkingtreding van de bijlage VII uitgesteld tot 08 april 2018 en voor de zweefvliegtuigen tot 8 april 2019 (Verordening (EU) nr. 2016/1199 van de Commissie van 22 juli 2016).

 

Het volledige document van de Verordening (EU) Nr. 965/2012 kan worden geraadpleegd op de website van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) op het adres: https://www.easa.europa.eu/regulations (klik op "Air operations", klik daarna op "easy access rules for operations"). Om de toepassing van de reglementering te vergemakkelijken, heeft het EASA voor elke bijlage "Acceptable Means of Compliance" (= AMC) en een "Guidance Material" (= GM) opgesteld. Al deze AMC’s en GM’s (zie EASA-website) moeten ook in acht worden genomen.

 

 

Toepassingsgebied

 

Mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, is de derogatie van artikel 6.4a van de Verordening (EU) Nr. 965/2012 beperkt tot volgende commerciële vluchtuitvoeringen met andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen:

  • Vluchten met door particulieren gedeelde kosten (zie punt 4 hieronder);
  • Wedstrijdvluchten of luchtvaartvertoningen (zie punt 5 hieronder);
  • Kennismakingsvluchten, parachuteringsvluchten, sleepvluchten met zweefvliegtuigen en kunstvluchten (zie punt 6 hieronder).

Voor deze vluchten zijn de bepalingen van de bijlage VII (=Part-NCO) van toepassing. Deze bepalingen zijn minder streng dan die welke op de commerciële vluchten van toepassing zijn. Voor meer algemene informatie over de toepassing van de bijlage VII (=PART NCO), zie "Niet-commerciële vluchtuitvoeringen met andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen".

 

 

Vluchten met door particulieren gedeelde kosten: artikel 6.4a(a)

 

Cumulatieve voorwaarden

  • Vluchten door particulieren;
  • De rechtstreekse kosten (en alleen de directe kosten) worden gedeeld door alle inzittenden van het luchtvaartuig, met inbegrip van de piloot;
  • Het aantal personen dat de rechtstreekse kosten deelt bedraagt niet meer dan zes.

 

Door particulieren

Deze reglementering werd in het leven geroepen met de bedoeling om vrienden, familie, collega’s, kennissen enz. de kans te geven samen te vliegen voor hun plezier.

 

Deze vlucht kan op voorhand worden aangekondigd. Maar mag op geen enkele manier de indruk wekken dat het gaat om een vlucht die is onderworpen aan dezelfde operationele eisen van een commerciële vlucht. De aankondiging moet duidelijk vermelden dat het een privaatvlucht betreft met en door particulieren gedeelde kosten.

 

Rechtstreekse kosten

 

Het Guidance Material GM2 van artikel 6.4a(a);(b) bepaalt:

Directe kosten’ zijn de kosten die het directe gevolg zijn van een vlucht, zoals brandstof, luchthaventaksen, huur luchtvaartuig en waarop geen winst wordt gemaakt.

 

De piloot mag niet worden bezoldigd voor vluchtuitvoering, zelfs indien hij houder is van een commerciële vergunning. Er wordt niet opgelegd dat de kosten in gelijke delen moeten verdeeld zijn. Het delen van de jaarlijkse kosten is verboden. Het Guidance Material GM3 van artikel 6.4(a); (b) bepaalt:

Jaarlijkse kosten zijn de kosten voor het houden, onderhouden en exploiteren van het luchtvaartuig gedurende een kalenderjaar en waarop geen winst wordt gemaakt.

 

 

Wedstrijdvluchten of luchtvaartvertoningen: artikel 6.4a(b)

 

Artikel 6 4a (b) van de Verordening (EU) 965/2012 bepaalt dat de bevoegde autoriteit de maximumwaarde van de prijzen vaststelt. Het DGLV bepaalt deze maximumwaarde in de circulaire CIR/OPS-NCO-01 van 05 augustus 2016 (zie artikel 3).

 

 

Kennismakingsvluchten, parachuteringsvluchten, sleepvluchten met zweefvliegtuigen en kunstvluchten : artikel 6.4a(c)

 

Toepassingsgebied

De derogatie van artikel 6.4a(c) is uitsluitend van toepassing op kennismakingsvluchten, parachuteringsvluchten, sleepvluchten met zweefvliegtuigen of kunstvluchten die worden uitgevoerd door:

  • een opleidingsorganisatie die haar hoofdvestiging in een lidstaat heeft en werd goedgekeurd in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1178/2011 (= Approved Training Organisation); of
  • door een organisatie die de luchtvaartsport of het vrijetijdsvliegen wil promoten, op voorwaarde dat:
    • het luchtvaartuig in eigendom of op grond van een dry- leaseovereenkomst wordt geëxploiteerd; EN
    • dat de vlucht geen winst oplevert die buiten de organisatie wordt uitgekeerd; EN
    • dat vluchten waarbij niet-leden van de organisatie betrokken zijn slechts een marginale activiteit van de organisatie uitmaken.

 

Organisatie die de luchtvaartsport of het vrijetijdsvliegen wil promoten (= aeroclub)

Het Guidances Material GM1 van Artikel 6.4a(c) bepaalt:

De term ‘marginale activiteit’ moet worden geïnterpreteerd als een erg klein percentage van de totale activiteiten van een organisatie, hoofdzakelijk met het oog op zelfpromotie of het aantrekken van nieuwe leerlingen of leden. Organisaties die van plan zijn zulke vluchten aan te bieden als een regelmatige bedrijfsactiviteit beantwoorden niet aan de voorwaarde van marginale activiteit. Ook vluchten die worden georganiseerd met de enige bedoeling om inkomsten voor de organisatie te genereren, worden niet beschouwd als een marginale activiteit.

