Economische aspecten en prestaties

Europese context

Bij de inwerkingtreding van het gemeenschappelijk Europees luchtruim in 2004 draaiden de discussies rond de overbelasting van het verkeer en vertragingen. Later ging het meer over de veiligheid en over de capaciteit van de vluchten, waarbij de nadruk lag op het milieu en de kosteneffectiviteit.

Prestaties

De SES II (Single European Sky II) volgde een aanpak om de verwachte prestaties van luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties te bepalen. Prestatiedoelstellingen werden ondergebracht in vier basiscategorieën:

  • beveiliging;
  • capaciteit;
  • vlucht- en kostenefficiëntie;
  • milieu.

In het FABEC-verdrag (Functional Airspace Block Europe Central) hebben de staten ook een kader bepaald voor het verbeteren van de prestaties van verleners van luchtvaartnavigatiediensten in termen van:

  • beveiliging;
  • impact op het milieu;
  • capaciteit;
  • economische efficiëntie;
  • kortere routes;
  • efficiëntie van militaire missies.

Deze laatste doelstelling wordt toegevoegd aan die van de verordening over het gemeenschappelijk Europees luchtruim. Eind juni 2011 werd op FABEC-niveau een prestatieplan 2012-2014 aangenomen dat de indicatoren en doelstellingen voor veiligheid, capaciteit, milieu en efficiëntie van de civiel-militaire samenwerking moet vaststellen. Dit plan werd voorgelegd aan de Europese Commissie in het kader van het Europees prestatiesysteem (een addendum werd pas ondertekend).

Kosten en tarieven

Overeenkomstig verordening 1794/2006 van 06 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel, heeft België:

  • een plaatselijke heffingszone bepaald, met name de luchthaven van Brussel-Nationaal. Regionale luchthavens zijn vrijgesteld van de toepassing van de verordening en genieten, op nationaal niveau, in overeenstemming met het samenwerkingsakkoord van 30 november 1989, een niveau van gratis diensten van Belgocontrol);
  • een en-route heffingszone (een gemeenschappelijke heffingszone voor België en Luxemburg) bepaald.

Vanaf 2011 bepaalt verordening 1191/2010 dat de kosten van luchtvaartnavigatiediensten voorafgaandelijk dienen te worden vastgesteld voor een periode van 3 jaar tussen 2011-2014 en 5 jaar vanaf 2015. Dit systeem is gekoppeld aan het nieuwe prestatiemechanisme voor luchtvaartnavigatiediensten (verordening 691/2010), volgens hetwelk de lidstaten prestatieplannen moeten ontwikkelen en bindende doelstellingen moeten bepalen, in het bijzonder in termen van economische efficiëntie met financiële prikkels. Zo hebben België en Luxemburg in hun prestatieplannen een doelstelling opgenomen om te komen tot een jaarlijkse vermindering van en-route eenheidstarief met 3,5% in reële termen tussen 2011 en 2014.

Dit nieuwe tariefsysteem wordt toegepast op en-route luchtvaartnavigatiediensten. De vorige Belgische regering heeft beslist om de toepassing ervan op plaatselijke luchtvaartnavigatiediensten op de luchthaven Brussel-Nationaal uit te stellen tot 31 december 2014.