Categorie SPECIFIC

transport_aerien_banner

Wat is de categorie SPECIFIC?

Uw vluchten vallen in de categorie SPECIFIC als ze niet aan de voorwaarden van de categorie OPEN kunnen voldoen. Het gaat over vluchten:

  • met een verhoogd risico
  • hoger dan 120 m AGL (AGL: Above Ground Level, hoogte ten opzichte van de grond)
  • boven mensen
  • buiten zicht (BVLOS)
  • voor dropping 

 

EXPLOITANT

UAS-vluchtuitvoeringen in deze categorie zijn toegestaan:

  • Met een declaratie: als de vluchten die u wilt uitvoeren voldoen aan de eisen voor vluchtuitvoeringen in een standaardscenario (STS), dan is het voldoende om deze aan te geven bij het DGLV via het Droneportal. U krijgt dan een bevestiging van de ontvangst en volledigheid waarmee u meteen kan beginnen vliegen. In Verordening (EU) 2019/947 worden twee Europese standaardscenarios gedefinieerd die van toepassing zijn vanaf 2 december 2021:
    • STS-01 — VLOS boven een gecontroleerde grondoppervlakte in een bevolkte omgeving;
    • STS-02 — BVLOS waarbij luchtruimwaarnemers aanwezig zijn boven een gecontroleerde grondoppervlakte in een dunbevolkte omgeving. 
      • Vliegen in een andere EU-lidstaat: uw Belgische verklaring is geldig in alle lidstaten van de Europese Unie. Voor u gaat vliegen in een ander land moet u gewoon een kopie van uw declaratie en van de bevestiging van de ontvangst en volledigheid doorgeven aan de instantie verantwoordelijk voor burgerluchtvaart van dat land. 
  • Met een exploitatievergunning: als de vluchtuitvoeringen die u wilt uitvoeren niet in een standaardscenario passen moet u een exploitatievergunning aanvragen bij het DGLV voor u kunt beginnen vliegen.
    • Operationele risicobeoordeling: vergunningen worden toegekend op basis van een risicoanalyse die wordt uitgevoerd volgens een methode genaamd SORA ("Specific Operations Risk Assessment", risicobeoordeling van specifieke uitvoeringen), die door JARUS is ontwikkeld en door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) is erkend als aanvaardbare wijze van naleving (Publicatie van 9 oktober 2019, AMC1 voor artikel 11 van verordening (EG) 2019/947). Als u meer wilt weten over hoe operationele risico's worden beoordeeld, kunt u de EASA-publicaties over AMC (aanvaardbare wijzen van naleving) raadplegen. 

Hoe verkrijg ik deze vergunning?​

 

  • Vliegen in een andere EU-lidstaat: als u een exploitatievergunning hebt verkregen in België moet u een kopie van uw vergunning sturen naar de autoriteit bevoegd voor luchtvaart van het land waar u wilt vliegen. U moet ook aangeven waar de vluchtuitvoeringen zullen plaatsvinden en, indien nodig, welke risicobeperkende maatregelen u neemt naargelang de omstandigheden ter plaatse (luchtruim, geografie, bevolkingsgraad, klimaat...) bij de bevoegde burgerluchtvaartautoriteit ter plaatse. Na bevestiging dat de genomen risicobeperkende maatregelen voldoende zijn, mag u beginnen met vliegen in dit land. 

 

  • Met een LUC: een certificaat van exploitant van lichte UAS ("Light UAS operator certificate", LUC) is een certificaat dat enkel aan een rechtspersoon kan worden toegekend (bedrijf of organisatie).

Als UAS-exploitant kan u het DGLV vragen om te evalueren of uw organisatie over de nodige structuur (organisatie, personeel, procedures,...) en capaciteiten beschikt om de operationele risico's van een vluchtuitvoering zelf te beoordelen. De nodige competenties zijn vastgelegd in deel C van Verordening (EU) 2019/947.

 

Als het DGLV oordeelt dat u in staat bent om zelf de risico's van uw UAS-vluchtuitvoering in te schatten, krijgt u een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC) dat bepaalde bevoegdheden aan uw organisatie verleent afhankelijk van de mate van volwassenheid van uw organisatie. De organisatie krijgt mogelijk zelfs de bevoegdheid om zelf bepaalde vluchtuitvoeringen goed te keuren zonder vooraf een vergunning aan te vragen bij het DGLV.

