Veilig vliegen met een drone

 

Om veilig met uw drone te vliegen, raadt het DGLV de volgende aanbevelingen aan: 

 

  • U bent verantwoordelijk voor elke vlucht.
  • Respecteer het privéleven van de anderen.
  • Controleer de drone vóór elke vlucht.
  • Hou de drone in het zicht op elk moment tijdens de vlucht.
  • Respecteer de toegelaten maximale hoogte.
  • Overvlieg nooit personen.
  • Bewaar een veiligheidsafstand van 50m ten opzichte van elke persoon, van mensenmassa’s en van goederen.
  • Laat de drone niet vliegen in risicozones zoals industriële complexen, nucleaire installaties, gevangenissen, etc.
  • Laat de drone niet vliegen in publieke ruimten.

 

Sowieso is het niet toegelaten om uw drone te gebruiken over, in en rond:

 

  • industriële complexen;
  • een groep mensen;
  • LNG terminals;
  • nucleaire installaties;
  • gevangenissen;
  • gecontroleerd luchtruim;
  • bevolkte gebieden in steden en gemeenten en
  • actieve gereglementeerde zones (P, D, R, HTA, TRA/TSA, LFA):
    • Zone P (verboden zone);
    • Zone D (gevaarlijke zone);
    • Zone R (zone met beperkte toegang);
    • Zone HTA (zone voor helikopter training), indien actief;
    • TRA/TSA (tijdelijk gereserveerd luchtruim, luchtruim met beperkte toegang), indien actief en
    • LFA (zone voor vluchten op lage hoogte), indien actief.

 

Deze activiteiten met drones zijn verboden:

 

  • vluchten buiten zichtbereik van de afstandspiloot of van één van de twee RPA waarnemers;
  • vluchten op een vlieghoogte hoger dan 300ft of 90m;
  • nachtvluchten;
  • vervoer van passagiers;
  • vervoer van post of cargo;
  • vluchten in de luchtroutes;
  • het afwerpen van objecten of verstuiven van producten tijdens de vlucht;
  • slepen;
  • acrobatische vluchten en
  • formatie vluchten.