Ontheffingen

Op deze webpagina worden enkele uitzonderlijke toelatingen of ontheffingen toegelicht:

  • afwijking van de minimale vlieghoogte,
  • ontheffing van het vliegverbod boven Brussel,
  • ontheffing van het vliegverbod boven het Koninklijk Paleis te Laken en te Ciergnon.

Verder wordt de procedure voor tijdelijk gereserveerd of afgescheiden luchtruim (TRA/TSA) toegelicht. Ten slotte komen enkele afwijkingen of vrijstellingen in verband met de gebruiksvoorwaarden van het luchtruim (ATFM, Mode S, TCAS, espacement 8.33 kHz…) aan bod.

Afwijking van de minimale vlieghoogte

De minimale vlieghoogte is vastgelegd in de bijlage ‘Luchtverkeersregels’ bij de Verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van de gemeenschappelijke luchtverkeersregels. Voor vluchten volgens de zichtvliegvoorschriften (VFR) zijn SERA.3105 en SERA.5005 van toepassing:

  • SERA.3105 bepaalt dat de piloot in de meeste gevallen voldoende hoog moet vliegen zodat hij steeds een veilige noodlanding kan maken.
  • SERA.5005 legt de minimale hoogtes op voor VFR-vluchten, afhankelijk van het overvlogen gebied.

Voor helikopters kan, op basis SERA.5005 (f) van de bijlage bij deze Verordening, een andere minimale hoogte aangevraagd worden voor de in SERA.5005 (f) 1) opgenomen gebieden.

Dien minstens 10 werkdagen vóór de geplande vlucht(en) een gemotiveerde aanvraag in. Vermeld in uw aanvraag de gewenste minimale vlieghoogte en de noodzaak hiervan. Toon bovendien aan dat u over een conforme ’toegangsweg’ beschikt (’toegangsweg’ zoals bedoeld in artikel 43, § 1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1954 betreffende de regeling der luchtvaart, gewijzigd door artikel 3 van het koninklijk besluit van 31 augustus 1970), of maak gebruik van een tweemotorige helikopter (bij voorkeur in ‘performance class 1’).

Raadpleeg de wetgeving voor de precieze bepalingen (bijlage ‘Luchtverkeersregels’ bij de Verordening (EU) nr. 923/2012 tot vaststelling van de gemeenschappelijke luchtverkeersregels).

Ontheffing van het vliegverbod boven Brussel

Het is verboden te vliegen boven het gedeelte van de Brusselse agglomeratie gelegen binnen een kring met 5 km straal, met het park van Brussel als middelpunt. Dit verbod geldt niet voor de luchtvaartuigen die zich moeten houden aan de voorschriften en onderrichtingen van de luchtverkeersleiding. Daarnaast kan het directoraat-generaal Luchtvaart een bijzondere toelating uitreiken om in deze zone te vliegen.

Dien daartoe minstens 10 werkdagen vóór de geplande vlucht(en) een gemotiveerde aanvraag in. Vermeld in uw aanvraag de noodzaak van deze vlucht(en), en toon bovendien aan dat u voldoet aan SERA.3105 van de bijlage Luchtverkeersregels bij de Verordening (EU) nr. 932/2012 tot vaststelling van de gemeenschappelijke luchtverkeersregels.

Raadpleeg de wetgeving voor de precieze bepalingen:

  • koninklijk besluit van 14 april 1958 houdende verbod tot vliegen boven zekere gedeelten van het grondgebied van het Rijk,
  • koninklijk Besluit van 19 december 2014 tot vaststelling van de luchtverkeersregels.

 

Ontheffing van het vliegverbod boven de koninklijke kastelen van Laken en Ciergnon

Het is verboden te vliegen boven die gedeelten van het grondgebied van België die begrensd worden door cirkels met een straal van 1500 m en de Koninklijke kastelen van Laken en Ciergnon als middelpunt hebben. Dit verbod geldt niet voor de luchtvaartuigen die zich moeten houden aan de voorschriften en onderrichtingen van de luchtverkeersleiding. Daarnaast kan het directoraat-generaal Luchtvaart een bijzondere toelating uitreiken om in deze zone te vliegen.