 

De bevoegdheden zijn:

  • vluchten uitvoeren die binnen een standaardscenario vallen zonder een declaratie in te dienen;
  • zelf vluchtuitvoeringen goedkeuren op basis van een op voorhand uitgewerkte risicoanalyse ("Pre-Defined Risk Assessment", PDRA) zonder vergunning aan te vragen bij het DGLV;
  • zelf vluchtuitvoeringen goedkeuren die binnen het kader van het LUC vallen zonder vergunning aan te vragen bij het DGLV.

 

Een LUC is ongelimiteerd geldig zolang de organisatie zich aan de eisen van het LUC houdt. Een LUC kan echter wel beperkt, geschorst of ingetrokken worden door het DGLV of teruggegeven worden door de exploitant.

 

 

Wie? Voor wie is de categorie SPECIFIC?

  • Alle  UAS-exploitanten, professioneel of recreatief, wiens beoogde vluchtuitvoeringen niet in de categorie OPEN passen. 

 

Hoe? Hoe kan ik vluchten uitvoeren in de categorie specific?

  • Verzekering: u moet een verzekering afsluiten om alle mogelijke lichamelijke en materiële schade te dekken, voor u uw registratieaanvraag indient. Deze moet in overeenstemming zijn met de bepalingen in de Verordening betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen (Verordening (EG) Nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004).
  • Zich registreren: als u in België woont of als uw hoofdkantoor hier gevestigd is, dan moet u zich bij het DGLV registreren als "UAS-exploitant"  via een online portaal voor u vluchten mag uitvoeren. Aan het einde van de registratieprocedure krijgt u een registratienummer voor UAS-exploitanten, dat u op de door u gebruikte UAS moet aanbrengen.
    • Uw UAS zelf moet niet worden geregistreerd.
    • Met uw registratienummer mag u in alle Europese lidstaten vliegen.

 

 

PILOOT

Wie? Wie mag vliegen in de categorie SPECIFIC?

  • Recreatieve piloten op afstand van 16 jaar of ouder.
  • Professionele exploitanten van 16 jaar of ouder.

 

Hoe? Hoe vliegen in de categorie SPECIFIC?

Opleidingen: de voorwaarden waaraan u moet voldoen om in deze categorie een UAS te besturen worden bepaald door:

  • ofwel het standaardscenario dat u in uw declaratie aangeeft en waaronder uw vluchtuitvoeringen zullen vallen;
  • ofwel de operationele risicobeoordeling, uitgevoerd door de UAS-exploitant, op basis waarvan bepaald wordt welke opleiding(en) u eventueel moet volgen en welke examens u eventueel moet afleggen om de vluchten veilig uit te voeren. 

 

Om dit te vergemakkelijken heeft het DGLV een lijst opgesteld met instanties die verantwoordelijk zijn voor theorie- en praktijkopleidingen met details over welke opleidingen er worden gegeven. 

 

Al piloot: wat gebeurt er met uw attest of bewijs van bevoegdheid? 

 

Het DGLV houdt rekening met het ervaringsniveau van afstandspiloten die al een bewijs van bevoegdheid voor klasse 1 of een attest voor klasse 2 hebben bij het beoordelen van vergunningsaanvragen. Het DGLV kan extra competenties of opleidingen eisen als de beoogde vluchtuitvoeringen niet goedgekeurd zijn door het koninklijk besluit van 10 april 2016, of als de nodige competenties niet vermeld worden in de opleidingseisen van het koninklijk besluit van 10 april 2016.

 

Wanneer? Wanneer in de categorie SPECIFIC Vliegen?

  • Overdag: geen bijkomende beperkingen buiten de vereisten om de vergunning te verkrijgen.
  • 's Nachts: geen bijkomende beperkingen buiten de vereisten om de vergunning te verkrijgen.

 

TOESTEL

UAS-register voor exploitanten 

 

Er bestaat geen UAS-register voor de categorie SPECIFIC. De UAS-exploitant moet echter wel in zijn of haar declaratie of vergunningsaanvraag aangeven welke toestellen hij of zij wil gebruiken. 

 

Technische vereisten 

 

In de Europese standaardscenario's moet u, afhankelijk van het scenario, een drone gebruiken met een klasselabel C5 of C6. 

Voor vluchtuitvoeringen waarvoor een vergunning nodig is, wordt de technische informatie over het UAS (remote ID, geobewustzijn, octocopter, certificaten...) in de exploitatievergunning beschreven op basis van de operationele risicobeoordeling. 

 

Bij vluchtuitvoeringen die uitgevoerd worden met een certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC) moet de technische informatie over het UAS in dit certificaat beschreven staan.