Passagiers met beperkte mobiliteit

De luchtvaartmaatschappijen en de luchthavens moeten bijzondere aandacht besteden aan de noden van gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit. Op grond van verordening nr. 261/2004 (artikel 11) geldt dat in geval van instapweigering, annulering of enigerlei vertraging personen met beperkte mobiliteit en hun eventuele begeleiders recht hebben op het in artikel 9 bedoelde recht op verzorging.

Daarbovenop waarborgt Verordening (EG) 1107/2006 aan luchtreizigers met een handicap of met een beperkte mobiliteit een aantal rechten, meer bepaald:

  • het recht op non-discriminatie bij de boeking van een vlucht of bij de aankoop van een vliegtuigticket;
  • het recht om op gelijke voet te reizen met de andere passagiers (behalve om veiligheidsredenen);
  • het recht om over de door de luchtvaartmaatschappijen toegepaste veiligheidsregels te worden geïnformeerd;
  • het recht op bijstand op de luchthavens (bij het vertrek, de aankomst, de doorreis) en aan boord van de vliegtuigen;
  • het recht om gratis twee mobiliteitshulpmiddelen te vervoeren.

Op welke passagiers is verordening (EG) 1107/2006 van toepassing?

Verordening (EG) 1107/2006 is van toepassing op personen met een handicap en personen met een beperkte mobiliteit die reizen op vluchten met vertrek, doorreis of aankomst op een luchthaven gelegen in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Zwitserland.
Bovendien zijn de bepalingen betreffende het verbod op vervoersweigering (artikel 3), de afwijkingen, bijzondere voorwaarden en informatie (artikel 4) alsook de bijstand door luchtvervoerders (artikel 10) eveneens van toepassing op personen met een handicap en met een beperkte mobiliteit die vertrekken vanaf een in een derde land gelegen luchthaven naar een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, en dit zodra zij met een communautaire luchtvaartmaatschappij reizen en op voorwaarde dat de vlucht in kwestie door een communautaire vervoerder wordt uitgevoerd.De definitie "gehandicapten of personen met beperkte mobiliteit" is opgenomen in artikel 2 (a) van de verordening.
Deze definitie is erg algemeen en betreft "alle personen wier mobiliteit bij het gebruik van vervoer beperkt is ten gevolge van een lichamelijke (zintuiglijke of locomotorische, permanente of tijdelijke) handicap, een intellectuele handicap of stoornis, of enige andere oorzaak van handicap, of ten gevolge van leeftijd, en wier situatie vereist dat zij passende aandacht krijgen".
Omdat deze definitie aanleiding gaf tot verschillende interpretaties heeft de Commissie op 14 juni 2012 richtlijnen gepubliceerd om uit te leggen dat ook andere kwetsbare personen met beperkte mobiliteit in bepaalde gevallen (erg jonge kinderen, zwangere vrouwen, zwaarlijvige personen, etc.) nood kunnen hebben aan bijzondere aandacht.

Recht op non-discriminatie bij de boeking van een vlucht of bij de aankoop van een vliegtuigticket

Verordening (EG) 1107/2006 verbiedt touroperators om de boeking of het instappen van een persoon omwille van zijn beperkte mobiliteit of handicap te weigeren. Er bestaan echter bepaalde uitzonderingen en afwijkingen, vooral omwille van gerechtvaardigde veiligheidsredenen. Zo kan een luchtvaartmaatschappij om reden van handicap of beperkte mobiliteit weigeren de boeking van een gehandicapte of persoon met beperkte mobiliteit te aanvaarden of een dergelijke persoon te laten instappen of eisen dat een dergelijke persoon tijdens zijn reis wordt begeleid door een andere persoon wanneer dit noodzakelijk is om te voldoen aan de veiligheidseisen die in de reglementering zijn vastgelegd, of wanneer de grootte van het luchtvaartuig het instappen van deze persoon fysiek onmogelijk maakt.

Binnen vijf werkdagen volgend op de boeking, de instapweigering of het opleggen van de voorwaarde dat de persoon zich moet laten vergezellen, informeert de vervoerder de betrokken persoon met een handicap of met een beperkte mobiliteit schriftelijk van zijn beweegredenen.

De persoon met een handicap of een beperkte mobiliteit die als passagier is geweigerd op grond van zijn handicap of beperkte mobiliteit heeft recht op terugbetaling of op een andere vlucht naar zijn bestemming in overeenstemming met artikel 8 van verordening (EG) nr. 261/2004.

Behalve bij redelijke twijfel hebben de luchtvervoerders normaal gezien niet het recht om een bewijs over de gezondheidstoestand van personen met een handicap of met een beperkte mobiliteit te eisen voorafgaand aan de ticketverkoop of de toelating tot het vervoer.

Recht op bijstand op luchthavens en aan boord van vliegtuigen

De bijlagen I en II van Verordening (EG) 1107/2006 verduidelijken het recht op bijstand van personen met een handicap of met een beperkte mobiliteit in luchthavens (bij vertrek, aankomst en doorreis) en aan boord van vliegtuigen. De in de bijlage beschreven diensten moeten worden verleend zonder bijkomende kosten ten laste van de personen met een handicap of met een beperkte mobiliteit.

De bijstand mag niet ongerechtvaardigd worden beperkt, maar moet ook steeds in verhouding zijn tot de reële noden van de betrokken persoon en tot de specifieke vluchtomstandigheden. Ze mag ook niet ten koste gaan van de andere passagiers. De bijstand moet "gepast" zijn, dat wil zeggen aangepast aan de individuele noden van de persoon met een handicap of met een beperkte mobiliteit.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de eisen die uit veiligheidsoverwegingen worden opgelegd en de eisen die verband houden met het comfort van personen met een beperkte mobiliteit aan boord van een vliegtuig.

Het is essentieel dat passagiers die nood hebben aan een bijzondere bijstand de vervoerder ten minste 48 uren voor de aangekondigde vertrektijd op de hoogte brengen van hun noden zodat hij de nodige maatregelen kan treffen. De kennisgeving van behoefte aan bijstand is altijd gratis. Bij gebrek aan een voorafgaande kennisgeving moeten de bijstandsverleners alle redelijke inspanningen leveren om de vereiste bijstand te verlenen.

De luchtvervoerder moet de gehandicapte personen of de personen met beperkte mobiliteit voor aanvang van de reis informeren over eventuele mogelijke beperkingen (bijvoorbeeld: het al of niet toegankelijk zijn van de toiletten, de maat van de zetel en de breedte van het gangpad, etc.) zodat zij met kennis van zaken kunnen beslissen over het al of niet nemen van deze vlucht. Deze informatie moet ook op de websites van de luchtvaartmaatschappijen staan.