Luchtvaartuigen die onder de EU-regelgeving vallen (EASA)

Algemeen

 

Het AMP en de latere wijzigingen daarop zijn, afhankelijk van de toepasselijke omstandigheden,

  • ofwel goedgekeurd door de bevoegde overheid van het land van registratie (voor in België geregistreerde vliegtuigen, het DGLV);
  • of goedgekeurd ("indirecte goedkeuring") :
    • voor in België geregistreerde luchtvaartuigen,
      • door een CAO of CAMO, waarvan het certificaat is afgegeven door DGLV, volgens een door DGLV goedgekeurde procedure, in overeenstemming met Verordening (EU) 1321/2014, bijlage I (deel M), art. M.1 en subdeel C, art. M.A.302;
      • door een CAO of CAMO, waarvan het certificaat niet door DGLV wordt afgegeven (buitenlandse CAMO of CAO), volgens een door hun autoriteit goedgekeurde procedure, indien en alleen indien er een contract bestaat tussen die CAMO- of CAO-autoriteit en DGLV waarin staat dat die autoriteit de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de goedkeuring van de AMP in overeenstemming met Verordening (EU) 1321/2014, bijlage I (deel M), art. M.1 en subdeel C, art. M.A.302 ;
      • voor luchtvaartuigen die geregistreerd zijn in een andere lidstaat waarvoor DGLV de verantwoordelijkheid voor de goedkeuring van de AMP op zich neemt in overeenstemming met een contract tussen DGLV en de autoriteit van het land van registratie, door een CAO of CAMO, wiens certificaat wordt afgegeven door DGLV, volgens een procedure die is goedgekeurd door DGLV in overeenstemming met Verordening (EU) 1321/2014, bijlage I (deel M), art. M.1 en subdeel C, art. M.A.302;
  • of goedgekeurd door een erkende instantie (CAO of CAMO) overeenkomstig de Europese Verordening (EU) 1321/2014, bijlage Vb (Deel-ML), art. ML.A.302 ;
  • of door de eigenaar is gedeclareerd overeenkomstig de Europese Verordening (EU) 1321/2014, bijlage Vb (Deel-ML), art. ML.A.302.

 

Complexe luchtvaartuigen of luchtvaartuigen die worden gebruikt door een luchtvaartmaatschappij met een exploitatievergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008

 

De procedure voor het opstellen, indienen en goedkeuren van een AMP-document wordt gedetailleerd beschreven in DGLV-circulaire Airw-41 en in EU-verordening EU 1321/2014 (bijlage I bij AMC M.A.302 en AMC M.B.301(b)) . In sommige specifieke gevallen kan een vereenvoudigd document, een zogenaamde onderhoudsspecificatie, worden gebruikt.

 

Niet-complexe luchtvaartuigen die niet worden gebruikt door een luchtvaartmaatschappij die een exploitatievergunning heeft overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1008/2008

 

  1. Wanneer Deel-ML van EU-verordening 1321/2014 van toepassing is op het luchtvaartuig wordt het onderhoudsprogramma niet goedgekeurd door het DGLV. Dit AMP moet:
  • gedeclareerd zijn door de eigenaar indien deze zelf de permanente luchtwaardigheidscontrole uitvoert, of
  • goedgekeurd zijn door een CAMO- of CAO-organisatie, die ook verantwoordelijk moet zijn voor het toezicht op de permanente luchtwaardigheid van dat luchtvaartuig.

Dit AMP moet ontwikkeld worden in overeenstemming met de Europese verordening EU nr. 1321/2014 (Part-ML, ML.A.302). Het kan ook worden ontwikkeld op basis van de AMC (ref: AMC2 ML.A.302) van EU-verordening nr. 1321/2014.

Uitzondering : een AMP is niet vereist indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

 

  • alle ICA's (instructions for continuing airworthiness) die door de DAH zijn uitgevaardigd worden zonder enige afwijking gevolgd, en
  • alle onderhoudsaanbevelingen worden zonder enige afwijking opgevolgd (bv. TBO-intervallen, SB, SL, ...), en
  • Er zijn geen extra taken in verband met :
    • Specifieke apparatuur geïnstalleerd op het vliegtuig,
    • Specifieke modificaties geïnstalleerd op het vliegtuig,
    • Reparaties aan het vliegtuig,
    • Onderdelen met beperkte levensduur en onderdelen die cruciaal zijn voor de vliegveiligheid,
    • Speciale operationele goedkeuringen,
    • Het gebruik en de operationele omgeving van het luchtvaartuig.
  • Piloteneigenaren zijn bevoegd “piloot-eigenaar” onderhoud uit te voeren.

