Kennisgeving van wijziging

Voor luchtnavigatiediensten (ANS), beheer van luchtverkeersstromen (ATFM) en luchtruimbeheer (ASM) worden functionele systemen gebruikt waarmee het luchtverkeer kan worden beheerd. Veranderingen aan deze functionele systemen moeten daarom worden onderworpen aan veiligheidstoezicht. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de nationale toezichthoudende instantie (NSA), dat wil zeggen de Belgian Supervisory Authority for Air Navigation Services (BSA-ANS).

Internationale regelgeving vraagt 2 zaken aan de sector:

  • onderzoeken welke impact wijzigingen hebben op de veiligheid en
  • de NSAs in kennis stellen van deze wijzigingen.

Algemene veiligheidseisen met betrekking tot wijzigingen

Enerzijds vereisen Europese verordening 1035/2011 en ESARR 4 dat verleners van luchtverkeersdiensten (ATS) en diensten in verband met communicatie, navigatie en plaatsbepaling (CNS) stelselmatig zowel gevarenidentificatie als risicobeoordeling en -beperking uitvoeren voor wijzigingen aan delen van het functionele systeem voor luchtverkeersbeheer of aan ondersteunende maatregelen. Daarbij wordt gekeken naar:

  • de volledige levenscyclus van het onderzochte bestanddeel van het functionele systeem van het luchtverkeersbeheer, vanaf de aanvankelijke planning, de vaststelling van het concept en het ontwerp tot het gebruik, het onderhoud en zelfs de ontmanteling. Dit omvat tevens eventuele tussenliggende overgangsfasen;
  • de onderdelen in de lucht en op de grond van het functionele systeem van het luchtverkeersbeheer (ATM);
  • de uitrusting, de procedures en het personeel van het functionele systeem van het luchtverkeersbeheer en de wisselwerking tussen deze elementen. Ook de wisselwerking tussen het onderzochte bestanddeel en de rest van het functionele systeem van het luchtverkeersbeheer wordt bekeken.

Anderzijds vereisen Europese verordening 1034/2011 en ESARR 1 dat verleners van luchtnavigatiediensten (ANSP) en leveranciers van luchtverkeersstroombeheer of luchtruimbeheer, of van andere netwerkfuncties, hun nationale toezichthoudende instantie in kennis stellen van alle geplande veiligheidsgerelateerde wijzigingen aan functionele systemen. Deze kennisgeving wordt gedaan met behulp van de door de nationale toezichthoudende instantie vastgestelde administratieve procedures. Op vergelijkbare wijze kan de wijziging zelf alleen door de luchtnavigatiedienstverlener worden ingevoerd na goedkeuring door de nationale toezichthoudende instantie en in overeenstemming met vooraf goedgekeurde procedures.

Kennisgeving van wijzigingen

Anderzijds vereisen Europese Verordening nr. 1034/2011 en ESARR 1 dat verleners van luchtnavigatiediensten (ANSP) en leveranciers van luchtverkeersstroombeheer of luchtruimbeheer, of van andere netwerkfuncties, (2) hun nationale toezichthoudende instantie in kennis stellen van alle geplande veiligheidsgerelateerde wijzigingen aan functionele systemen. Deze kennisgeving wordt gedaan met behulp van de door de nationale toezichthoudende instantie vastgestelde administratieve procedures. Op vergelijkbare wijze kan de wijziging zelf alleen door de luchtnavigatiedienstverlener worden ingevoerd na goedkeuring door de nationale toezichthoudende instantie en in overeenstemming met vooraf goedgekeurde procedures.

Toetsing van wijzigingen

Vervolgens besluit de nationale toezichthoudende instantie op basis van specifieke criteria, zoals de ernst van de wijziging, of de wijziging moet worden getoetst of niet. Als een toetsing nodig blijkt, wordt deze volgens specifieke procedures uitgevoerd, op een wijze die past bij de mate van risico die de voorgestelde wijziging vertegenwoordigt. De toetsing omvat de bestudering van documenten en, voor zover nodig, audits ter plaatse. Er wordt met name rekening gehouden met:

  • de vastgestelde gevaren en de bijbehorende ernstcategorie;
  • de bepaalde veiligheidsdoelstellingen;
  • de risicobeperkingsstrategie, met inbegrip van de veiligheidsvereisten, om de veiligheidsdoelstellingen te halen;
  • de voorgestelde veiligheidsbewijzen, om te verzekeren dat doorlopend wordt voldaan aan de veiligheidsdoelstellingen, de veiligheidsvereisten en de andere veiligheidsgerelateerde voorwaarden;
  • de andere gepresenteerde veiligheidsargumenten;
  • de gebruikte processen ter verkrijging van de veiligheidsargumenten en -bewijzen.

Ten slotte dient de ingebruikname van de tijdens de toetsing beschouwde wijziging altijd door de nationale toezichthoudende instantie te worden goedgekeurd en aan de leverancier te worden doorgegeven.