Klasse 1

transport_aerien_banner

Eisen met betrekking tot klasse 1

Wie mag een drone besturen?

Als het een vluchtuitvoering van klasse 1 betreft, moet u houder zijn van een geldig bewijs van bevoegdheid voor bestuurder van een drone.

 

 Waar mag men een drone laten vliegen?

De vlucht mag een hoogte van 300 voet (90 m) niet overstijgen. Het is verboden om een drone te laten vliegen in een gecontroleerd luchtruim. Zonder toelating van het DGLV, is de overvlucht van steden, gemeenten, personen en/of dieren verboden. De drone moet steeds binnen zichtbereik van de dronepiloot of van een van de twee waarnemers blijven en mag ‘s nachts niet vliegen.

 

 Algemene eisen

De dronepiloot moet te allen tijde de algemene veiligheidsmaatregelen naleven en moet een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid hebben onderschreven die de luchtvaartactiviteit en het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen dekt.

 

De drone moet bij het DGLV zijn ingeschreven.

 

De afstandspiloot of de exploitant moet een operationeel handboek opstellen. Een template van dit handboek wordt door het DGLV ter beschikking gesteld. Deze template bevat de elementen die wettelijk verplicht zijn voor de opmaak van een operationeel handboek. Het gebruik van de template van het operationeel handboek wordt aanbevolen, maar is niet verplicht.

 

Bijkomende eisen voor klasse 1a

Bijkomende eisen voor klasse 1b

De drone moet beschikken over een certificaat van overeenstemming afgegeven door het DGLV of over een gelijkwaardig document afgegeven door een andere luchtvaartautoriteit of een erkende onafhankelijke instantie.

 

Alvorens de allereerste vluchtuitvoering of type luchtvaartactiviteit van klasse 1a uit te voeren: 

  • moet u bij het DGLV een toelatingsaanvraag indienen en dit ten minste 10 dagen voor de eerste luchtvaartactiviteit. 

  • Na de aanvraag te hebben onderzocht, staat het DGLV de luchtvaartactiviteit toe of weigert deze. In voorkomend geval kan het DGLV bijkomende informatie vragen met het oog op de vervollediging van het aanvraagdossier. 

 

De luchtvaartactiviteiten mogen pas na ontvangst van de toelating van het DGLV beginnen.

Elke luchtvaartactiviteit moet vooraf aan het DGLV worden gemeld overeenkomstig de door de directeur-generaal vastgestelde procedure.

 

Afwijkingsaanvragen moeten bij het DGLV ingediend worden overeenkomstig de door de directeur-generaal vastgestelde procedure.

 

De lokale autoriteiten kunnen de via www.droneguide.be ingediende vluchtmeldingen raadplegen.

Alvorens de allereerste vluchtuitvoering of type luchtvaartactiviteit van klasse 1b uit te voeren: 

De luchtvaartactiviteiten mogen pas na ontvangst van de door het DGLV verstuurde ontvangstbevestiging beginnen.

Elke luchtvaartactiviteit moet vooraf aan het DGLV worden gemeld overeenkomstig de door de directeur-generaal vastgestelde procedure.

 

De lokale autoriteiten kunnen de via www.droneguide.be ingediende vluchtmeldingen raadplegen.

 

Contact

U kunt uw vragen over de luchtvaartactiviteiten van drones sturen naar rpas.ops@mobilit.fgov.be