HHet DGLV legt de voorwaarden waaraan de organisatie moet voldoen vast in de circulaire CIR/OPS-NCO-01 van 05 augustus 2016.

 

Marginale activiteit

Het Guidance Material GM2 van artikel 6.4a(c) bepaalt:

De term ‘marginale activiteit’ moet worden geïnterpreteerd als een erg klein percentage van de totale activiteiten van een organisatie, hoofdzakelijk met het oog op zelfpromotie of het aantrekken van nieuwe leerlingen of leden. Organisaties die van plan zijn zulke vluchten aan te bieden als een regelmatige bedrijfsactiviteit beantwoorden niet aan de voorwaarde van marginale activiteit. Ook vluchten die worden georganiseerd met de enige bedoeling om inkomsten voor de organisatie te genereren, worden niet beschouwd als een marginale activiteit.

Het DGLV bepaalt de criteria in de circulaire CIR/OPS-NCO-01 van 05 augustus 2016 (zie artikel 5).

 

Kennismakingsvluchten/introductievluchten

Definitie

Artikel 1 (9) van de Verordening 965/2012 bepaalt:

Kennismakingsvlucht: een rondvlucht van korte duur tegen een beloning of andere vergoeding, die wordt aangeboden door een erkende opleidingsorganisatie of een organisatie die de luchtvaartsport of het vrijetijdsvliegen wil promoten, met het oog op het aantrekken van nieuwe stagiairs of leden.

 

Algemene voorwaarden

Het punt NCO.GEN.103 van de bijlage VII (= part NCO) van de Verordening 965/2012 bepaalt dat de introductievluchten/kennismakingsvluchten, wanneer ze worden uitgevoerd overeenkomstig de part NCO (d.z.w. alleen de vluchten die onder de derogatie van artikel 6 4a (c) vallen – zie punt 6.1. hierboven), moeten:

  • beginnen en eindigen op hetzelfde luchtvaartterrein of dezelfde operatielocatie, behalve voor luchtballonnen en zweefvliegtuigen;
  • VFR-vluchten overdag uitvoeren;
  • onder toezicht staan van een benoemd persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid; en
  • voldoen aan alle andere voorwaarden die zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteit.’

 

Bijkomende voorwaarden

Het Guidance Material GM1 ARO.OPS.300 bepaalt:

Voor kennismakingsvluchten uitgevoerd op het grondgebied van de lidstaat mag de bevoegde autoriteit bijkomende voorwaarden opleggen zoals een afgebakend uitvoeringsgebied, de periode waarin zulke activiteiten moeten worden uitgevoerd, uit te voeren veiligheidsanalyses, het te gebruiken luchtvaartuig, specifieke bedrijfsprocedures, vereisten inzake kennisgevingen, maximale afgelegde afstand, de kwalificaties van de piloot, het maximumaantal passagiers aan boord, bijkomende beperkingen inzake de maximale startmassa.

Het DGLV bepaalt bijkomende voorwaarden voor het uitvoeren van deze kennismakingsvluchten in België in de circulaire CIR/OPS-NCO-01 van 05 augustus 2016.

 

De ATO/RF of aeroclub die van plan is kennismakingsvluchten uit te voeren, moet dit meedelen aan het DGLV, Directie OPS, ten minste 5 kalenderdagen voor de voorziene datum van de eerste vlucht, met een lijst van de gebruikte luchtvaartuigen, een lijst van de piloten en de plaats van het gebeuren. Daartoe vult de ATO/RF of aeroclub het formulier of het elektronische formulier dat op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer binnenkort beschikbaar zal zijn in. Om het elektronische formulier te kunnen gebruiken, moet eerst een toegang worden verkregen via Fedict (zie de handleiding voor de hoofdtoegangsbeheerder).

 

 

Vergunning van de piloot

 

Artikel 3(2) van de Verordening (EU) Nr.1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, bepaalt:

Ongeacht de bevoegdheden van de houders van bewijzen van bevoegdheid als vastgelegd in bijlage I bij deze verordening, mogen houders van overeenkomstig subdeel B of C van bijlage I bij deze verordening afgegeven bewijzen van bevoegdheid als piloot de in artikel 6, lid 4 bis, van Verordening (EU) nr. 965/2012 genoemde vluchten uitvoeren. Dit doet geen afbreuk aan de naleving van eventuele aanvullende voorschriften ten aanzien van het vervoeren van passagiers of het ontwikkelen van commerciële vluchtuitvoeringen zoals vastgelegd in subdeel B of C van bijlage I bij deze verordening.

Met andere woorden, behalve voor wat het uitvoeren van introductievluchten/kennismakingsvluchten in België betreft en waarvoor het DGLV bepaalde bijkomende voorwaarden stelt in de circulaire CIR/OPS-NCO-01 van 05 augustus 2016 (zie artikel 6.2), vluchten die vallen onder de derogatie van artikel 6.4a van de Verordening 965/2012 kunnen worden uitgevoerd door een piloot met een private vergunning (PPL) met de nodige kwalificaties voor het type toestel en de beoogde activiteit.

 

 

Frequente vragen en antwoorden (FAQ)

 

EASA heeft op zijn website een rubriek met frequente vragen en antwoorden (frequently asked questions (FAQ)) beschikbaar gemaakt.

 

Contact

 

Alle communicatie betreffende de derogatie van artikel 6.4a en de toepassing van de reglementering NCO moet naar het DGLV (directie OPS) worden gestuurd via het mailadres nco.ops@mobilit.fgov.be.