Niet-commerciële vluchtuitvoeringen met andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen (NCO) - Algemeen

Algemeen

Vanaf 25 augustus 2016 moeten de exploitanten van niet-commerciële vluchtuitvoeringen met andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen, voldoen aan de bijlage IV van de verordening (EG) nr. 216/2008  (= Basic Regulation) en aan de eisen van de verordening (EU) nr. 965/2012 van 5 oktober 2012 (hierna, Verordening 965/2012) tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

 

Op 18.02.2016 heeft de Commissie voor de ballonnen en de zweefvliegtuigen een opt-out aangenomen om de datum van inwerkingtreding van de bijlage VII uit te stellen tot 08.04.2018 voor de ballons en tot 08.04.2019 voor de zweefvliegtuigen. De tekst moet worden gepubliceerd vóór 25 augustus 2016.

 

Begripsomschrijvingen

 

Men verstaat onder:

 

Exploitant: een rechtspersoon of natuurlijke persoon die één of meer luchtvaartuigen of één of meer luchtvaartterreinen exploiteert of voornemens is te exploiteren.

 

Andere dan complexe motoraangedreven vliegtuigen en helikopters:

  1. een vliegtuig:
    1. met een maximale gecertificeerde startmassa van 5.700 kg of minder, EN
    2. gecertificeerd voor een maximale configuratie van passagierszitplaatsen van 19 of minder, EN
    3. dat, vanuit het standpunt van de certificatie, kan geëxploiteerd worden door één enkele piloot als bemanning, EN
    4. dat niet uitgerust is met turbinestraalmotoren of met meer dan één  schroefturbinemotor.
  2. een helikopter:
    1. gecertificeerd voor een maximale startmassa van 3175 kg of minder, EN
    2. gecertificeerd voor een maximale configuratie van passagierszitplaatsen van 9 personen of minder, EN
    3. die, vanuit het standpunt van de certificatie, kan geëxploiteerd worden door één enkele piloot als bemanning.

 

Niet-commerciële vluchtuitvoering: een vluchtuitvoering die geen commerciële vluchtuitvoering is (commerciële vluchtuitvoering = elke vluchtuitvoering met een luchtvaartuig, tegen vergoeding of andere beloning, die voor het publiek beschikbaar is of, wanneer deze niet voor het publiek beschikbaar is, die wordt verricht krachtens een overeenkomst tussen een exploitant en een klant, waarbij de klant geen controle over de exploitant uitoefent).

 

Gespecialiseerde vluchtuitvoering: een luchtvervoersactiviteit waarbij een luchtvaartuig wordt gebruikt voor gespecialiseerde activiteiten zoals landbouw, bouw, fotografie, landmeetkunde, observatie, sleepvluchten met zweefvliegtuigen en patrouilles. Deze lijst is niet exhaustief. Voor een vollediger overzicht, raadpleeg de AMC1 en de GM1 van de NCO.SPEC.100 op de EASA-website.


Bepalingen die van toepassing zijn op NCO-exploitanten: bijlage VII en in voorkomend geval, bijlage V

De Verordening 965/2012 telt 9 bijlagen (= Part).

Het volledige document kan worden geraadpleegd op de website van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) op het volgende adres: https://www.easa.europa.eu/regulations (klik op "Air operations", klik daarna op "easy access rules for operations").

Om de toepassing van de reglementering te vergemakkelijken, heeft het EASA voor elke bijlage “Acceptable Means of Compliance”» (= AMC) en een "Guidance Material" (= GM) opgesteld. Al deze AMC’s en GM’s (zie EASA-website) moeten ook in acht worden genomen.

 

Voorafgaande opmerking:

Om na te gaan welke regels van de Verordening 965/2012 op hen van toepassing zijn, moeten de exploitanten eerst bepalen:

  1. of de geplande activiteit als commercieel of niet-commercieel wordt beschouwd;
  2. of ze met complexe motoraangedreven luchtvaartuigen of met andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen vluchten uitvoeren;
  3. of de overwogen activiteit al dan niet een gespecialiseerde vluchtuitvoering is;
  4. of een specifieke erkenning nodig is.


A. In elk geval, toepassing van de bepalingen van de bijlage VII (= Part-NCO)

 

Bij de niet-commerciële vluchtuitvoeringen met andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen (= NCO) moet de bijlage VII (Part-NCO) in acht worden genomen. Deze bijlage telt meerdere onderdelen (subparts):

  • General requirements (NCO.GEN);
  • Operational procedures (NCO.OP);
  • Aircraft performance and operating limitations (NCO.POL);
  • Instruments, data and equipment (NCO.IDE);
  • Specific requirements (NCO.SPEC).

 

A.1. Het NCO.GEN heeft o.m. betrekking op de verantwoordelijkheden van de bestuurder-gezagvoerder, de boorddocumenten, het vervoer van gevaarlijke goederen (vereiste specifieke erkenning = Part-SPA).

