Vlieg veilig met je drone van klasse 2

transport_aerien_banner

Waar te vliegen?

www.droneguide.be helpt u om te weten waar in het Belgische luchtruim u mag vliegen en onder welke voorwaarden. Droneguide is beschikbaar als interactieve kaart en als applicatie.

 

  • Interactieve kaart

U kunt er informatie vinden over het gebruik van drones alsook een dynamische kaart van het luchtruim waarop de gebieden zijn aangeduid waar dronevluchten zijn toegelaten en (tijdelijk of permanent) zijn verboden.

 

  • Applicatie

Dankzij de applicatie kunt u via geolokalisatie rechtstreeks vanop uw smartphone/tablet zien of u zich in een gebied bevindt waar een vlucht met uw type drone is toegelaten.

    

 

Aanbevelingen

Vliegverbod boven en in de omgeving van:

Onderstaande activiteiten zijn verboden:

  • Voor elke vluchtuitvoering bent u verantwoordelijk voor de veiligheid alsook voor de eventuele schade die aan derden werd veroorzaakt. 
  • Respecteer ieders privacy. 
  • Controleer uw drone vóór elke vlucht. 
  • Houd uw drone tijdens de vlucht voortdurend en rechtstreeks in het oog. 
  • Leef de maximaal toegestane hoogte na. 
  • Laat uw drone nooit boven personen vliegen. 
  • Bewaar steeds een veiligheidsafstand van 50 m ten opzichte van personen, menigtes en goederen. 
  • Laat uw drone niet vliegen boven risicogebieden zoals industriële complexen, nucleaire installaties, gevangenissen, enz. 
  • Laat uw drone niet vliegen in de openbare ruimte. 
  • industriële complexen; 
  • een groep personen; 
  • LNG-terminals; 
  • nucleaire installaties; 
  • gevangenissen; 
  • een gecontroleerd luchtruim; 
  • bevolkte gebieden in steden en gemeenten; 
  • actieve gereglementeerde zones:  
    • Zone P (verboden zone); 
    • Zone D (gevaarlijke zone); 
    • Zone R (zone met beperkte toegang); 
    • Zone HTA (zone voor helikoptertrainingen); 
    • TRA/TSA (tijdelijk gereserveerd luchtruim, tijdelijk afgescheiden luchtruim); 
    • LFA (zone voor vluchten op lage hoogte). 
  • vluchten buiten zichtbereik van de afstandspiloot of van één van de twee RPA waarnemers; 
  • vluchten op een vlieghoogte hoger dan 300 voet of 90 m; 
  • nachtvluchten; 
  • vervoer van passagiers; 
  • vervoer van post of vracht; 
  • vluchten in de luchtroutes; 
  • het afwerpen van voorwerpen of het sproeien tijdens de vlucht; 
  • het slepen; 
  • acrobatische vluchten; 
  • formatievluchten.