 

  1. Wanneer Deel-ML van EU-verordening 1321/2014 niet van toepassing is op het luchtvaartuig, moet het onderhoudsprogramma worden goedgekeurd door het DGLV of door een CAMO of CAO wanneer deze organisaties zijn goedgekeurd door het DGLV en ze het indirecte goedkeuringsprivilege hebben voor het AMP van dat luchtvaartuigtype,
  • voor vliegtuigen wordt de procedure toegelicht in DGLV-circulaire Airw-37 en in de Europese verordening EU 1321/2014 (bijlage I bij AMC M.A.302 en AMC M.B.301(b)),
  • Voor helikopters wordt de procedure toegelicht in DGLV-circulaire Airw-41 en in de Europese Verordening EU 1321/2014 (bijlage I bij AMC M.A.302 en AMC M.B.301(b)).

 

Aandachtspunten :

 

  • De luchtvaartuigen waarop Deel-ML van Verordening EU 1321/2014 van toepassing is zijn gedefinieerd in artikel ML.1 van die verordening.

 

  • Het onderhoudsprogramma mag nooit minder strikt zijn dan het minimuminspectieprogramma (MIP) dat is gedefinieerd in de EU-verordening 1321/2014 (Deel-ML, ML.A.302 (d)).

 

  • In het kader van de AMP's die op basis van EU-verordening 1321/2014 (Deel-ML) zijn ontwikkeld, kan de inhoud niet langer verwijzen naar DGLV technische nota’s en/of circulaires en/of mededelingen en/of instructies om de onderhoudsintervallen te bepalen. Eventuele afwijkingen van de officiële gegevens van de fabrikant vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de CAMO of CAO die het onderhoudsprogramma goedkeurt of van de eigenaar die het onderhoudsprogramma declareert. In het geval van een door een CAMO of CAO goedgekeurd AMP is de organisatie verplicht bewijzen voor de justificatie van dergelijke afwijkingen te bewaren en een kopie te bezorgen aan de eigenaar.

UITZONDERING : in het geval van een luchtvaartuig dat reeds in België geregistreerd was vóór de inwerkingtreding van Deel-ML van verordening EU 1321/2014 en dat onder een goedgekeurd onderhoudsprogramma viel, kan de inhoud van de taken en hun intervallen behouden blijven (cfr: EU 1321/2014, art 3, § 5). Voorbeeld : als het potentieel voor motorrevisie werd gedefinieerd volgens Circulaire Airw-08, dan kan het interval worden behouden. De CAMO, CAO of eigenaar, die het AMP goedkeurt of declareert, wordt echter verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat het interval nog steeds passend is.

De CAMO of CAO of eigenaar die verantwoordelijk is voor deze AMP moet binnen een redelijke termijn een toetsing van deze AMP plannen (bv. bij de volgende AMP-toetsing, maar niet later dan maart 2022). Bij de volgende herziening van deze AMP moeten alle verwijzingen naar de DGLV-documenten (ex : circulaires, instructies, technical notes) worden geschrapt.

 

  • In het geval van AMP's die door een CAMO of CAO zijn goedgekeurd of door de eigenaar zijn gedeclareerd, kan ten allen tijde een kopie van het AMP opgevraagd worden door het DGLV (zie GM1 ML.A.302, § a (e)). In dat geval moet een formulier, opgesteld volgens AMC1 ML.B.201, aan het DGLV worden toegezonden.

 

  • Indien een AMP volgens Deel-M is goedgekeurd door het DGLV of door een CAMO of CAO via een "indirecte goedkeuringsprocedure", is een afwijking op één of meer onderhoudstaken van dit AMP mogelijk indien het een uitzonderlijke situatie betreft en indien dit gerechtvaardigd is. De procedure moet in het AMP worden vermeld.

  • In geval van Deel-ML is een afwijking voor een of meer onderhoudstaken van het AMP niet mogelijk aangezien dit AMP onder de goedkeuring van een CAMO of CAO valt of gedeclareerd werd door de eigenaar