Dien daartoe minstens 10 werkdagen vóór de geplande vlucht(en) een gemotiveerde aanvraag in, met vermelding van de noodzaak van deze vlucht(en).

Raadpleeg de wetgeving voor de precieze bepalingen (koninklijk besluit van 11 juni 1954 houdende verbod tot vliegen boven zekere gedeelten van het grondgebied van het Rijk).

Tijdelijke luchtruimbeperkingen (TRA/TSA)

Het directoraat-generaal Luchtvaart kan tijdelijk gebieden met beperkingen instellen volgens het geval, de aard van het gevaar of de bijzondere beperkingen voor het luchtverkeer.

De luchtvaartuigen mogen binnen gebieden met beperkingen slechts vliegen in overeenstemming met de bepalingen opgenomen in de luchtvaartinlichtingen (NOTAM of AIP) of de klaringen van de bevoegde luchtverkeersdienst.

De circulaire GDF-11 bepaalt de procedure voor het aanvragen en instellen van een tijdelijk gereserveerd burgerlijk luchtruim (TRA) of een tijdelijk afgescheiden burgerlijk luchtruim (TSA) in het Belgische luchtruim.

Naast de gevallen waarvoor het Directoraat-generaal Luchtvaart zelf een TRA of TSA instelt, kunnen derden in welbepaalde gevallen verzoeken een dergelijk gebied in te stellen. Hierover vindt u meer inlichtingen in de circulaire GDF-11.

Vrijstellingen en afwijkingen op de gebruiksvoorwaarden van het luchtruim (ATFM, Mode S, TCAS, frequentiescheiding 8.33 kHz…)

In het kader van het beheer van de luchtverkeersstromen, kunnen de operatoren die een IFR vluchtplan neerleggen, onderworpen worden aan reguleringsmaatregelen en kunnen ATFM vertrekslots opgelegd worden.

Bepaalde vluchten kunnen vanwege hun bijzondere aard in aanmerking komen voor een slotvrijstelling. Dit is het geval voor vluchten met het statuut “Staatshoofd”, opsporings- en reddingsvluchten, medische noodvluchten (in zaken van leven of dood) en vluchten in het kader van brandbestrijding. Deze vluchten worden geïdentificeerd door passende beschrijvingen die worden gebruikt na de STS indicator/in veld 18 van het vluchtplan.

Daarom werd een procedure voor de aanvraag van een vrijstelling van een vertrekslot geïmplementeerd met als doel om te voldoen aan de voorschriften van de verordening (EU) nr. 255/2010 van de Commissie van 25 maart 2010 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels tot regeling van luchtverkeersstromen. Deze procedure wordt beschreven in het gedeelte ENR 1.9 van de Belgische publicatie van luchtvaartinformatie (AIP).

Deze publicaties kunnen geraadpleegd worden via de website https://www.belgocontrol.be/opersite/eaip/eAIP_Main/html/index-en-GB.html, onder de rubriek “aeronautische informatie”.

In het geval van een aanvraag voor een vrijstelling voorziet de procedure in het gebruik van een specifiek formulier “vergunningsaanvraag voor gebruik van STS indicator in het vluchtplan” dat minstens 48 uur (werkperiode) voor het vertrekuur van de vlucht of, in dringende gevallen, zo spoedig mogelijk, dient ingediend te worden en in een aanvraag bij het Directoraat-generaal Luchtvaart, dienst Luchtruim via het volgende e-mailadres: aspa.exemptions@mobilit.fgov.be.
Dit formulier is onderaan terug te vinden.

 

Contact

Directoraat-generaal Luchtvaart
Dienst Luchthavens
Vooruitgangstraat 56
1210 Brussel

Fax: +32 (0)2 277 42 82
Mail: BCAA.Airports@mobilit.fgov.be