Het NCO-OP heeft betrekking op de luchtvaartterreinen, de minima en procedures, de brandstofvoorziening, de voorbereiding van de vlucht, de weersomstandigheden, de naderingsvoorwaarden, etc.

Het NCO-POL handelt over de operationele beperkingen, de procedures van massa en zwaartepuntligging en het prestatievermogen van het luchtvaartuig.

Het NCO-IDE heeft betrekking op de minimumuitrusting voor elk luchtvaartuig (A voor vliegtuigen, H voor helikopters, S voor sailplanes en B voor ballonnen). Het gaat over de vlucht- en navigatieapparatuur maar ook over de minimale uitrusting, de zetels en gordels, de EHBO-koffer, de zuurstof, de brandblussers, etc.

 

A.2.    Het NCO-SPEC bepaalt de eisen bij een NIET-commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoering (luchtfotografie, sleepvluchten met zweefvliegtuigen, observatie, enz.; voor voorbeelden , zie de AMC1 en de GM1 van de NCO.SPEC.100 op de EASA-website).

In geval van niet-commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoering, moeten  checklists worden gemaakt en nageleefd worden (NCO.SPEC.105). Deze checklists moeten ook bepaalde elementen bevatten bij:

  • helicopter external sling load operations (HESLO);
  • human external cargo operations (HEC);
  • parachute operations (PAR);
  • aerobatic flights (ABF).

Voor meer informatie en details over deze checklists en de templates, raadpleeg de GM1 en GM2 van NCO.SPEC.105. op de EASA-website (https://www.easa.europa.eu/regulations (klik op "Air operations", klik daarna op "easy access rules for operations").


B. Bij specifieke erkenning, toepassing van de eisen van bijlage V (= Part-SPA)      

Bovendien vereisen bepaalde activiteiten (die onder bijlage VII vallen (zie punt a hierboven)) een voorafgaande specifieke erkenning:

  • activiteiten op basis van performance-based navigation (PBN);
  • activiteiten overeenkomstig minimumprestatiespecificaties op het gebied van navigatie (MNPS = Operations with Specified Minimum Navigation Performance);
  • activiteiten in een gedeelte van het luchtruim met verminderde verticale separatieminima (RVSM = Operations in Airspace with Reduced Vertical Separation Minima);
  • activiteiten bij slecht zicht (LVO = Low Visibility Operations);
  • het vervoer van gevaarlijke goederen (DG = Transport of Dangerous Goods).

Bij de voormelde activiteiten moet, naast de in de bijlage VII opgenomen voorschriften, de bijlage V (= Part-SPA) in acht worden genomen.

 

B.1. Bevoegde overheid voor de toekenning van een specifieke erkenning
Het DGLV (directie OPS) is de territoriale bevoegde overheid voor de toekenning van de specifieke erkenningen aan in België gevestigde of verblijvende exploitanten van luchtvaartuigen voor niet-commerciële doeleinden.

 

B.2. Procedure
Specifieke erkenningen kunnen enkel bekomen worden bij het DGLV (directie OPS) na het indienen van een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier en een volledig dossier voor elk luchtvaartuig dat een specifieke erkenning nodig heeft (onder meer alle in het onderdeel van Bijlage V (Deel-SPA) vereiste documenten).

De aanvraagformulieren voor specifieke erkenningen (Application Forms) zijn hieronder beschikbaar: “Aanvraagformulieren voor specifieke erkenningen (CAT/NCC/NCO/SPO)”.

Na ontvangst van het aanvraagformulier en na onderzoek van het dossier door de directie OPS, zal het DGLV de gevraagde specifieke erkenningen verlenen door middel van een lijst van specifieke erkenningen (List of Specific Approvals).

 

B.3. Contactpunt voor de specifieke erkenningen
Vragen omtrent dit onderwerp of aanvragen voor een specifieke erkenningen (voor de NCO operaties) moeten worden gericht aan het DGLV (directie OPS) op het volgende adres: nco.ops@mobilit.fgov.be


Het DGLV als bevoegde overheid

Het DGLV is de territoriale bevoegde overheid om toezicht te houden op de naleving van de toepasselijke regels door:

  • de exploitanten van andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen ingeschreven in België;
  • de exploitanten van andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen ingeschreven in een derde land (= dat geen lid is van EASA), maar die in België hun hoofdvestiging hebben of in België verblijven.


Frequente vragen en antwoorden (FAQ)

Het EASA heeft op zijn website een rubriek met frequente vragen en antwoorden (frequently asked questions (FAQ)) beschikbaar gemaakt. Klik daarvoor op de volgende link:
https://www.easa.europa.eu/the-agency/faqs/regulations#category-part-ncc...

Zie ook: https://www.easa.europa.eu/system/files/dfu/208598_EASA_LEAFLET_02_AIR_O...

 

Contact


Alle communicatie betreffende de NCO-part, waaronder aanvragen voor specifieke erkenningen, moet aan het DGLV (directie OPS) worden gesteld op het mailadres nco.ops@mobilit.fgov.be.