De SAFA-inspecties (Safety Assessment of Foreign Aircraft)

Aan de hand van een checklist met 54 punten wordt nagegaan of de buitenlandse luchtvaartmaatschappijen de internationale normen van de ICAO (voornamelijk de Bijlagen 1, 6 en 8 van het Verdrag van Chicago) correct toepassen.

Alle deelnemende Staten volgen dezelfde gemeenschappelijke regels (zelfde checklist, zelfde procedure, zelfde verslagmodel) en voeren onaangekondigde inspecties tijdens tussenlandingen uit.

Europese richtlijnen en verordeningen regelen deze inspecties. Het beheer van het SAFA-programma werd toevertrouwd aan het Europese Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart (EASA) maar het zijn de 42 deelnemende landen (de lidstaten en de landen die een overeenkomst met het EASA hebben ondertekend) die de inspecties werkelijk uitvoeren. Elke inspectie geeft aanleiding tot een verslag dat in een beveiligde onlinedatabank wordt ingevoerd; de verslagen kunnen enkel door de deelnemende landen, het EASA, de Europese Commissie en de betrokken luchtvaartmaatschappij worden geraadpleegd. Aan het einde van elke inspectie worden de vaststellingen wel onmiddellijk aan de boordcommandant meegedeeld via een Proof of Evidence of Inspection.

Alle buitenlandse vliegtuigen (d.z. vliegtuigen die niet in België zijn ingeschreven) die commerciële vluchten uitvoeren en buitenlandse vliegtuigen van meer dan 5,7 ton zonder commerciële doeleinden die op een Belgische luchthaven landen, kunnen worden geïnspecteerd.

Er worden aselecte en doelgerichte inspecties uitgevoerd. Doelgerichte inspecties kunnen op een bepaalde luchtvaartmaatschappij, een bepaald vliegtuig, alle luchtvaartmaatschappijen van een bepaald land, ... mikken.

Daar een SAFA-inspectie tijdens een landing gebeurt, kunnen alle 54 punten van de checklist niet worden geïnspecteerd omdat een vlucht geen vertraging mag oplopen (uitgezonderd in het geval er een ernstige tekortkoming tijdens de inspectie wordt vastgesteld).

Normafwijkingen worden in 3 categorieën onderverdeeld: van de geringste afwijking (categorie 1) tot de grootste afwijking (categorie 3). Naargelang van de indeling in een bepaalde categorie kan de inspecterende Staat verschillende acties ondernemen: de boordcommandant inlichten, een onmiddellijke correctie vόόr de volgende vlucht vereisen of het vliegtuig aan de grond houden. Het SAFA-procedurehandboek van het EASA harmoniseert deze categorieën en de te nemen acties.

De SAFA-inspecties vervangen niet het toezicht op de luchtvaartmaatschappijen; het land dat het AOC heeft uitgereikt blijft voor dit toezicht verantwoordelijk. De SAFA-inspecties zijn ook geen bewijs van luchtwaardigheid (de verantwoordelijkheid voor dit aspect ligt bij het land waarin het vliegtuig is ingeschreven).

Voor meer informatie over het SAFA-programma in ‘t algemeen, raadpleeg de EASA-website.

Contact

Voor meer informatie over de toepassing van het SAFA programma in België.

 

Daniel Croisiaux
Luchtvaartinspectie Veiligheid
Vooruitgangstraat 56
1210 BRUSSEL

Fax : +32 (0)2 277 42 54
Mail: daniel.croisiaux@mobilit.fgov.be